Toestand Nederlandse bos zelfde als in 1989

BAARN, 20 nov. De gezondheid van het Nederlandse bos is dit jaar ongeveer hetzelfde gebleven als in 1989. Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek naar de vitaliteit van de bossen door de Directie Bos- en Landschapsbouw van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij. Al enkele jaren is van een zekere stabilisatie sprake, al zijn er verschillen per gebied. Vooral Noord-Brabant springt er negatief uit.

De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten meldt echter dat de gezondheid van de beuk in haar bossen dramatisch is achteruitgegaan. Vorig jaar waren negen van de tien beuken in de bossen van de vereniging min of meer gezond. Dit jaar geldt dat nog maar voor zes op de tien beuken, zo heeft de vereniging na onderzoek in haar bossen vandaag bekendgemaakt. Het percentage bijna dode beuken liep op van 1,4 vorig jaar tot 14,3 dit jaar. De beuken zijn achteruit gegaan omdat de zomer zo droog was.

Volgens het ministerie van landbouw is het aandeel levenskrachtig bos landelijk toegenomen met 2,4 procent en bedraagt nu 52,5 procent van het totaal. De klasse minder vitaal is in 1990 ten opzichte van 1989 met 2 procent afgenomen en bedraagt nu 28,7 procent. Echt ziek is 15,3 procent (vorig jaar 15,8), terwijl 3,5 procent dood of op sterven na dood is. Vorig jaar gold ditzelfde percentage.

Er zijn twee soorten faktoren die de vitaliteit van het bos beinvloeden: traditionele faktoren als vorst, droogte, insecten en schimmels en daarnaast niet traditionele faktoren als luchtverontreiniging, in het bijzonder zure regen. De januari- en februaristormen van dit jaar hebben de vitaliteit van met name de douglas- en de fijnspar nadelig beinvloed. Droogteperioden tijdens het groeiseizoen hebben vooral in het midden en het zuiden van het land een schadelijk effect gehad op de vitaliteitscijfers.

Over de luchtverontreiniging wordt in het onderzoeksrapport opgemerkt dat deze de effecten van traditionele factoren kan versterken en omgekeerd. Uit het onderzoek blijkt dat de invloed van luchtverontreiniging ernstig is.

In de bosrijke provincies Overijssel en Utrecht is de gezondheidstoestand van de bossen ten opzichte van vorig jaar verbeterd. In Drente en Limburg, eveneens bosrijk, is de situatie min of meer gelijk gebleven; in de bosrijke provincies Gelderland en Brabant daarentegen verslechterd.