HET ONVERMOGEN VAN DE BANKEN; Allianties met verzekeraars uitvloeisel van financiele revolutie

De slag om het spaargeld tussen banken, verzekeraars en andere beleggingsinstellingen verhevigt zich. Geld wordt schaarser en de stijgende rente kan de 'kredietbom' doen barsten. De positie van de banken is verzwakt. De vorming van financiele conglomeraten is een middel om terrein terug te winnen.

De recentelijk aangekondigde fusies tussen verzekeraars en banken, zoals die tussen Nationale-Nederlanden en NMB Postbank, weerspiegelen de revolutie die al langer in de financiele wereld gaande is. Een revolutie die onder andere een eind heeft gemaakt aan het vanzelfsprekende sparen bij de bank en die de schotten tussen financiele instellingen heeft geslecht.

Terwijl de slag om het spaargeld in volle gang is, ziet de markt een nieuw fenomeen op zich afkomen. 'Voor de jaren negentig is niet de olieschaarste het grote probleem, maar de geldschaarste', zegt de Tilburgse hoogleraar geld-, krediet- en bankwezen prof. dr. J. J. Sijben (51).

Japan en Duitsland zijn de belangrijkste internationale financiers maar hebben door interne omstandigheden steeds meer geld voor zichzelf nodig. Ondanks dit dalende aanbod gaan de Verenigde Staten door met grootscheepse leningen in het buitenland. En de wederopbouw van Oost-Europa en de Sovjet-Unie kost veel geld, evenals de infrastructuur in het vrijere Europa.

De spaarder merkt de toegenomen vraag naar geld aan de hoge rente op zijn spaarrekening. Huizenbezitters echter zijn door de gestegen hypotheekrente minder gelukkig af. De zogeheten reele rente - na aftrek van inflatie - is lange tijd niet zo hoog geweest.

Banken en verzekeraars moeten steeds harder concurreren voor elke spaargulden. Een concurrentieslag die eigenlijk al dateert van begin jaren tachtig. Levensverzekeraars en beleggingsinstellingen bieden alternatieve spaarvormen aan en zuigen zo spaarders weg bij de banken. De verkoop van verzekeringen is in de tweede helft van de jaren tachtig snel gestegen en vormt met 349 miljard dollar in Europa al zes procent van het totale Europese bruto nationaal inkomen. Daarnaast hebben in de hele wereld de effectenbeurzen in de tweede helft van de jaren tachtig bij de spaarders aan populariteit gewonnen.

In Europa reageren de banken op deze ontwikkelingen door ook zelf beleggingen en verzekeringen aan te bieden of samen te werken met verzekeraars en effectenhandelaren. In Japan en de Verenigde Staten bestaat nog een wettelijk verbod op dergelijke bondgenootschappen. Een verstrengeling van banken en verzekeraars is in de VS verboden door de Glass-Steagall Act. Deze dateert uit de jaren dertig en was een reactie op de grote beurskrach. In Nederland is samenwerking tussen banken en verzekeraars sinds begin dit jaar toegestaan.

De Europese verzekeraars zoeken hun heil in schaalvergroting en de laatste tijd steeds vaker in allianties met banken. Banken bieden hun de infrastructuur (kantorennet) om hun verzekeringsprodukten aan de man te brengen.

Conglomeraten

De vorming van financiele conglomeraten moet in Europa nog goed op gang komen. In een vorige week gepubliceerde enquete voorspelden de directies van 420 verzekeraars voor de jaren 1993-1995 een hoogtepunt in de fusiegolf in het Europese verzekeringswezen. Gerekend naar premie-inkomen zijn van de vijftien grootste verzekeraars in de wereld er acht Japans, zes Amerikaans en is er slechts een Europees (het Duitse Allianz).

Het vaste fundament onder de anders zo behoedzame financiele wereld begon in de jaren zeventig scheuren te vertonen. Het loslaten van de vaste wisselkoersen en twee oliecrises brachten onzekerheid.

