Jazz-componist Luc Houtkamp opent CIM-festival; Ik zoek de synthese tussen bedachte en spontane ideeen

In het Haagse theater Korzo begint vrijdagavond het eerste Contemporary Improvised Music (CIM) festival met musici uit onder meer Duitsland en Engeland. De opening van dit festival geschiedt door saxofonist/componist Luc Houtkamp (1953), volledig autodidact en al bijna twintig jaar zoekend naar het juiste evenwicht tussen compositie en improvisatie. In januari verschijnt The Songlines, een solo-cd waaraan hij drie jaar heeft gewerkt.

DEN HAAG, 22 nov. De woonkamer in de Haagse binnenstad straalt voor alles orde uit: boeken, platen en cd's gerangschikt in rekken, een stalen archiefkast, een opgeruimd bureau en een lichtgrijze vloer waar men zonder bezwaar van zou kunnen eten. Toch woont hier Luc Houtkamp, een van de extremisten in het improvisatie-genre dat in de jaren zeventig ironisch piep-piep-knor werd gedoopt. Musici die deden wat broertjes en zusjes van drie ook konden, zij het niet zo luid en zo lang. Ook in Houtkamps bovenkamer blijkt helderheid te heersen. Beminnelijk en rustig legt hij uit wat hem bezighoudt: de spanning tussen orde en vrijheid. Vast staat daarbij voor hem dat die spanning moet blijven, tot heil van de luisteraar en zeker van hemzelf.

'Ik zie niet zo'n scheidslijn tussen improvisatie en compositie. Improvisatie is geen specifieke muziekstijl met bepaalde esthetische uitgangspunten, het is een methode, net als compositie. Improvisatie wordt toegepast in heel verschillende muzieksoorten, in de jazz, maar ook in de volksmuziek, klassieke Indiase muziek en Westerse barokmuziek. Voor de traditionele componist is het eindprodukt het hoogste doel, ik ben meer geinteresseerd in het proces van het zoeken.'

Maar je levert wel produkten af: in 1985 je soloplaat The Art of Erasure en binnenkort je nieuwe cd zijn dat composities of improvisaties?

'Het zijn in elk geval geen traditionele composities. Ik zet die stukken op de plaat als zij op hun hoogtepunt zijn, als ik er niets meer aan kan verbeteren. Dan zijn ze ook echt klaar. Ik stap er niet mee naar Leo van Oostrom om te vragen of hij ze uit wil voeren. De omschrijving 'wegwerpcomposities' is misschien niet eens zo gek. Je kunt mijn werkwijze vergelijken met die van de musici in het orkest van Duke Ellington. De solo van Ben Webster in Cotton Tail begon als een improvisatie maar werd gaandeweg een standaarduitvoering met nog maar weinig variaties. Op deze manier groeien mijn stukken ook, in de studio of tijdens soloconcerten.'

Je werkt jaren aan een produkt, je experimenteert eindeloos met elektronica. Dat is veel meer de houding van een componist dan van een improviserende podiumartiest?

'Ik ben ook een speeldier, ik sta graag op een podium. Mijn ideaal is een synthese tussen vooraf bedachte en spontane ideeen. Het gebruik van elektronica is daarbij gaandeweg van karakter veranderd. In de eerste fase improviseerde ik tegen een achtergrond van thuisgemaakte tape-stukken. Het bezwaar daarvan is dat je de tape leert kennen, waardoor ook je improvisatie snel een bepaalde vorm krijgt. Ook de lengte ligt natuurlijk vast. Veel uitdagender is werken met live-elektronica. Ik ben nu aan het experimenteren met een opstelling waarbij allerlei effect-apparatuur, gestuurd door een computer, reageert op wat ik met mijn saxofoon doe. Het is enerzijds heel vrij, omdat ik op mijn saxofoon kan doen wat ik wil, anderzijds is het heel streng omdat de apparatuur reageert volgens bepaalde regels die ik erin heb gestopt.'

Op de vraag of hij gelooft in geheel 'vrije' improvisatie, leest Houtkamp een tekstje voor: 'In kunst mag niet geprobeerd worden. Probeer niet te schelden als gij niet toornig zijt, niet te schreien als uw ziel droog staat, niet te juichen zolang gij niet vol zijt van vreugde. Men kan proberen een brood te bakken, maar probeert geen schepping. Men probeert ook niet te baren. Waar zwangerschap bestaat volgt het baren vanzelf, ten gepasten tijde' Dat is van Willem Elsschot', zegt Houtkamp grijnzend. 'Het komt op het inlegvel van mijn cd te staan.'

Opening van het CIM-festival met Luc Houtkamp solo (techniek Paul Jeukendrup) en een trio met Johannes Bauer (trombone) en Mathias Bauer (contrabas). Na de pauze de Zweedse slagwerker Sven Ake Johansson solo, en met zijn kwartet waarin onder anderen Gunter Christmann (trombone).