'Beroepsvergoedingen BK niet concentreren'

DEN HAAG, 22 nov. De minister van WVC doet er slecht aan de financien ter vergoeding van beroepskosten van beeldend kunstenaars weg te halen bij het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (VvK) en geheel in handen te geven van het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst (FBK).

Dat schrijft het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (VvK) in een open brief aan de minister d'Ancona. Gisteren werd haar 'Beleidsbrief beeldende kunstbeleid' met de Tweede Kamer besproken. De concentratie van beroepskostenvergoedingen bij het FBK levert het ministerie een besparing op van ruim negen miljoen gulden, meent het VvK. Daardoor wordt het voor minimaal 1.500 beeldend kunstenaars onmogelijk nog langer professioneel te functioneren.

Tijdens de hoorzitting noemde VvK-directeur R. Mulder het 'bitter' dat WVC een 'ongekende centralisatie' invoert, 'zonder het georganiseerde beroepsveld of ons, het VvK, ook maar een faire kans te geven' voor het corrigeren van de vigerende denkbeelden. Concentratie van de vergoedingen in een hand zou tevens de opheffing van het VvK betekenen, aldus Mulder. Het VvK beschikt over een bedrag van 1,1 miljoen gulden.

Sinds de opheffing van de Beeldend Kunstenaars Regeling (BKR) bestonden er twee beroepskostenvergoedingen voor beeldend kunstenaars: het VvK en het FBK. Het FBK kent vergoedingen toe op basis van kwaliteit van ingeleverd werk, het VvK beoordeelt de 'beroepsmatigheid' van kunstenaars, in combinatie met inkomenseisen.

Door de gelden bij het FBK te concentreren en zodoende prioriteit toe te kennen aan kwaliteit, zouden kunstenaars die niet voldoen aan zekere 'kwaliteitseisen' niet langer een inkomen krijgen. Volgens het VvK is kwaliteit als norm niet te hanteren, omdat 'de kwaliteit van het werk varieert in een langdurige golfbeweging'. 'Als die golf laag is is zullen de beoordelaars van individuele subsidies, maar ook de markt, de kunstenaar weinig waarderen. Juist dan is een beroepskostenvergoeding nodig en juist daarom moet die niet gegeven worden op basis van de kwaliteit van het werk van dat moment', aldus de open brief.