Begin jaren tachtig liep de rente als gevolg van een hoge inflatie sterk op. Mexico kondigde in augustus 1982 aan dat het niet meer aan zijn renteverplichtingen kon voldoen. De schuldencrisis was een feit en zou voor de Amerikaanse banken grote gevolgen hebben omdat vooral zij aan de niet betalende Zuidamerikaanse landen geld hadden uitgeleend. In 1984 moest Continental Illinois, naar grootte de achtste bank van de VS, van de ondergang worden gered.

Professor Sijben: 'Het vertrouwen in de banken was bij de geldverschaffers geschaad. Deze gingen daardoor naar andere bestemmingen voor hun spaargeld zoeken.' Over de hele wereld ondervonden de banken toenemende concurrentie. 'In de jaren zeventig werden de geldoverschotten van de olielanden vooral bij internationale banken geplaatst en uitgeleend. De huidige overschotlanden hebben veel meer de neiging buiten de banken om geld uit te lenen. Zo lenen Japanse levensverzekeraars direct aan de Amerikaanse overheid en bedrijven. Dat is de zogeheten securitisation of effectisering.'

De banken verzorgden volgens een ruwe schatting van Sijben in de jaren zeventig nog tachtig procent van de internationale kredietverlening. Dat was halverwege de jaren tachtig nog maar twintig procent. Inmiddels heeft het marktaandeel van de banken zich weer enigszins hersteld tot ongeveer de helft van de internationale krediettransacties. De rest bestaat uit staatsobligaties en ander verhandelbaar schuldpapier waarmee instellingen direct bij de beleggers lenen, waaronder verzekeraars en pensioenfondsen.

Solvabiliteitseis

Met het oog op onmiskenbare verzwakking van het bankwezen, nam de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) - het overlegorgaan in Bazel van de centrale banken van de grote industrielanden - in 1988 maatregelen. Sijben: 'Voor die tijd was een trend van deregulatie op gang gekomen. De laatste jaren zie je bij de centrale banken opnieuw een roep om regulering. De slinger beweegt zich weer in de andere richting.'

Over zes weken, met ingang van 1991, moeten alle internationale banken op voorschrift van de BIB 7,25 procent van hun uitstaande risicodragende leningen gedekt hebben met eigen vermogen. Dit vereiste solvabiliteitspercentage wordt in 1993 verhoogd tot acht procent, een percentage dat nu al informeel als kwaliteitseis geldt. Het niet voldoen aan die hoge norm is slecht voor de reputatie en betekent dat geldverschaffers een hogere rente zullen vragen.

Op basis van jaarverslagen over 1989 blijkt dat de meeste banken van grote landen voldoen aan de acht procentsnorm. Een uitzondering vormen de banken in Canada, Frankrijk en Italie. De laatste twee landen ervaren dat niet als een groot probleem omdat veel banken daar in staatshanden zijn en dus moeilijker failliet kunnen gaan.

In de Verenigde Staten en Japan is de situatie dit jaar aanzienlijk verslechterd. In de VS hebben verliezen op dubieuze leningen aan de onroerend-goedsector en aan Zuid-Amerika het eigen vermogen van de banken aangetast. Dat eigen vermogen valt nauwelijks via uitgifte van nieuwe aandelen aan te zuiveren omdat beleggers weinig interesse hebben voor bankaandelen. Hun reputatie is immers aangetast, zegt professor Sijben. Ook de aanvulling van het eigen vermogen via de uitgifte van preferente aandelen of achtergestelde leningen loopt slecht. Vorige maand haalden de Amerikaanse banken zelfs voor het eerst in tien jaar helemaal niets binnen.

Riskant

De enige andere manier om het eigen vermogen op te vijzelen is het reserveren van winst. De Amerikaanse banken hebben hun winst op peil proberen te houden door verstrekking van riskante leningen met een hoog rendement. Zoals de financiering van de overneming van bedrijven met geleend geld (leveraged buy out) en leningen aan riskante vastgoedprojecten. Het mislukken van dergelijke projecten heeft de banken in de VS inmiddels tot hoge afschrijvingen gedwongen en de spaarbanken in de problemen gebracht. Redding van de spaarbanken kan wel 500 miljard dollar gaan kosten.

