Eerste baggeraars snel thuis verwacht; Familieleden en bedrijven reageren 'met gepaste vreugde' op vrijlating uit Irak

ROTTERDAM, 21 nov. De eerste groep Nederlandse baggeraars wordt eind volgende week thuis verwacht uit Irak. In de twee weken daarna zullen de overigen in een nog onbekend aantal groepen terugkeren.

De baggerbedrijven Boskalis en Volker Stevin deelden gistermiddag 'met gepaste vreugde' mee dat projectmanager H. Huisman een akkoord had bereikt met het Iraakse ministerie van transport over de volledige demobilisatie van alle medewerkers en het materieel. Onder de 215 medewerkers bevinden zich 105 Nederlanders, 14 Belgen en drie Britten. De overigen zijn afkomstig uit landen in het Midden-Oosten. Ook familieleden van de Nederlandse baggeraars reageerden 'met gepaste vreugde'. Zij willen echter niet veel meer zeggen dan dat ze blij en opgelucht zijn. De beide bedrijven hebben hen op het hart gedrukt te zwijgen totdat iedereen terug is. Ondanks het akkoord is men er niet helemaal helemaal gerust op dat de terugkeer vlekkeloos zal verlopen.

Het personeel zal in groepen vertrekken, afhankelijk van wanneer welk deel van het werk is voltooid. Waarschijnlijk zullen ze van Basra naar Abu Dhabi varen en vervolgens naar Nederland vliegen. Zekerheid daarover zei de woordvoerder van de baggerbedrijven nog niet te kunnen geven.

De joint venture van beide bedrijven heeft een zestig kilometer lange vaargeul uitgebaggerd uit de delta van de Eufraat en de Tigris langs de havenstad Umm Qasr naar de Golf. Op 2 november was de klus in principe geklaard. De opdrachtgever gaf toen toestemming het niet-zelfvarend materieel te demobiliseren. De drie snijkopzuigers, enige bakken, sleepboten en anderhulpmaterieel worden geladen op grote transportbakken. Inmiddels is dit voor een deel al gebeurd. Een snijkopzuiger is al onderweg. Dit is een tijdrovende bezigheid, omdat het materieel op de bakken moet worden vastgelast om te voorkomen dat het gaat schuiven bij zwaar weer. Men had bovendien met wat tegenslag te kampen, aldus woordvoerder G. Anneveldt, doordat een sleepmet een snijkopzuiger wegens het slechte weer de haven niet uit kon.

Ondertussen controleerden de opdrachtgevers of het werk naar wens was uitgevoerd. Ze voeren langs de hele route en peilden of de gemeten diepte overeenkwam met het bestek. Afgelopen zondag tekenden ze voor akkoord. Twee dagen later gaf het ministerie van transport toestemming de vier overige baggervaartuigen en het personeel te demobiliseren. Het materieel, met een totale waarde van honderden miljoenen guldens, zal voor onderhoud naar havens in de regio gaan en vervolgens worden opgeslagen op strategische plaatsen. De baggerbedrijven hebben niet al hun materieel in Rotterdam opgeslagen, maar op verscheidene plaatsen in de wereld, om snel en goedkoop ter plekke te kunnen zijn als zich een klus aandient.

Met het hele project in Irak was een bedrag gemoeid van honderd miljoen gulden. Het hele bedrag is via een zogenoemde letter of credit betaald aan een bank in Nederland en in fasen vrijgegeven, aldus Anneveldt. Inmiddels zou het hele bedrag zijn overgemaakt.

De werkzaamheden aan de vaargeul waren omstreden in verband met de door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties afgekondigde handelsboycot. Volker Stevin en Boskalis hebben steeds ontkend dat baggeren onder de boycot valt. Het zou geen handel zijn, maar slechts 'het verplaatsen van modder'.