'Strajk' is het sleutelwoord in Katowice; Als de mijnen niet draaien valt de stroom uit, draaien ze wel dan vergiftigen ze Polen

KATOWICE, 21 nov. Vanaf enige afstand lijkt het centrum van de Poolse mijnstad Katowice te zijn versierd met een levensgroot portret van Lenin of een andere vader van het communisme. Een besnorde man kijkt ernstig met een vooruitziende blik over de hoge gebouwen die zwart zijn uitgeslagen door het roet van de mijnen. De artistieke stijl is onmiskenbaar het socialistisch realisme, de stijl die ooit de metershoge portretten in Moskou kenmerkte in de dagen dat het communisme voor sommigen identiek was met een betere wereld. Socialistisch realisme in Katowice, een stad waar de mijnwerkers zich laven aan de woorden van de paus in Rome? Het lijkt ondenkbaar, het is onmogelijk. Een blik van dichtbij en het opschrift lossen het raadsel op: 'Wybieramy Lecha', 'wij stemmen op Lech'. In Katowice melden nieuwe leiders zich in oude jassen.

'Walesa moet president worden, anders komen de mijnwerkers in opstand, ' zegt een stakingsleider in de kolenmijn Zofiowka, die ter ere van de Sovjet-bevrijding ooit de naam 'Manifest Lipcowe' kreeg. De naam is onlangs veranderd, het werk in de kolenmijn is neergelegd, strajk is het sleutelwoord. 'We verdienen steeds minder, de mijnen worden bedreigd met sluiting. De regering in Warschau bestaat uit een aantal profiteurs. Lech moet hard tegen hen optreden, hij moet ze wegwerken.' De mijnwerkers spreken over Walesa alleen in superlatieven. 'Hij begrijpt ons, hij praat met ons, hij zal ons helpen, ' zegt Grzegorz Stawski, de plaatselijke leider van Solidariteit, die een dag tevoren in Warschau met de regering heeft onderhandeld over hogere lonen. 'Wij hebben ze gevraagd het budget open te breken, meer geld voor de mijnbouw uit te geven.' Maar minister van financien, Leszek Balcerowicz, hield de vinger op de knip en zijn collega van sociale zaken, Jacek Kuron, had alleen troostende woorden. 'Iedereen in Polen heeft recht op meer, maar wij hebben niets meer. Het geld is op en als wij het bijdrukken wordt het waardeloos.' Teleurgesteld keerde Stawski terug naar het Zuidpoolse Katowice, volgens de Polen het Katanga van Europa.

Het begint te broeien in Katowice. In de meeste mijnen werd het werk neergelegd, voor een paar uur zoals in de Kopalnia Wujek, een mijn met een traditie van strijd. Vlak na de staat van beleg in december 1981 werden er negen mijnwerkers door militairen doodgeschoten. Hun helmen hangen symbolisch bij de poort van het complex. En in Zofiowka werd het werk de hele dag neergelegd uit protest tegen de regering van 'de nieuwe zakkenvullers' in Warschau. 'Waarom stem ik op Lech Walesa?', zegt Stawski in zijn hoofdkwartier bij de mijningang die is omgeven met vlaggen van Solidariteit. In zijn werkkamer hangen portretten van Walesa en generaal Jozef Pilsudski die in de jaren twintig een autoritair regime in Polen vestigde. 'In Warschau is weer een nieuwe elite aan de macht gekomen. De linkse intellectuelen glippen weer door de mazen van het net, met mensen als Adam Michnik en Bronislaw Geremek. Walesa verzet zich tegen deze status quo, hij zal ze uitschakelen.'

Volgens Stawski neemt de regering de mijnbouw niet serieus: de subsidies zijn verminderd, de kolenprijs is verzesvoudigd en de produktie is gedaald van 190 miljoen ton in 1987 tot minder dan 150 miljoen ton dit jaar. 'We worden zo in het faillissement gedreven. De exploitatie wordt steeds duurder, de kolen zitten steeds lager. Hoe dieper we graven, hoe warmer het wordt voor de mijnwerkers. Wie kan dat volhouden?' Volgens Stawski kan het probleem makkelijk worden opgelost. Als van de ruim zeventig mijnen circa vijftien onrendabele worden gesloten, kunnen de anderen met subsidies blijven doorgaan. 'Nu heeft Warschau voor alle mijnen de subsidies verminderd, zowel voor de goede als de slechte. Zofiowka is een goede mijn, wij lijden onder de slechte. Zodra er weer subsidies komen, zijn wij rendabel.' Stawski kan niet begrijpen dan een goede mijn volgens de regels van de markteconomie juist helemaal geen subsidies nodig heeft. 'Privatisering en sluiting. Het zijn de immorele dreigementen van de regering. Ze willen ons verstikken', zegt hij.

