'Havenarbeiders zijn geen geldwolven'

ROTTERDAM, 21 nov. Duizenden wilde stakers op het Rotterdamse Afrikaanderplein. Massale vechtpartijen in de havens tussen politie en postende werknemers. Paarden, honden en waterkanonnen zorgen voor chaotische en gevaarlijke situaties.

Hard tegen hard ging het toen ruim elf jaar geleden in de nazomer van 1979 in de Rotterdamse haven werd gestreden voor vijftig gulden netto per week meer in het loonzakje.

Het was de laatste grote havenstaking van Rotterdam. Maar als de voortekenen niet bedriegen kan begin volgend jaar bij de komende CAO-onderhandelingen de vlam opnieuw in de pan slaan.

'De onvrede groeit en daarmee ook de actiebereidheid', zegt J. Stavinga die in 1979 als een van de actieleiders de staking aanvoerde. 'De werkgevers maken er bewust een puinzooi van en zien na de chaos wel weer hoe ze verder gaan. Havenarbeiders zijn in principe behoudend. Maar als het nodig is, gaat de beuk erin.' 'Binnen vijf minuten zijn we in beweging om het werk te stoppen', zegt voorzitter van de ondernemingsraad bij het overslagbedrijf ECT F. Dijkman.

Wat er mis is in de haven kan Stavinga haarfijn verwoorden. Zelf werkt hij bij de SHB, de arbeidspool voor de Rotterdamse haven. Althans, wat daar van over is. Volgens Stavinga blijven steeds meer inleenkrachten bij de bedrijven hangen omdat er werk zat is en de werkgevers het 'verdommen' werknemers in vaste dienst te nemen. 'De flexibiliteit is volledig weg. In de haven wordt veertig procent structureel overgewerkt. Er zijn mensen die zeven dagen in de week werken. Al het loon dat we de afgelopen tien jaar hebben ingeleverd, heeft geen banen opgeleverd. Valse solidariteit. Alle grote automatiseringsprojecten worden over de ruggen van de arbeiders ingevoerd en straks worden we afgedankt. Dat is wat er mis is in de haven.'

De uitlatingen van de voormalige stakingsleider worden bevestigd door bijvoorbeeld de cijfers van het overwerk bij het overslagbedrijf ECT. Werd bij dit bedrijf op de produktievloer vorig jaar 30.000 uur overgewerkt, voor dit jaar is tot vorige maand al meer dan 90.000 uur overgewerkt. 'Dat zouden ook zeventig nieuwe arbeidsplaatsen kunnen zijn', zegt districtsbestuurder C. van der Knaap van de Vervoersbond CNV. 'Dan is het niet zo vreemd dat onze leden meer geld in het zakje willen in plaats van verdergaande arbeidsduurverkorting waarvoor ze geld zouden moeten inleveren. De werkgevers krijgen een koekje van eigen deeg.'

De Rotterdamse haven is met 20.000 werknemers van oudsher 'trendsetter' voor het arbeidsvoorwaardenbeleid in Nederland. De economische potentie en de hoge organisatiegraad maken dat iedereen telkenmale naar de onderhandelingen in de haven kijkt. Het uitstralingseffect naar andere sectoren is groot, wat het gevaar van een loongolf in zich bergt. Na tien jaar van betrekkelijke rust is dat voor het komende jaar meer dan ooit het geval. Niet alleen vanwege de forse looneis van de Vervoersbonden FNV en CNV van 3,5 procent bovenop de prijscompensatie van 2,1 procent, maar ook vanwege verdergaande arbeidstijdverkorting die in de vorm van een vierdaagse werkweek wordt nagestreefd.

De looneis van in totaal 5,6 procent is, zo schijnt het, het absolute minimum voor de werknemers in de haven. 'Geen verkorting van de arbeidstijd met herbezetting betekent omgekeerd evenredig nog hogere looneisen', zegt voorzitter F. Dijkman die tevens kaderlid is van de Vervoersbond FNV. 'Er is voor ons geen enkele reden de stijging van de produktiviteit bij de werkgevers te laten zitten.'

De situatie in de haven lijkt op het eerste gezicht gecompliceerd. Het gaat niet om een eenvoudige eis voor meer loon in het zakje zoals in 1979. Het heeft alles te maken met het instandhouden van de koppeling, het aan werk helpen van werklozen (een kwart van de Rotterdamse beroepsbevolking is werkloos), de stijging van de produktiviteit, de somberder economische vooruitzichten en de onvrede bij de werknemers over de resultaten die de afgelopen jaren zijn geboekt bij het bestrijden van de werkloosheid.

'Wij lijken wel geldwolven, maar zijn het niet', zegt Dijkman. 'Ik begrijp niet waar politici de brutaliteit vandaan halen om dat te zeggen. Ze geven zichzelf een loonsverhoging van zes ruggen en wij zouden moeten matigen. Ik hoop dat de spanning die nu in de haven heerst, straks aan de onderhandelingstafel kan worden ontladen. Anders gaat het mis en staan we zo buiten.'

Districtsbestuurder C. van der Knaap van het CNV die ook in het FNV-kamp waardering geniet, kan de opgekropte frustraties zeer goed begrijpen. 'Ik heb het idee dat de invoering van de vierdaagse werkweek meer in de hoofden van de bondsbestuurders leeft dan bij de mensen op de kade. Voor de rest zie je dat het hogere personeel tevreden wordt gehouden met extraatjes en grotere lease-auto's. Wij willen en kunnen de mensen niet meer dom houden', zo zegt Van der Knaap, die de salarisverhogingen van de Tweede Kamerleden ook 'oerstom' noemt.

Hij wijst ook op de uitspraken van fractievoorzitter Woltgens van de PvdA die het probleem van het misbruik van sociale voorzieningen onlangs openlijk aan de kaak heeft gesteld. 'Dat gevoel leeft onder onze leden ook. De mensen willen best geld inleveren voor meer werk. Maar ze zien dat het niet werkt. Er is een grens aan het doen van een beroep op de solidariteit en het verantwoordelijkheidsgevoel.'

De vroeger vakbondsbestuurder in de haven, het huidige Tweede Kamerlid Paul Rosenmoller van Groen Links, wil desgevraagd van een afstand zijn licht over de haven laten schijnen. 'Dat het de komende maanden spannend wordt in de haven is duidelijk. Ik ben blij dat minister De Vries (sociale zaken) gisteren de werkgevers tot de orde heeft geroepen en hun afkeurende opstelling ten opzichte van de vierdaagse werkweek heeft veroordeeld. Naar mijn mening is er gezien de stijging van de produktiviteit best loonruimte in de haven. Maar ik zou het veel plezieriger vinden als de haven de kop zou nemen bij de strijd voor een vierdaagse werkweek. De loonruimte is er. Dus de invoering daarvan kan geschieden zonder aantasting van de rentabiliteit. Daarnaast blijft nog genoeg ruimte voor een loonstijging', zo zegt Rosenmoller. Maar de helpers aan de kant moeten nu weg. De bel voor de eerste ronde heeft geklonken.