Trouwe dubbeldoelkoe kopje onder in de melkrace; Requiem voor een runderras

De Blaarkop, een oerhollandse dubbeldoelkoe, trekt zich terug op de kinderboerderij. Amerikaanse Holstein-Frisians nemen de melkrace over. Maar het Groninger Blaarkop Syndikaat geeft de moed nog niet op.

Met zijn markante ooglappen en stevig bespierde gestalte mag de Blaarkop er wezen. Het is een oud en eerbiedwaardig runderras dat thuishoort in het landschap. De eerste vermelding in de archieven gaat terug tot 1344, toen op een klooster bij Monnickendam een openbare veeverkoping werd gehouden op last van de Graaf van Holland. De lijsten, die van deze verkoping bewaard zijn gebleven, vermelden zowel rood- als zwartblaren, twee kleurvariaties van hetzelfde ras.

Door de eeuwen heen waren de Blaarkoppen vooral te vinden in Groningen en in de Zuidhollandse Rijnstreek, rond Alphen. Fokkers uit beide gebieden hebben altijd contact onderhouden en dieren uitgewisseld. Pas in deze eeuw heeft het ras de rest van ons land veroverd, wellicht onder invloed van migratie van boeren uit de Randstad.

Toch gaat het bepaald niet de goede kant uit. Stonden er in 1986 nog 20.000 Blaarkoppen bij de melkcontrole ingeschreven, vorig jaar werden nog maar 450 raszuivere vaarskalfjes bij het stamboek geregistreerd. Door de opkomst van de Amerikaanse Holstein-Frisians is het oude ras nogal in de verdrukking geraakt. Vermoedelijk bestaat nu minder dan een procent van de melkveestapel uit Blaarkoppen.

Melkrace

Sinds enkele weken heeft het jeugdpark Nienoord bij Leek er eentje bij. Hilda 182, een rood Blaarkopkalf uit een stal van naam en faam, een geschenk van het Groninger Blaarkop Syndicaat en de Stichting Zeldzame Huisdierrassen. ' Een moedig moment met een triest tintje, ' schreef het vakblad Veeteelt. ' De Blaarkop heeft de strijd in de melkrace niet weten vol te houden.'

Iemand die de strijd nog lang niet heeft opgegeven is de Groninger Derk Nijenhuis in het dorpje Pieterburen. Hij was 40 jaar lang een groot fokker van Blaarkoppen en zit ook na zijn pensioen niet stil. ' Ik vind het mooie dieren. Die zwartblaren zijn echte deftige koeien, die thuishoren in het Groninger landschap. En ook die roodblaren zijn mooi als je ze zo ziet lopen, bijvoorbeeld tegen een bosrand, ' zegt Nijenhuis. ' Ik heb het altijd ervaren als een prettig, rustig ras, waar gemakkelijk mee te werken was. Er waren weinig onkosten aan en ik heb er altijd goed mee kunnen boeren. Voor mij hebben ze economisch echt wel bestaansrecht.'

Het Gronings Blaarkop Syndikaat, waarin Nijenhuis aktief is, probeert dit ras voor het nageslacht te bewaren.

Raszuivere Blaarkoppen moeten niet alleen over de juiste kleurtekening met de typerende ooglappen beschikken, maar ook over het juiste type. ' Als je ze met Holsteiners gaat kruisen, hou je de kleuraftekening nog vrij lang vast, ' zegt Nijenhuis, ' maar het type van de dubbeldoelkoe, die zowel melk- als vleesproducente is, ben je heel gauw kwijt. De Amerikanen hebben het genetisch materiaal van hun Holsteiners extreem in de melkrichting gefokt. Die koeien zijn wat groter en ook wat scherper, wat smaller van boven. Ze zijn hoger op de benen en arm bespierd, ook op kruis en billen. Je ziet de botten zitten.'

De Blaarkop daarentegen is een dubbeldoelkoe, wat kleiner en beter bespierd. Ze geven wat minder melk, maar daar staat tegenover, dat het kalf bij de geboorte wat meer waard is, terwijl ook de oude koe, als zij weg moet, meer opbrengt.

