'Niks geen zwaar weer, het gaat goed'; Publieke opinie wordt rijp gemaakt voor verhoging lastendruk

DEN HAAG, 21 nov. De Nederlandse economie zal volgend jaar met iets meer dan twee procent groeien. Dat is een heel net cijfer, dat niet te typeren is als zwaar weer. Hoewel de ene na de andere minister de laatste weken doet alsof Nederland opeens aan de rand van de afgrond staat en probeert Erwin Kroll de loef af te steken met het aankondigen van guur, zwaar en slecht weer, gaat het gewoon goed met Nederland.

Dit zei drs Th. A. J. Meys lid van de raad van bestuur van de ABN Amro Bank gisteren op de algemene ledenvergadering van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen in Den Haag.

Meys zei zich niet aan de indruk te kunnen onttrekken dat het verbale geweld uit Den Haag van de laatste weken bedoeld is als 'Seelenmassage' om de publieke opinie geleidelijk rijp te maken voor lastenverhogingen. Minister Kok deed drie weken geleden in Scheveningen alvast een appel op het incasseringsvermogen van de Nederlandse burger. Volgens Meys is dat in gewoon Nederlands een verzoek om alvast maar de portemonnee te trekken.

Meys wees erop dat het denken in Den Haag wel heel plots is omgeslagen, zonder dat er in de echte economie iets gebeurde. In de Miljoenennota van september toonden dezelfde ministers die nu zwaar weer voorspellen nog een opmerkelijk optimisme. 'Sommige verantwoordelijke politici sloegen elkaar op de schouder en hadden het over een 'verfrissend' beleid, ' aldus Meys, 'terwijl de begroting weinig solide was.' Kritiek van economen werd afgewimpeld. Zelfs de waarschuwing van Duisenberg voor tegenvallers van 15 miljard in de Rijksbegroting werd luchtigjes terzijde geschoven. De minister-president meende te moeten opmerken dat 'een dergelijk geluid verwacht kon worden als de blaren weer van de bomen vallen.'

Thans is het kabinet wakker geworden en dreigt de stemming door te slaan naar de andere kant, aldus Meys. Terwijl er sinds het verschijnen van de Miljoenennota echt geen schokkende nieuwe feiten aan het daglicht zijn gekomen, zoals ook het Centraal Planbureau en de Oeso stellen.

Volgens Meys gaat het om een probleem binnen de overheidsfinancien dat toch via lastenverhoging dreigt te worden aangepakt, terwijl de economie het goed doet en het bedrijfsleven geen slecht figuur slaat ondanks de in het nieuws komende problemen bij bijvoorbeeld Philips, Daf, Volvo Car en KLM.

Vorig jaar nam de winst van aan de beurs genoteerde ondernemingen nog met 30 procent toe. Dit jaar zal de totale winst van de beursgenoteerde ondernemingen met 15 a 25 procent dalen, maar die daling zit grotendeels in incidentele tegenvallers bij een beperkt aantal grote bedrijven. Als die tegenvallers echt incidenteel zijn zal de winst van de beurs-NV's volgend jaar zelfs weer behoorlijk kunnen toenemen, aldus Meys, die voor volgend jaar een rentabiliteit op het eigen vermogen van de beurs-NV's voorspelt van 14 procent. Wat we dit jaar zien, los van de incidenten, is een afvlakking van de winstgroei, maar nog steeds een duidelijke groei van de winsten, aldus Meys.

Natuurlijk zijn er door de tegenvallende economische groei in de Angelasakische landen en de Golf-crisis risico's, maar Nederland is relatief juist heel goed in staat die op te vangen, meent Meys. Hij wijst erop dat Nederland bij een stijging van de olieprijs in een relatief comfortabele positie verkeert. De export van ons aardgas levert op dit moment evenveel op als de invoer van olie kost. Omdat de aardgasprijs zij het met enige vertraging gekoppeld is aan de olieprijs, zal de totale Nederlandse economie niet door een ruilvoetverlies worden getroffen. Wel is het zo dat een stijgende olieprijs leidt tot een binnenlandse herverdeling van middelen: de aardgasbaten komen grotendeels bij de overheid terecht, terwijl bedrijven en gezinnen de hogere olieprijs op moeten brengen.

Reden te meer voor lastenverlaging in plaats van voor lastenverhoging, waarvoor de publieke opinie nu via de 'zwaar-weer-verhalen' wordt warmgemaakt. Meys: 'In theorie ligt hier een mooie taak voor onze regering. Door belastingverlaging kan zij de stijgende energielasten voor bedrijven en gezinnen gedeeltelijk compenseren.'

Natuurlijk zal de Nederlandse economie bij hogere olieprijzen en hogere rentevoeten wel getroffen worden doordat die repercussies zullen hebben voor de wereldhandel. Het is volgens Meys daarom van belang dat de loonstijging beperkt blijft. Hij signaleert dat het bedrijfsleven daarbij uit onverdachte hoek wordt geholpen. Omdat iedereen de koppeling tussen de lonen in het bedrijfsleven en de ambtenarensalarissen en uitkeringen wil handhaven, moet de loonstijging wel beperkt blijven. De overheid heeft immers geen geld voor hogere ambtenarensalarissen en uitkeringen. Meys wijst erop dat de overheid ervoor moet waken niet zelf de koppeling in gevaar te brengen. Lastenverhoging leidt immers onherroepelijk tot hogere looneisen. Laat de overheid daarom beginnen met lastenverlaging, aldus Meys. Allereerst door de in het regeerakkoord aangekondigde BTW-verlaging doorgang te laten vinden.