Om een boekwinst te halen zou Citibank al overwegen om gebouwen te verkopen waaronder een aandeel in de prestigieuze Messeturm in Frankfurt, het hoogste kantoorgebouw op het Europese vasteland. Ook wordt sterk bezuinigd. Chase Manhattan gaat 5.000 werknemers ontslaan.

Met het oog op de veelal dalende winsten zijn de Amerikaanse banken genoodzaakt een groter deel van de winst aan het eigen vermogen toe te voegen, dus zelf te houden en niet als dividend uit te keren. Grote banken als Chase Manhattan en Chemical Bank hebben het dividend meer dan gehalveerd, andere banken staken de dividendbetaling volledig.

Als het niet lukt het eigen vermogen voldoende op te schroeven, zullen de banken uitstaande leningen moeten schrappen en kunnen ze minder nieuwe leningen verstrekken. Hoogleraar Sijben waarschuwt dat de banken leningen met een laag risico het gemakkelijkst kunnen doorverkopen. Daardoor ontstaat het gevaar dat de gemiddelde kwaliteit van de dan nog uitstaande bankleningen verslechtert. Dat verhoogt weer de rentegevoeligheid omdat juist bij deze slechte leningen de kans op wanbetaling het grootst is als gevolg van de gestegen rente.

Begin deze week maakte de Federal Reserve Board, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, bekend dat Amerikaanse banken zeer terughoudend zijn met nieuwe leningen, ook aan grote bedrijven en particulieren. Dat is vooral gevaarlijk voor bedrijven die geheel afhankelijk zijn van bankkrediet. Er kan een situatie onstaan waarin zwakke bedrijven niet meer kunnen lenen. In de Verenigde Staten staat dat bekend als het gevaar van een credit crunch.

Het eigen vermogen van de Japanse banken is dit jaar vooral door daling van de waarde van het aandelenbezit aangetast. Ook zij kunnen nauwelijks voor eigen vermogen bij de beurs terecht en zien hun winsten sterk dalen. De Japanse banken, die een derde van het internationale betalingsverkeer verzorgen, zetten - evenals de Amerikaanse collega's - een rem op de kredietgroei en dat verergert de kredietschaarste.

De Europese banken staan er beter voor, zij kunnen bovendien samenwerken met kapitaalkrachtige verzekeraars. Dat is overigens voor de banktoezichthouders uit Bazel reden om in de komende maanden contact op te nemen met de collega's die toezicht houden op het verzekeringswezen. De bedoeling is uiteindelijk te komen tot een gemeenschappelijk toezicht op de nieuwe 'financiele conglomeraten' van de jaren negentig.

Kredietbom

Sijben waarschuwt voor de toegenomen rentegevoeligheid van vooral het Amerikaanse bankwezen en spreekt van een kredietbom. Hij wijst op de hoge schuldenlast van het Amerikaanse bedrijfsleven dat nu 21 procent van de kasinkomsten kwijt is aan rente tegen zestien procent tien jaar terug. Als de rente stijgt, neemt het aantal wanbetalingen toe en kunnen de banken in de problemen komen.

De Fed verzacht de pijn voor de banken door de Federal Fund rate - de rente die ze aan de particuliere banken doorberekent - te verlagen. Een lagere rente maakt bovendien kredieten goedkoper en stimuleert zo de Amerikaanse economie die momenteel nog nauwelijks groeit. Sijben: 'Zo'n renteverlaging lukt alleen op korte termijn, op langere termijn stimuleert de bijbehorende kredietverruiming de inflatie die doorwerkt in een hogere rente. De monetaire autoriteiten hopen dat dan de economie inmiddels is hersteld en banken en bedrijfsleven beter bestand zijn tegen een hogere rente.'

Volgens professor Sijben is de situtatie op het moment zo ernstig dat de Fed geen keus heeft. 'Als niets wordt gedaan, komt de recessie hard aan en onstaat wanbetaling bij de zwaar in de schulden stekende bedrijven. Dat raakt de banken en zal door de sterke onderlinge kredietverlening van de financiele instellingen al gauw de Amerikaanse grenzen overstijgen. Je krijgt een domino-effect. Dan heb je een financiele crisis.'