' Het blijft een soort balans, ' vindt Nijenhuis. ' Sommige Amerikaanse boeren schieten Holstein-stierkalveren gewoon dood na de geboorte. Het loont de moeite niet om ze te slachten. In ons land worden stierkalveren, die niet naar de kalvermesterij gaan, nuchter geslacht, dat is betrekkelijk hetzelfde. Een Blaarkopkalf is bij de geboorte al gauw enkele honderden guldens meer waard.'

100.000 kilo melk

Onlangs werd in de provincie Groningen de tiende jubilerende Blaarkop gehuldigd wegens het bereiken van de 100.000 kilo melk. Voor een klein ras toch geen geringe prestatie. De melkgift komt bij jonge dieren wat trager op gang, maar het patroon vlakt ook minder snel af, het eiwitgehalte is hoog en de koeien gaan lang mee. Als extra pluspunt gelden hun sterke benen, waar weinig omkijken naar is. Bij andere rassen moet men tweemaal per jaar de klauwen bekappen en ook dat kost tenslotte geld.

Verder pleit voor de Blaarkop, dat zij gemakkelijk afkalft. ' Ik had een grote stal, veertig jaar lang, en het afkalven deed ik eigenlijk altijd zelf, ' zegt Nijenhuis, ' daar was haast nooit hulp bij nodig. Bij andere rassen zijn daar meer problemen mee. Bovendien is de vruchtbaarheid van de Blaarkoppen goed, ze worden gemakkelijk drachtig en krijgen vrijwel ieder jaar een kalf.'

Bij de supermelkproducentes is de vruchtbaarheid behoorlijk achteruitgegaan. Dat is ook niet verwonderlijk, aangezien dezelfde hormonen, die de melkproductie zover opvoeren, een nieuwe zwangerschap in de weg staan. ' Ik wil daar niet op schelden hoor, ' zegt Nijenhuis, ' een echte goede Amerikaanse koe kan ik ook best mooi vinden, maar die extreme, eenzijdige aandacht voor het opvoeren van de melkgift is mij te zwart-wit, alsof de rest niet meer meetelt.'

' De K. I. Verenigingen (voor kunstmatige inseminatie, red.) trokken zich het lot van deze dieren niet zo erg aan en dan raakt zo'n klein ras gemakkelijk ondergesneeuwd, ' zegt Nijenhuis. ' Daarom hebben wij sinds 1986 zelf vijf stieren, die nog echt raszuiver zijn, bij de K. I. stations geplaatst om er sperma van te winnen.'

Dat sperma probeert men nu over heel Nederland geplaatst te krijgen om deze stieren uit te testen en er, als ze goed zijn, verder mee te fokken. Daarnaast bezit de vereniging enkele jonge stiertjes en heeft men bij fokkers verschillende contractkoeien lopen. Zo'n contractkoe is op verzoek met een bepaalde stier gepaard en het Blaarkopsyndicaat heeft er dan een optie op om het kalf, als dat een stierkalf blijkt te zijn, tegen een bepaalde prijs af te nemen.

Om in het fokprogramma van de Blaarkoppen voldoende variatie te houden en inteelt te vermijden, is bloedspreiding van groot belang. Inmiddels heeft men een twaalftal bloedgroepen onderkend en wordt uitgezocht met welke frequentie die in de nog bestaande populatie voorkomen.

Door de dieren over te dragen aan jeugdparken en kinderboerderijen bereikt het Groninger Blaarkop Syndicaat, dat de naamsbekendheid van het ras omhoog gaat. ' Ik heb er pas nog eentje naar Brabant bemiddeld en je vindt ze nu ook in het recreatieschap Spaarnwoude, het loopt heel goed, ' zegt Nijenhuis.

Zijn verwachting is, dat men op den duur terugkomt van de eenzijdige aandacht voor hoge melkgift. De dubbeldoelkoe wacht een come back. Tot die tijd is het zaak het oude ras zo goed mogelijk in stand te houden. Bovendien lijkt er voor de makke, mollige Blaarkopkalveren een bestaan weggelegd in de kalvermesterij. Of zij daarmee boffen, is een andere vraag.