Beproefde veiligheidsband Amerika-Europa moet blijven; Dank oude alliantie nog niet af

Met grote luister heeft de Parijse top van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) een fraaie verklaring afgescheiden. De beginselen van de Slotakte van Helsinki zijn herbevestigd en perspectieven zijn geschetst voor een geheel Europa alsmede de Verenigde Staten en Canada omvattende constructie, die stabiliteit en welvaart aan ons werelddeel moet brengen.

De CVSE heeft goed werk gedaan. Het voortdurend hameren op het respecteren van mensenrechten en het bevorderen van contacten heeft de omwentelingen in Midden- en Oost-Europa zeker bespoedigd. Ook de voorgenomen institutionalisering van het CVSE-proces kan nuttig zijn. Van dit laatste verwachte men overigens geen wonderen, want de 34 aangesloten landen moeten met eenstemmigheid besluiten nemen.

Het is echter zaak nuchter te blijven en eventuele schaduwzijden niet over het hoofd te zien. Er zijn krachten aan het werk die beogen van de CVSE een pan-Europees veiligheidssysteem te maken. In plaats van de bestaande structuren (Atlantisch Bondgenootschap en een louter politiek opererend Warschaupact) aan te vullen zou de CVSE deze moeten vervangen. Ik acht dat geen goede weg. De Atlantische Alliantie is een doorslaggevend succes geworden. Natuurlijk is een aanpassing aan de nieuwe, veel betere omstandigheden nodig. De Atlantische Verklaring van Londen van 6 juli 1990 stelt dat ook. Maar het bondgenootschap blijft nodig als verzekeringspremie tegen de nog steeds formidabele Sovjet- of Russische militaire macht, als instrument voor een blijvende veiligheidsband tussen Amerika en Europa te belichamen door een Amerikaanse militaire presentie in Europa en ook als een kader voor de verankering van het verenigd Duitsland in het Westen.

Waakzaamheid is ook nodig ten aanzien van de verhouding tussen de CVSE en de Europese Gemeenschap. De EG is, via de interne markt en een Economische en Monetaire Unie, op weg naar een Politieke Unie met een gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid en, op den duur, ook een defensiebeleid. Dat proces moet zijn eigen dynamiek blijven behouden en niet door de CVSE vertraagd kunnen worden. Dat vermindert ook de kans dat het verenigd Duitsland in de verleiding komt via de CVSE zijn eigen weg te gaan en de ontwikkeling van de EG op het tweede plan te stellen. Een zich verder ontwikkelende EG met zijn toekomstgerichte supranationale formule vormt een bron van stabiliteit waarop alle landen in Europa zich kunnen orienteren.

De CVSE kan een interessant forum voor overleg en samenwerking in Europa worden. Het is echter zaak er goed op toe te zien dat de CVSE geen 'droit de regard', geen vetorecht krijgt, op de toekomstige ontwikkelingen van het Atlantisch Bondgenootschap en de EG. Dat heeft niets te maken met het hanteren van een vijandbeeld. Dat heeft alles te maken met het koesteren van twee internationale samenwerkingsverbanden die voor West-Europa ongemeen heilzaam hebben gewerkt.

    • Jean Penders