Russische joint venture flopt, flink verlies kassenbouwer

AMSTERDAM, 22 nov. Dalsum Kassebouw uit Den Hoorn heeft zijn joint venture met het Russische Mingasprom opgedoekt. De Russen bleken niet over de benodigde harde valuta te beschikken. Dalsum heeft daarbij een verlies van een miljoen gulden geleden.

Dit heeft A. H. Schrover, export-manager van Dalsum Kassenbouw, desgevraagd meegedeeld. Dalsum Kassenbouw (omzet 180 a 200 miljoen gulden) was begin vorig jaar het eerste Nederlandse bedrijf dat een gezamenlijke onderneming oprichtte met een staatsonderneming uit de Sovjet-Unie. Destijds vertelde president-directeur J. J. Dalsum dat zijn bedrijf samen met het ministerie van gas in Moskou (Mingasprom) iets buiten Moskou een fabriek ging opzetten voor de bouw van kassen. Er zouden tussen de 25 en 50 Nederlanders komen te werken. De fabriek, waarmee een investering was gemoeid van om en nabij de 128 miljoen gulden, zou jaarlijks 310 hectare kassen produceren.

De oprichtingsacte werd op 16 februari 1989 plechtig ondertekend door Dalsem en de vice-minister van Gas uit de Sovjet-Unie, die voor deze gelegenheid naar Den Hoorn was afgereisd.

Nu, meer dan anderhalf jaar later, blijkt dat de joint venture is geflopt. Export-manager Schrover spreekt van 'een behoorlijke tegenvaller'. Hij vertelt dat Dalsum de Sovjets al enkele maanden geleden de wacht heeft aangezegd. 'We hebben er heel veel tijd en moeite in gestoken. Er zijn bij ons acht man ruim anderhalf jaar mee bezig geweest. Het was het bekende probleem. Ze hadden geen harde valuta. Wij hebben er uiteindelijk een miljoen gulden op verloren.'

Als we Schrover mogen geloven is Dalsum niet het enige Nederlandse bedrijf dat in de Sovjet-Unie een blauwtje heeft gelopen. Volgens hem is tot nog toe geen enkele Nederlandse onderneming er in geslaagd om met de Sovjets een actieve joint venture op te zetten. 'Ik denk dat alle joint ventures met de Russen papieren joint ventures zijn en dat er nog geen een operationeel is.'

Toen de Sovjet-autoriteiten een vijf jaar geleden mogelijkheden creeerden voor buitenlandse bedrijven om met Russen gezamenlijke ondernemingen op te zetten, kwam geleidelijk een stroom van aanvragen binnen. Inmiddels zijn enkele honderden joint ventures opgericht. Maar het gebrek aan harde valuta, de politieke onzekerheid en de economische malaise waarin het land terecht is gekomen, gekoppeld aan onduidelijkheid omtrent de joint venture wetgeving, hebben er toe geleid dat slechts weinig van deze joint ventures operationeel zijn.

'Ik heb de indruk dat het allemaal zeer moeizaam verloopt', vertelt G. van de Weert, algemeen-directeur van het doorgaans goed geinformeerde handelshuis Peja uit Arnhem. Volgens zijn schattingen hebben inmiddels enkele tientallen Nederlandse bedrijven joint ventures opgericht in de Sovjet-Unie. 'Maar ik heb nog geen positieve verhalen gehoord.'

Dat Nederlandse bedrijven tot nog toe nog maar bar weinig geld in de gezamenlijke ondernemingen hebben gestoken blijkt uit recente cijfers van De Nederlandsche Bank. Volgens de bank heeft het gezamenlijke Nederlandse bedrijfsleven in 1989 niet meer dan een magere 12 miljoen gulden geinvesteerd in joint ventures met Oosteuropese ondernemingen, inclusief die in de Sovjet-Unie.

Dalsum Kassenbouw heeft met de reguliere exportopdrachten in de Sovjet-Unie meer succes dan met de joint venture. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren drie orders gekregen voor de aanleg van championkwekerijen, waarmee een totaalbedrag zou zijn gemoeid van 35 miljoen gulden. En er zijn nog meer opdrachten te verwachten, zo vertelt Schrover. Maar over die opdrachten laat hij zich liever niet uit voor ze definitief zijn. De contracten mogen dan al zijn getekend, 'voor ons is een contract pas een contract als wij het geld op onze bankrekening hebben overgemaakt gekregen, of een letter of credit hebben ontvangen.'