Vormfout: verdachte te lang in cel

AMSTERDAM, 20 nov. Een van roofmoord en seksueel misbruik verdachte Amsterdammer heeft vier dagen vastgezeten nadat DNA-onderzoek had uitgewezen dat hij onschuldig was. De behandelend officier van justitie verkeerde ten onrechte in de veronderstelling dat de verdachte direct na het bekendworden van de uitslag van de test door de rechter-commissaris was vrijgelaten.

De advocaat van de man, mr. J. Rijser, dient vandaag een klacht in bij de Amsterdamse hoofdofficier van justitie. Rijser zal namens zijn client schadevergoeding eisen.

De man werd verdacht van moord op en seksueel misbruik van een 56-jarige vrouw uit Amsterdam. De man heeft altijd ontkend en beschikt volgens zijn advocaat over een sluitend alibi. Na zijn aanhouding op 20 oktober heeft de man er onmiddellijk mee ingestemd dat bloed- en haarmonsters werden genomen met het oog op een DNA-test.

Vorige week maandag heeft een rechercheur de uitslag van het onderzoek mondeling aan het openbaar ministerie doorgegeven, zoals de gewoonte is wanneer de uitslag voor de verdachte ontlastend is. Het rapport van het gerechtelijk laboratorium volgt later. Omdat de behandelend officier, mr. P. C. Kortenhorst, afwezig was heeft de rechercheur de mededeling gedaan aan de dienstdoende officier. Op dinsdagmiddag gaf deze officier aan Kortenhorst de uitslag door. Deze deed hier niets mee omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat de rechter-commissaris de uitslag inmiddels ook kende en de verdachte al had vrijgelaten.

Donderdagmiddag kwamen officier Kortenhorst en raadsman Rijser elkaar toevallig tegen op de gang van het Paleis van Justitie. Toen Rijser vroeg of de uitslag van de DNA-test al bekend was en Kortenhorst antwoordde dat de verdachte toch al was vrijgelaten, kwam het misverstand aan het licht. Persofficier van justitie De Wit spreekt van een 'communicatiestoring'.