Advocaat Spong bewierookt zichzelf

In NRC Handelsblad van 17 november staat een bijdrage van redacteur Marcel Haenen waarin wordt beschreven hoe een Columbiaanse drugssmokkelaar door de strafkamer van mijn rechtbank moest worden vrijgesproken omdat het in Brazilie door de rechter-commissaris verzamelde getuigenbewijs niet rechtmatig zou zijn verkregen. Dat kwam, omdat de raadsman, mr. Spong, van de Braziliaanse autoriteiten niet bij het verhoor aanwezig mocht zijn, wat kon leiden tot de onrechtmatigheid van het verkregen bewijs. Vrijspraak dus, conform het pleidooi van Spong. Terecht of niet terecht? Daarover wil ik mij nu niet uitlaten, omdat de officier van justitie tegen die vrijspraak in hoger beroep is gegaan.

Het is begrijpelijk dat Spong en zijn client tevreden zijn met dit vonnis, doch wat mij stoort in het artikel is, dat Spong zich niet ontziet bewust onwaarheden over het optreden van de rechter-commissaris te debiteren.

In april 1990 werd een groep van drugssmokkelverdachten gearresteerd, onder wie de hoofdverdachte, de client van Spong. Zoals zo vaak is het bewijs tegen de hoofdverdachte in drugszaken (die immers veelal op de achtergrond opereert) niet eenvoudig te leveren. Aanwijzingen voldoende, maar nauwelijks bewijs. Uit informatie van de Centrale Inlichtingen Dienst werd bekend, dat er in Brazilie een getuige was, die bewijs kon bijbrengen tegen Spongs client. De rechter-commissaris organiseerde op verzoek van de officier van justitie een getuigenverhoor in Brazilie. De officier van justitie en de drie advocaten, onder wie Spong, zouden meereizen. Een dag of tien voor het vertrek kwam er bericht uit Brazilie: er zou geen sprake kunnen zijn van de aanwezigheid van advocaten bij het verhoor, omdat de getuige via een Nederlandse advocaat (niet Spong) was bedreigd.

De rechter-commissaris stelde zich op het standpunt, dat het in dat geval gezien de jurisprudentie van de Hoge Raad geen zin had om de reis door te zetten.

Officier van justitie en politie drongen er op aan de reis wel te laten doorgaan. Er was niets te verliezen. Zonder de getuigenverklaring zou de verdachte bij gebrek aan voldoende bewijsmateriaal uit de voorlopige hechtenis moeten worden ontslagen.

De rechter-commissaris heeft de advocaten, dus ook Spong, van de Braziliaanse weigering op de hoogte gesteld. Op de mededeling van de rechter-commissaris, dat dit uiteraard de waarde van de getuigenverklaring niet ten goede zou komen, antwoordde Spong letterlijk: 'U hoort mij ook niet klagen'. De raadslieden, en dus ook Spong, hebben, omdat zij het verhoor niet zouden mogen bijwonen schriftelijk vragen aan de rechter-commissaris opgegeven, opdat die vragen aan de Braziliaanse getuige zouden kunnen worden voorgelegd.

Omdat de advocaten niet zouden meereizen, heeft ook de officier van justitie terwille van de 'equality of arms' van deelname afgezien.

Spong is toch naar Brazilie afgereisd, niet tezamen met de rechter-commissaris, zoals in het artikel staat, maar op eigen gelegenheid en in de zekerheid dat hij het verhoor niet zou mogen bijwonen. Dat mr. Spong, naar eigen zeggen, 'handenwrijvend in zijn zwembroekje aan de rand van het zwembad zat te hopen, dat hij niet door de rechter-commissaris zou worden opgebeld om het verhoor alsnog bij te wonen', doet wat merkwaardig aan in het licht van de omstandigheid, dat volledig vaststond, dat Spong het verhoor niet mocht bijwonen, nog daargelaten, dat de rechter-commissaris op de dag van het verhoor (19 juli 1990) geen idee had waar Spong zich bevond.

Spong beschuldigt de rechter-commissaris ten onrechte van slordigheid. Zou zij niet naar Brazilie zijn gegaan, of zou zij geweigerd hebben het verhoor te doen houden buiten aanwezigheid van Spong, dan zou de verdachte zonder enige hulp van Spong in vrijheid zijn gesteld.

Nu het verhoor wel is gehouden en daarbij ook het gros van de schriftelijk opgegeven vragen van de raadslieden aan de orde is geweest, was er in elk geval de kans dat er bewijs zou kunnen worden geleverd. Dat uiteindelijk de rechtbank het bewijs niet heeft willen aanvaarden is een risico, dat door alle betrokkenen, officier van justitie, rechter-commissaris en advocaat is voorzien.

Het staat Spong uiteraard vrij zichzelf te bewieroken, maar ik heb er bezwaar tegen dat hij daarbij de deskundigheid van de rechters van mijn rechtbank in het geding brengt.