Thatcher vecht met alles wat ze heeft

LONDEN, 21 nov. De koelere hoofden onder de verhitte koppen van parlementariers en politieke waarnemers, die gisteravond samendrongen voor commissiekamer 12 in het Paleis van Westminster, vroegen zich af wat hier eigenlijk gaande was. Hier keerde een politieke partij, die drie achtereenvolgende verkiezingsoverwinningen en hervonden internationale statuur te danken had aan een figuur, Margaret Thatcher, zich voor 45 procent tegen die eerste-minister. En wat de leiding van de Conservatieve Partij steeds gevreesd had, werd werkelijkheid: hier zette zich het 'nachtmerrie-scenario' in, waarbij Thatcher, met vier stemmen te weinig naar believen 'bijna gewonnen' dan wel 'bijna verloren' had. Hier werd een ongewenste tweede ronde van de strijd om het leiderschap ingeluid, die hoe de uiteindelijke uitslag ook zal zijn de verdeeldheid in de partij nog een week langer genadeloos bloot zal leggen. En hoe weinig de kiezers een verdeelde partij liefhebben, dat hebben de Tories juist elf jaar lang aan het lot van Labour kunnen demonstreren.

Harer Majesteits Loyale Oppositie, die al weken lang niet anders te doen heeft dan vergenoegd toekijken hoe de Conservatieven zichzelf te gronde richten, was er als de kippen bij om het mes in de wond om te draaien. Jack Cunningham, schaduwfractievoorzitter voor Labour in het Lagerhuis werd uitgejouwd door de Tories, toen hij een motie van wantrouwen in de regering toelichtte met de woorden: 'Aangezien het duidelijk is dat de premier de steun heeft van maar 204 parlementariers en Neil Kinnock (de Labourleider) de steun heeft van 227 MP's, behoort mevrouw Thatcher nu af te treden. Het is duidelijk dat er nu niet en nooit meer een eerlijke meerderheid zal zijn voor de beleidsdaden van de premier.' En Neil Kinnock zelf herhaalde zijn oproep tot algemene verkiezingen omdat Groot-Brittannie door de interne strijd binnen de Conservatieve Partij 'leiderloos' is.

Machiavelli is nooit ver weg in wat de meest dramatische week in de Britse politiek van deze generatie wordt genoemd. Labour weet heel goed dat de Tories zich alleen door zichzelf, en zeker niet door de oppositie zullen laten verdelen. Morgenmiddag zullen zij zich dus eensgezind achter Margaret Thatcher scharen en de motie van wantrouwen verwerpen. Wanneer Thatcher daaraan in haar strijd tegen Heseltine kracht ontleent, is dat Kinnock en de zijnen welkom. Thatcher als haat-object is de beste garantie voor Labour om de verkiezingen te winnen. Haar vertrek ten gunste van een Heseltine, laat staan een Hurd, een Howe of ramp ten top Major, maakt dat de discussie opeens weer over inhoudelijke politiek moet gaan.

De Tories zelf lijken vooral verbijsterd, en daarna pas boos over de chaos waarin ze zichzelf hebben gemanoevreerd. De regel dat de partijleider zich jaarlijks opnieuw verkiesbaar stelt, is ingevoerd om te voorkomen dat de spreekwoordelijke 'heren in grijze pakken', die de jaren vijftig en zestig de dienst uitmaakten, in de beslotenheid van een met sigarenrook gevulde kamer onder elkaar uitmaken aan wie de eer te beurt valt. Dat het democratisch proces tot ondermijning van de fungerende premier kan leiden, is nooit echt voorzien en brengt sommige Conservatieven ertoe nu te pleiten voor het veranderen van de regels.

Margaret Thatcher ondertussen reageert op de manier die van haar te verwachten valt: vechtend, met alles wat ze heeft. Barbara Castle, de voormalige Labourminister in de kabinetten van Harold Wilson, heeft in haar politiek dagboek opgemerkt dat Margaret Thatcher bijna erotisch gestimuleerd raakt door het gevecht en de wil om te winnen. Dat was opnieuw zichtbaar in de manier waarop de leidster van de Conservatieven gisteravond, pal na het bekend worden van de uitslag, de trappen van de Britse ambassade in Parijs afdaalde, met die merkwaardig glijdende gang naar de wachtende journalisten stapte en op een toon, of het een intieme bekentenis betrof, haar hernieuwde kandidatuur aankondigde.

Al met al was die onverwachte, prompte aankondiging opnieuw een bewijs van de stijl van optreden van de eerste minister, die binnen haar kabinet en haar partij tot zoveel kritiek aanleiding heeft gegeven. Want zoveel werd vanmorgen wel duidelijk: voor camera en microfoon belijden partijleiding en kabinetscollega's hun solidariteit met de kandidatuur van Margaret Thatcher, maar onder vier ogen geven zefs haar campagneleiders toe dat de premier met geen van haar medestanders heeft overlegd over dit besluit. Die autoritaire manier van doen, een van de oorzaken van de crisis waarin de Conservatieven zich nu bevinden, wordt opnieuw in strijd geacht met het belang van de partij op iets langere termijn. Premier Thatcher mag dan op papier willen winnen hoe groot de schade aan haar persoonlijke reputatie ook het belang van de partij eist vooral dat de strijd om het leiderschap beslist wordt op een manier die verzoent en de verdeeldheid overbrugt. De uren die de Britse Conservatieve Partij scheiden van morgen twaalf uur plaatselijke tijd, de sluiting van de kandidaatstelling, kunnen daarom beslissend zijn voor haar toekomst als voortgezet draagster van regeringsverantwoordelijkheid.

Sir Geoffrey Howe, de man die vorige week bekende zijn loyaliteit aan de natie niet langer te kunnen verenigen met zijn loyaliteit aan partijleider Margaret Thatcher, heeft tot nu toe gezwegen. Douglas Hurd en John Major betonen zich tot nu toe gebonden aan hun belofte om niet uit te komen tegen de voorzitster van hun eigen kabinet. Dat Michael Heseltine zich in het belang van de partij zal terugtrekken als kandidaat is ondenkbaar. Zijn hele kandidatuur berust op de stelling dat de Conservatieven alleen onder zijn leiding Labour kunnen verslaan in de komende verkiezingen.

Als alles bij het oude blijft brengt de komende week dus een herhaling van de tweekamp Thatcher-Heseltine, waarbij voor elk van de twee een simpele meerderheid voldoende is om te winnen. Als Heseltine wint zal een gedeelte van de partij (de rechter-vleugel, plus een aantal parlementariers met persoonlijke afkeer van Heseltine) grote moeite hebben zijn leiding te accepteren. Als Thatcher wint is dat altijd in het besef van de uitslag van gisteren. De koppenschrijvers in de Engelse pers vanmorgen preluderen nu al op haar reputatie dan: 'aangeslagen', 'dodelijk getroffen' en 'Thatcher tijdperk loopt ten einde'.