STRIJD OM EILANDENRIJK

Indonesie is momenteel het slagveld waar Unilever, Procter en Gamble, Colgate Palmolive en andere multinationals strijd leveren om de markt van de 180 miljoen consumenten, op twee na de grootste markt in Azie. Het weekblad Far Eastern Economic Review schrijft dat het er daarbij vooral om gaat de leidende positie van Unilever in Indonesie aan te tasten. Volgens het blad had de onderneming in 1989 in dat land 278 miljoen dollar aan inkomsten: meer dan tien keer zoveel als de naaste concurrenten. De strijd speelt zich vooral af op Java met 109 miljoen consumenten en Sumatra met 38 miljoen mensen.

Indonesie is volgens het blad interessant geworden door het eonomische liberaliseringsprogramma, dat samen met andere hervormingen een begin van nieuwe welvaart heeft gebracht. Vorig jaar groeide de Indonesische economie met 6,2 procent, de grootste toename sinds 1982. Procter en Gamble en andere concurrenten sparen kosten noch moeite om hun marktaandeel te verstevigen door middel van dure reclamecampagnes. Volgens het blad haalt dit weinig uit omdat de kwaliteit van de distributie in een eilandenrijk als Indonesie van oudsher veel belangrijker is dan reclame. Goede relaties met de Indonesische groothandel zijn daarom essentieel. Die belangrijke factor is volgens het blad in het voordeel van Japanse ondernemingen als Kao en Lion, die van huis uit gewend zijn aan gecompliceerde distributieketens. Zij zijn het die Unilevers dominante positie op de langere termijn kunnen bedreigen.

Business Week

Binnen een jaar of tien is de helft van de Amerikaanse detailhandel uitgeschakeld. De economie staat volgens het Amerikaanse weekblad Business Week aan de vooravond van een recessie. De klanten blijven weg, de schuldenlast van de ondernemingen blijft groeien, de verkoop daalt en de voorraden groeien. Deze ontwikkelingen worden bevestigd door een enquete van het blad in samenwerking met Harris Poll. Meer dan de helft van de ondervraagde personen is van plan minder te kopen dan vorig jaar. Bijna de helft van de geenqueteerde consumenten besteedt nu al minder tijd aan winkelen, omdat zij teveel schulden en te weinig tijd hebben.

Het probleem van de overcapaciteit aan winkelruimte overschaduwt echter alle andere moeilijkheden, meent het blad. Er is domweg teveel winkeloppervlakte. Elke Amerikaan heeft bijna zes vierkante meter winkelruimte tot zijn beschikking. Tussen 1986 en 1989 groeide het aantal winkelcentra met 22 procent terwijl het winkelend publiek slechts met drie procent groeide. Algemeen is men er volgens het blad over eens dat dure en goedkope winkels weinig gevaar lopen maar dat vooral de middenmoot het loodje zal leggen. Dat komt doordat juist de koopkracht van de middengroepen sterk is verminderd. Zelfs als de economie weer aantrekt zal het niet meer worden zoals het geweest is, omdat de Amerikaanse consument overvoerd is. Volgens recent marketingonderzoek vindt tachtig procent van de Amerikaanse vrouwen winkelen een vervelende noodzaak. Om de klant tevreden te houden, zijn nieuwe investeringen nodig die voor ondernemingen met veel schulden onbetaalbaar zullen blijken te zijn, zo voorspelt het blad.

The Economist

Naarmate de kans op een recessie groter wordt, komen de EG-lidstaten meer in de verleiding het nationale bedrijfsleven te subsidieren of anderszins te bevoorrechten boven de internationale concurrentie. Want veel Westeuropese landen leven niet volgens het privatiseringsevangelie dat zij in Oost-Europa preken. Het Britse weekblad The Economist voorspelt daarom harde conflicten met de Europese Commissie met haar streven naar een Europa zonder grenzen. De Franse overheidsbedrijven bij voorbeeld zijn goed voor een derde deel van het bruto nationaal produkt en hebben ongeveer een miljoen mensen in dienst. De Italiaanse staatsbedrijven hebben 550.000 werknemers in dienst. En de staatsbedrijven in Spanje nemen negen procent van het BNP voor hun rekening. De grootste houdstermaatschappij van de Spaanse staat, INI, heeft volgens het blad een staf van 150.000 mensen. Ondanks het harde optreden van Sir Leon Brittan, de Europese commissaris voor concurrentie, is deze situatie in de jaren tachtig weinig veranderd. De overheidssteun is in de EG-landen in de periode van 1981 tot 1988 maar weinig verminderd: van 85,2 miljard tot 82,3 miljard Ecu per jaar. Brittan eist nu dat de staatsondernemingen financiele verantwoording afleggen aan de commissie zoals particuliere bedrijven dat voor hun aandeelhouders doen. Als vooral Frankrijk en Italie geen water bij de wijn willen doen, blijft Europa 1992 volgens het blad een mooie droom.