Scandinavische folklore opnieuw inspiratiebron

Het Residentie Orkest, De Scandinavische serie, De folklore voorbij. Radio 4, 20.02-21.45 uur.

Het Residentie Orkest is vorige maand begonnen aan een omvangrijke Scandinavische serie: zes marathonconcerten waarbij zowel oudere als nieuwere muziek wordt gespeeld. Vanavond zendt de Avro via Radio 4 het grootste deel uit van het eerste concert, onder het motto De folklore voorbij. Er klinken minder bekende composities van oude musici als Grieg en Sibelius, maar het hoogtepunt van het concert is een juist zeer folkloristisch stuk van de in 1957 geboren Zweedse componiste Karin Rehnqvist, daterend van verleden jaar!

Historie en heden lijken in Scandinavie minder streng gescheiden dan bij ons, soms lopen ze bijna geheel vanzelfsprekend in elkaar over. Al is de de periode van de op de volksmuziek gebaseerde nationalistische laat-romantiek in Scandinavie geschiedenis, de volksmuziek is daarmee niet afgeschaft. In het noorden leeft de folklore nog door in bijna ongerept isolement en vormt nu opnieuw een inspiratiebron voor de gecomponeerde muziek.

In Puksanger-lockrop laat Karin Rehnqvist twee zangeressen optreden als herderinnen die hun vee met harde, doordringende 'oer'-kreten lokken en bijeenroepen. Die fascinerende ongecultiveerde krachtige muziek, die nog stamt uit de middeleeuwen, is volkomen authentiek en puur natuur, ook al lijkt die soms over te gaan in een soort vroeg-Gregoriaans.

Wat Rehnqvist eraan componeerde is nauwelijks meer dan de echowerking van de natuur: kleine verschuivingen, begeleid door een soms dreigend en onheilspellend klinkende paukenist, die even later liefelijke koeiebellen imiteert. Het Haagse publiek was buitengewoon enthousiast over deze aansprekelijke pastorale.

Maar even later draaide Rehnqvist die euforie over deze plezierige 'hedendaagse' muziek op eenvoudige en doeltreffende wijze om met Davids Nimm voor drie zangeressen. Ze zingen muziek waarvan de noten ontstonden door te noteren wat te horen was toen een bandje met een opname van een Zweedse polska achterstevoren werd afgedraaid. De melodie verandert dan plots in losse trekkerige noten van het voormalige avantgardistische type piep-piep-knor.

De boodschap van Rehqvist lijkt dubbelzinnig: tussen 'oud' en 'modern', tussen folklore en gecomponeerde muziek is de afstand in wezen nul: ze staan rug aan rug. Alleen omdat het origineel van de 'verkeerde' kant beluisterd wordt, lijkt het verschil vroeger en nu maximaal. Men zou daaruit kunnen afleiden dat we op de verkeerde weg zijn en terug moeten. Maar tegelijkertijd bewijst Rehnqvist ook dat men de tijd niet moet terugdraaien en de loop der muziekgeschiedenis niet kan keren.