Reorganisatie adviesorganen zorg; 'Raden moeten duidelijker taken en bevoegdheden krijgen'

DEN HAAG, 22 nov. De adviesorganen in de gezondheidszorg moeten worden gereorganiseerd of in enkele gevallen worden opgeheven. Dit om onder meer de belangenverstrengeling in deze sector terug te dringen en de kwaliteit van adviezen te verbeteren. Deze operatie, die binnen drie jaar kan worden voltooid, dient gepaard te gaan met veranderingen in de ingewikkelde organisatiestructuur van het ministerie van WVC op het terrein van de volksgezondheid.

Dat stelt prof.dr. W. S. P. Fortuyn in zijn advies 'Ordening door ontvlechting' dat gisteren aan staatssecretaris Simons (volksgezondheid) is aangeboden. Fortuyn, directeur van de BV die de invoering van de OV-jaarkaart voor studenten verzorgt, vindt dat er een duidelijker onderscheid moet komen in de taken en bevoegdheden van de diverse raden, die elkaar nu vaak overlappen. Ook moet de stem van de patienten meer doorklinken in de adviezen, reden om deze groep een grotere vertegenwoordiging in adviesorganen te geven, aldus Fortuyn.

De 'vervlechting' tussen adviesorganen en belangenorganisaties in de gezondheidszorg is volgens Fortuyn te ver doorgeschoten. Hij baseert zijn bevindingen onder meer op gesprekken met een vijftigtal mensen uit de gezondheidszorg, onder wie vertegenwoordigers van adviesorganen. 'Ik heb begrip gekregen voor de zaken zoals ze gaan. Het is een historisch gegroeid geheel. Maar als je het met een open mind bekijkt, vanuit een moderne bedrijfsvoering, kun je je afvragen of het zo moet blijven.' In zijn rapport beantwoordt Fortuyn die vraag volmondig met nee. De aanbevelingen betreffen niet in de laatste plaats het ministerie van WVC. 'Ook het hechte en fijnmazige netwerk tussen departement en adviesorganen, dat overigens door beiden wordt gekoesterd, dient ontvlochten te worden.' Voor de uitvoering van Fortuyns plannen, die binnen drie jaar kunnen worden verwezenlijkt, zijn enkele wetswijzigingen nodig.

Ook staatssecretaris Simons, die opdracht gaf tot het onderzoek, is ervan overtuigd dat veranderingen in de adviessstructuur nodig zijn. Hij vindt het rapport 'een goede basis voor een modernisering van het overheidsapparaat en van het conglomeraat van adviesorganen'. De veranderingen in de gezondheidszorg, waarbij de overheid op een grotere afstand wil opereren en partijen zoals verzekeraars, ziekenhuizen en artsen meer verantwoordelijkheden krijgen, moeten volgens Simons gepaard gaan met heldere besluitvormingsprocedures. De adviesorganen moeten daaraan bijdragen.

Fortuyn concludeert dat de Gezondheidsraad een van de vijf raden die onder de loupe zijn genomen goed werk doet en in de huidige vorm onder het motto 'never change a winning team' kan blijven bestaan. De raad dient zich echter te beperken tot het opstellen van wetenschappelijke adviezen en moet zich niet bezighouden met medisch-ethische vraagstukken.

De volgens Fortuyn goed functionerende Ziekenfondsraad, die onder meer adviezen uitbrengt over zaken die de ziekenfondsverzekering raken, moet de komende jaren worden omgebouwd tot de Verzekeringsraad Volksgezondheid. Het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg, dat de tarieven vaststelt, en het College voor Ziekenhuisvoorzieningen, dat adviseert over de planning en bouw van voorzieningen, kunnen verdwijnen. De functies van beide adviesorganen moeten behouden blijven, zegt Fortuyn, maar kunnen grotendeels door anderen worden vervuld.

Over de Nationale Raad voor de Volksgezondheid (NRV), die de overheid met adviezen op de hoogte moet houden van wat er leeft in 'het veld', velt Fortuyn een vernietigend oordeel; de raad functioneert onvoldoende en heeft zo weinig gezag dat er vragen worden geplaatst bij zijn voortbestaan. Adviezen van de raad komen te laat, als mosterd na de maaltijd, aldus Fortuyn. 'Het denkwerk van de raad graaft niet erg diep. Door alle partijen in het veld, inclusief het departement, wordt de raad gezien als een betrekkelijk machteloos en eigenlijk overbodig lichaam.' Bovendien overlappen de adviezen van de Ziekenfondsraad en de NRV elkaar, aldus Fortuyn. Ondanks alle kritiek vindt hij dat een adviesorgaan als de NRV onontbeerlijk is voor de koersbepaling in de gezondheidszorg.

Omstreeks 1 april maakt Simons bekend welke conclusie het kabinet aan het rapport verbindt. Dat standpunt is mede afhankelijk van de reacties van de betrokken adviesorganen. Alleen de Nationale Raad voor de Volksgezondheid wilde gisteren een voorlopige reactie kwijt: 'De voorstelling van zaken die Fortuyn van de huidige raad geeft, is zeer eenzijdig, tendentieus en ontstijgt nauwelijks het niveau van achterklap'.