BOLWERKEN VOOR STABILITEIT

De internationale financiele instellingen. Auteur: A. F. P. Bakker. Serie Bank en Effectenbedrijf nr. 28. Uitgever: Nederlands Instituut voor het Bank- en Effectenbedrijf, Amsterdam 1990. Prijs: 42,50 gulden. ISBN 90-72122-45-3.

De Europese investeringsbank EIB is al 25 jaar lang tijdelijk in Luxemburg gevestigd. De Club van Parijs is geen nachtclub in de Franse hoofdstad maar het overleg over uitstel van betaling tussen Westerse overheden en hun debiteuren. Het Internationale Monetaire Fonds werd opgericht op grond van plannen van John Maynard Keynes en een (marxistisch georienteerde) topfunctionaris van het Amerikaanse ministerie van financien, Harry Dexter White. De oudste internationale financieel-economische instelling is de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) in Bazel. De BIB, gewoonlijk aangeduid als de centrale bank van de centrale banken, werd in 1930 opgericht om de Duitse herstelbetalingen te verrekenen.

Deze en talloze andere gegevens zijn te vinden in het overzicht De internationale financiele instellingen, geschreven door Age Bakker. Als hoofd van de internationale beleidsafdeling van De Nederlandsche Bank is Bakker nauw betrokken bij de instellingen die hij in zijn boek heeft beschreven.

Dit is het soort boek dat iedereen die in het dagelijkse internationaal-economische nieuws is geinteresseerd, bij de hand zou moeten hebben. Als de Groep van zeven wat beslist, als het IMF een bijstandslening of de Wereldbank een structurele aanpassingslening verstrekken, als er spanningen in het Europese Monetaire Stelsel zijn of als de OESO met een rapport over Nederland komt, biedt dit boek de feiten en achtergronden van deze instellingen. Met grote deskundigheid worden de geschiedenis, de beginselen en de taken van de belangrijkste internationale instellingen behandeld. Citaten van direct betrokkenen en overzichtelijke schema's maken het boek zeer toegankelijk.

Achtereenvolgens komen aan de orde het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbankgroep, de regionale ontwikkelingsbanken, de Oosteuropese Ontwikkelingsbank, de Bank voor Internationale Betalingen, de Club van Parijs, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de Europese Gemeenschap, de Europese Investeringsbank en de diverse groepen waarin internationaal financieel-economisch overleg plaatsheeft.

Ontspanning

In een korte inleiding gaat Bakker in op het belang van internationale samenwerking. De jaren negentig, meent hij, bieden hiervoor gunstige vooruitzichten dank zij de ontspanning tussen Oost en West, de minder isolationistische koers van de VS onder president Bush, de Europese integratie en een groeiend Japans zelfbewustzijn. 'De uitwaartse gerichtheid van deze landen houdt een grote steun in voor de internationale instellingen', schrijft hij.

Voor alle internationale financiele instellingen gelden volgens Bakker drie uitgangspunten. Ze zijn voorstanders van een zo vrij mogelijk betalings- en handelsverkeer, ze streven naar monetaire en economische stabiliteit en ze verwachten dat alle landen in hun beleid rekening houden met de belangen van andere landen. In de praktijk leven de lidstaten deze doelstellingen niet altijd na.

Nederland is als relatief klein land met een zeer open economie gebaat bij een stabiel internationaal monetair stelsel en bij een vrij handelsklimaat. Bovendien kan Nederland in internationale fora zijn stem laten horen. Geen wonder dat alle Nederlandse regeringen, ongeacht hun samenstelling, altijd grote voorstanders zijn van multilaterale instellingen en internationaal overleg.

Aan het slot van de bespreking van de genoemde instellingen waagt Bakker zich voorzichtig aan een paar bespiegelingen over de toekomst. In Europa is sprake van een dynamiek in de richting van eenwording, terwijl elders - in Canada, de Sovjet-Unie - juist sprake is van middelpuntvliedende krachten die federale structuren aantasten. Het bestaande overleg tussen de Groep van zeven machtigste industrielanden zal wellicht plaats maken voor een Groep van drie: de VS, Japan en de Europese Gemeenschap die ieder een monetair blok vertegenwoordigen.

Over de opname van de Sovjet-Unie in de gemeenschap van internationale instellingen is Bakker voorzichtig. De Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa, waarin de Sovjet-Unie een aandeel van zes procent heeft en de Verenigde Staten van tien procent, kan daarbij als een leerschool worden gebruikt.