Agressieve solo voor vrouw en voddenbaal

Voorstellingen: Vers la Flamme, door Dansity; choreografie: Pieter de Ruiter. Gezien: 19/11 Concordia, Breda. Herhalingen: 27/11 tot 1/12 Amsterdam. Phoenix Dance Company met choreografieen van Michael Clark, Neville Campbell, Darshan Singh Bhuller, Tom Jobe en Philip Taylor. Gezien: 21/11 Stadsschouwburg, Leiden. Nog te zien: 23/11 Arnhem, 28/11 Breda, 30/11 Emmen.

Twee jaar geleden won Pieter de Ruiter, voormalig danser bij Introdans en het Lyon Opera Ballet, een gedeelde eerste prijs op het eerste Internationale Choreografie Concours in Groningen. Een wat onverwachte eer, want het was eigenlijk een choreografisch debuut. Hoewel hij daarna een geslaagd werk voor de Nieuwe Dansgroep en een niet helemaal uit de verf komende solo in opdracht van het Off Holland Festival maakte, bleef het stil rond De Ruiter.

Het Bredase dansfestival dat nu tot 3 december loopt, gaf De Ruiter een terechte kans zich dan maar met een eigen voorstelling te presenteren, Vers la Flamme. Hij heeft de valkuilen weten te ontwijken waarin zoveel jonge choreografen vallen: te lange balletten met een te geringe spanningsboog, waarin te veel wordt geleund op andere dan danskunstige elementen.

Het was plezierig Notre disque est tordu, waarmee het programma opende, terug te zien. Het is een goed werk dat verdient in het repertoire van de nieuwe dansgroep terug te keren. Nieuw was Avant la Brulure, een tamelijk agressieve solo waarin een vrouw een gevecht levert met een onbeweeglijke, vierkante soort voddenbaal. De bewegingen zijn een mengeling van klassieke vormen en de driftige, swingende impulsen uit de jazzdans. De specifieke danskwaliteiten van de uitvoerster Saskia Matern zijn daarbij een duidelijke inspiratiebron geweest. Matern is een zeer felle persoonlijkheid die in haar dans een grote trefzekerheid paart aan exactheid en gevoel voor details.

Vers la Flamme is een kwartet voor twee mannen en twee vrouwen. Ook hier zijn dynamiek en een bijna bijtende bewegingstaal prominent. Grote, door de ruimte klievende sprongen, kop- en schouderrollen, scherpe en zwaaiende armbewegingen en onstuimig partnerwerk vullen het toneel. Het gebruik van ruimte en licht, de sobere, strakke zwarte kostumering en de compacte compositie doen enigszins denken aan het werk van William Forsythe, maar een klakkeloos kopieren is het zeker niet. De vitale uitvoering deed het fascinerende werk goed tot zijn recht komen.

Belletjes

Meer sympathiek dan echt fascinerend is het programma dat de uit Engeland komende Phoenix Dance Company in Nederland brengt. Aan het louter uit kleurlingen bestaande gezelschap waren in het begin alleen mannen verbonden. Nu zijn er in de tien leden tellende groep ook vrouwen opgenomen. Zij stralen allemaal energie en kracht uit, bewegen licht en ongeforceerd en hebben een redelijke, zij het niet altijd fraai afgewerkte techniek.

De vijf balletten waaruit het programma bestaat, zijn door vijf verschillende choreografen gemaakt en dat biedt in ieder geval afwisseling. Michael Clark, Engelands modieuze enfant terrible, maakte het wat vrijblijvende, nietszeggende werkje Right. Zijn hang naar het excentrieke zat vooral in kostuumdetails: belletjes aan de vingers van de witte handschoenen van de mannen, zwaar vallende draperieen voor het gezicht van de vrouwen.

Interessanter was Schock Absorber van Darshan Singh Bhuller. De dromerige muziek van Johnny Hempson en John Martin, die beelden oproept van glijdende vissen door diepe wateren, wordt gereflecteerd in de vloeiende, ontspannen, heel natuurlijk aandoende bewegingen van de dansers. Er zit veel tilwerk in, dat met een zelfde vanzelfsprekendheid wordt uitgevoerd. Er wordt veelal in paren gewerkt die een harmonieuze verbondenheid uitstralen.

Verrassend sterk kwam Philip Taylors Haunted Passages uit de verf, een stuk dat hij het oorspronkelijk voor de jongere groep van het Nederlands Dans Theater maakte. Hoewel de drie uitvoerenden technisch niet de finesse hebben van hun collega's bij het Nederlandse gezelschap, was hun interpretatie zeer overtuigend. Uit Tainted Love van John Jobe bleek dat een op jazzdans geente stijl de Phoenix-dansers vooralsnog het meest ligt. Vooral de mannen konden hier volop hun flitsende attaque ten toon spreiden.