Toen nomaden gingen boeren; Het onontkoombare einde van het jagen en verzamelen

Buiten is het licht, maar in de afgetrapte hal van het Batiment des Lettres heerst het halfduister. Overal studenten. Rokend, discussierend en aantekeningen makend in bomvolle collegezalen. Aan de muren: affiches. Een ervan roept op tot het bijwonen van een bijeenkomst van de Cercle Leon Trotsky. We zijn in een van de filialen van Universiteit van Parijs, in Nanterre. Hier is het toen allemaal begonnen en op sommige plaatsen zijn de resten van de revolutionaire muurschilderingen van 1968 nog te zien. Overwoekerd door dikke lagen muurkrant is nog een enkel fragment van de zo gehate oproerpolitie te onderscheiden, compleet met schild en wapenstok.

Maar het is niet dit Lascaux van de moderne beschaving dat de reden is van het bezoek. Kale trappen leiden naar de afdeling Etnologie et Prehistoire en in een piepklein kamertje, volgestouwd met boeken en in dozen opgeborgen botten, treffen we professor Catherine Perles.

In vlekkeloos Engels gaat ze terug naar de wortels van onze beschaving. Dat begint zo'n tienduizend jaar geleden. De mensen waren al meer dan twee miljoen jaar op aarde. Ze leefden in kleine groepen en hielden zich in leven door het doden van wilde dieren en het plukken van de vruchten des velds. Ze trokken verder als er gebrek aan voedsel dreigde.

Dan, het is ongeveer 8000 voor Christus, geven deze jagers en verzamelaars hun nomadisch bestaan er steeds vaker aan. Ze vestigen zich in dorpen, ze worden sedentair en ze leggen zich toe op landbouw en veeteelt. De voedselproduktie stijgt, de bevolking neemt toe en de boeren kunnen meer produceren dan voor hun eigen bestaan noodzakelijk is. Arbeidsdeling en specialisering zijn het gevolg. Aparte klassen vormden zich: boeren, priesters en krijgers, later gevolgd door ambachtslieden, pausen en koningen. Er komt schot in de geschiedenis.

De neolithische revolutie, de overgang van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt, was een beslissende stap in de geschiedenis van de menselijke soort; het heeft de beschaving die we nu kennen mogelijk gemaakt. Maar de vraag waarom die jagers en verzamelaars op landbouw en veeteelt overgingen wordt de laatste jaren steeds vaker gesteld. Die overgang leverde lang niet altijd een onmiddellijke verbetering op de hoeveelheid voedsel werd wel groter, maar het dieet aanvankelijk alleen maar armzaliger. En dat die jagers en verzamelaars de totale reorganisatie van hun eigen samenleving voor ogen stond is ook buitengewoon onwaarschijnlijk al kwam die er uiteindelijk wel. Maar wat heeft hen dan bewogen?

Vuurbeheersing

Catherine Perles is van origine antropoloog. Ze is nu hoogleraar etnologie en prehistorie aan de Universiteit van Parijs in Nanterre en ze leidt een onderzoeksgroep van archeologen aan het Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) in Meudon. Ze is een expert op het gebied van paleolithische grotschilderingen, schreef een boek over vuurbeheersing (Prehistoire du feu, 1977) en verwierf haar faam binnen de klassieke archeologie. Door een zorgvuldige analyse van in Griekenland gevonden gereedschappen van obsidiaan een harde, moeilijk te bewerken vulkanische glassoort slaagde ze erin aan te tonen dat vroege neolithische beschavingen een veel hogere organisatiegraad hadden dan eerder werd aangenomen.

De laatste tijd profileert ze zich als prehistoricus met belangstelling voor grote verbanden. De overgang van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt houdt ook haar bezig.

Perles: ' Tot in de jaren vijftig werd de vraag waarom de mensen in het neolithicum voor een sedentair bestaan kozen niet gesteld. Je moet dat verbinden met de toen heersende algemene ideologie: die van de vooruitgang. Vergeleken met het ellendige bestaan van die jagers altijd maar onderweg en op zoek naar wat schamel voedsel werd landbouw en veeteelt als een duidelijke vooruitgang. De enige vraag die men zich toen stelde was: waarom gebeurde het zo laat? De gedachte was dat de jagers en verzamelaars pas tot landbouw en veeteelt overgingen toen ze wisten hoe het moest daarvoor bezaten ze de kennis en de middelen niet. De vroege theorieen over de neolithische revolutie zochten voornamelijk naar de wijze waarop die uitvinding zich verspreid had.'