En verstikken doen de bewoners in de provincie Katowice, die vrijwel alle kolen van het land produceert. De zon valt in het centrum van Katowice niet op het grote portret van 'heilsbrenger' Lech Walesa want de zon is nooit te zien. Boven Katowice hangt altijd een grauwe sluier. De lucht is zwaar, gevuld met de vele tonnen zwavel en stof. De mijnwerkers zorgen voor de kolen die worden verstookt in de nabijgelegen energiecentrales en de gigantische staalfabrieken als Huta Katowice, terwijl dagelijks duizenden vrachtwagens steenkool over de semi-autosnelweg richting Warschau landinwaarts vervoeren. Als de kolenmijnen niet draaien valt in Polen de stroom uit, maar als ze draaien vergiftigen ze land en volk. De rokende schoorstenen, de industriele gezwellen zorgen voor de menselijke gezwellen: het aantal gevallen van kanker ligt in Katowice dertig procent hoger dan in andere delen van Polen, en de gevallen van beschadigde ademhalingsorganen vijftig procent. Katowice is de rottende plek in een verziekt land, want voor de rest van de Polen ziet het er niet veel beter uit: volgens medische experts zal een kwart van de bevolking aan het eind van deze eeuw lijden aan 'milieuziektes'.

Zo loopt de rivier de Vistula dwars door Polen. In Katowice komt het vuil in het water terecht, terwijl in Warschau nog wordt geprobeerd drinkwater te maken uit dezelfde biologisch dode Vistula. Katowice vervuilt zichzelf, het vervuilt de bewoners van Warschau en veroorzaakt ook veertig procent van de luchtvervuiling in Zweden. Maar Katowice heeft weinig keus: verpauperen of vergiftigen. Bij dergelijke opties treft een 'heilsbrenger' gewillige oren.

'Het wonen is Katowice is fatalny, ' zegt Stanislaw Jablonski, de directeur van de kolenmijn. 'Veel babies worden dood geboren, de kinderen krijgen bronchitis, de mijnwerkers worden invalide. Ze kruipen urenlang op hun knieen om de kolen van mijnwanden te krabben die niet hoger zijn dan tachtig centimeter.' Volgens Jablonski staat Polen met de rug tegen de muur. De kolen zorgen voor 82 procent van de energie, er is geen alternatief. Polen heeft niet voldoende gas zoals Nederland dat in de jaren zestig de mijnen dichtgooide. En het heeft al evenmin atoomenergie zoals Frankrijk en Belgie die veel mijnen sloten. De bouw van 's lands eerste atoomcentrale in Zarnowiec werd gestopt. Het geld is op. 'We hebben moderne technologie nodig voor de verwerking van kolen, we moeten energie-besparende technieken toepassen, we moeten filters in de schoorstenen bouwen. We weten het, maar wie betaalt het? Onze nationale schuld bedraagt 46 miljard dollar.'

De mijnwerkers in Katowice raken ongeduldig: ze willen niet ziek worden, maar ook niet werkloos. 'Ik kan de stakers begrijpen. Het is een signaal, een noodsignaal. We hebben duizenden brieven en telexen naar Warschau gestuurd. Geen antwoord.' De naam van Mazowiecki stuit in de mijnen op weinig sympathie, Walesa is er de grote held, de hoop op een betere toekomst 'Als Mazowiecki president wordt, zullen de mijnwerkers hem wegstaken, ' zegt Jablonski sceptisch. 'De overwinning van Walesa is nu nodig om de sociale rust te herstellen. Maar als hij is gekozen, zullen de mijnwerkers snel teleurgesteld zijn: Katowice blijft doorrotten, nog jarenlang.'