Senaat gaat akkoord met ouderschapsverlof

DEN HAAG, 21 nov. Mannen en vrouwen die ten minste een jaar bij een werkgever in dienst zijn en kinderen hebben jonger dan vier jaar, kunnen vanaf 1 januari ouderschapsverlof opnemen. De Eerste Kamer ging gisteren akkoord met de Wet op het Ouderschapsverlof, die dit mogelijk maakt.

Het ouderschapsverlof bestaat uit een onbetaald deeltijdverlof van maximaal zes maanden en geldt zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid. De wekelijkse arbeidstijd kan in die periode worden teruggebracht tot ten minste 20 uur. Beide ouders kunnen ieder afzonderlijk gebruik maken van het ouderschapsverlof. Het mag worden opgenomen totdat het kind naar de basisschool kan.

Over de verlofuren wordt geen loon doorbetaald. Na afloop van het verlof dient weer het oude aantal uren te worden gewerkt, tenzij werkgever en werknemer anders overeenkomen. Het opnemen van ouderschapsverlof kan nooit reden zijn voor ontslag.

Alleenstaanden wier inkomen door het opnemen van ouderschapsverlof onder het sociaal minimum komt, hebben recht op aanvullende bijstand. Voor twee-oudergezinnen is die mogelijkheid er niet, omdat twee ouders hun werkverdeling zo kunnen afstemmen dat het gezin niet onder het bestaansminimum hoeft te komen.

Het tijdelijk lagere inkomen als gevolg van het ouderschapsverlof heeft geen gevolgen voor de verplichte ziekenfondsverzekering. Wanneer het inkomen onder de loongrens van het ziekenfonds komt (ongeveer 50.000 gulden bruto) komt, ontstaat geen plicht naar het ziekenfonds over te stappen.

Werknemers die tijdens het verlof ziek worden, ontvangen een ziektewetuitkering die 70 procent van het loon bedraagt dat tijdens het ouderschapsverlof wordt verdiend. Wie tijdens het verlof werkloos wordt, kan een uitkering krijgen op basis van het loon dat voor het ouderschapsverlof werd verdiend.

In februari begint de overheid een voorlichtingscampagne over het ouderschapsverlof.