De jaren zestig braken aan, en in 1968 verscheen het invloedrijke New perspectives in archaelogy van Sally en Lewis Binford. 'Archeology is anthropology or nothing' zeiden de Binfords. Onder invloed van etnologische studies van nog bestaande primitieve stammen werd het gangbare beeld van de pre-neolithische jagers en verzamelaars bijgesteld. Hun dieet was waarschijnlijk minder karig dan voordien werd aangenomen, bovendien afwisselender en rijker aan vitaminen, mineralen en proteinen dan dat van de vroege landbouwers. Perles: ' Het was een tijd waarin alle theorieen op de proef werden gesteld. Om heel specifieke antropologische redenen, maar die hadden op zich weer allemaal te maken met een verandering in de algemene ideologie. De jaren zestig zijn de jaren van de 'terug naar de natuur'-gedachte. Er werd aangetoond dat het leven van jagers en verzamelaars helemaal niet zo verschrikkelijk en moeilijk was. De volgende stap was dat hun leven als ideaal en paradijselijk werd afgeschilderd. De hoeveelheid werk die ze moesten leveren was veel minder dan in de traditionele landbouw: maximaal 4 a 5 uur per dag. Daar kwam nog bij dat werd aangetoond dat de jagers en verzamelaars op de hoogte waren van de wijze waarop planten en dieren zich vermenigvuldigden. Alleen: om de een of andere reden gebruikten ze die kennis niet. De theorieen verschoven dus van het hoe naar het waarom. Waarom zouden ze dat ideale leven hebben opgegeven?'

Een nieuwe generatie prehistorici en archeologen ging op zoek naar de dwingende factoren die de mensen ertoe hadden gebracht het paradijs op te geven en die nieuwe en veel moeilijker levenswijze te adopteren. Vele werden er gevonden: klimaatveranderingen, overbevolking, mutaties in mais en andere graansoorten, dalen en rijzen van de zeespiegel aan nieuwe theorieen was geen gebrek.

En nu? Perles: ' We hebben nu meer uitgebalanceerde opvattingen zowel van het jagen en verzamelen als van de vroege landbouw en veeteelt. We weten nu dat de overgang veel geleidelijker was en dat de verschillen eigenlijk accentverschillen waren. Er is ook een aantal theorieen opgekomen waarin niet de wijze van het produktie als het belangrijkste element wordt aangewezen. In die opvattingen is het niet de produktiewijze, maar sedentarisatie en het aanleggen van voorraden die de stoot gaven tot een nieuwe sociale organisatie. In veel gevallen bleek sedentarisatie aan landbouw en veeteelt vooraf te gaan. Dat kon omdat sommige systemen van jagen en verzamelen gebaseerd waren op de beschikbaarheid van rijke seizoensbronnen, die stelllen je in staat voorraden aan te leggen, zonder die bronnen zelf te produceren.

' Het probleem is dat al die theorieen gebaseerd zijn op een bepaalde regio en de daar gedane vondsten. In een andere regio werken ze vaak niet. De opgave is nu al dat tegenstrijdige materiaal te interpreteren binnen een algemeen schema.

' Om te beginnen moet je vaststellen dat de verschillende overgangen van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt niet steeds dezelfde zijn. Het is geen mechanisme.' Verschillende overgangen, maar wel steeds leidend tot hetzelfde resultaat? Perles: ' Zoals ik het zie is de neolithische leefwijze een systeem, waarvan alle elementen met elkaar samenhangen. Mensen kunnen om verschillende redenen hun leven anders zijn gaan inrichten. Sommigen omdat ze ontdekten dat het makkelijker was dieren te fokken dan ze te jagen. Anderen omdat ze wilde graansoorten oppikten, ze onbewust cultiveerden en daardoor wel gedwongen werden landbouw toe te passen: gedomesticeerde soorten reproduceren zichzelf veel minder goed, je moet dus wel gaan zaaien. Weer andere groepen kunnen zelfs om sociale redenen tot landbouw en veeteelt zijn overgegaan. Jagen en verzamelen is gebonden aan kleine groepen, gebaseerd op verwantschapsrelaties. Wanneer die groep te groot wordt doordat die een vruchtbaar gebied binnentrekt bijvoorbeeld, of langzamerhand een sedentair bestaan gaat leiden kan, zoals Jacques Cauvin aannemelijk heeft gemaakt, gezamenlijk werk als landbouw en veeteelt een manier zijn om die problemen op te lossen.

' Wat voor redenen de neolithische mensen ook hadden die eerste stap te zetten, door het zetten van die eerste stap werden ze het volledige systeem binnengeleid, onontkoombaar en zonder dat ze dat zelf als doel voor ogen hadden. Als je bijvoorbeeld bedenkt dat het weiden van tamme dieren gemakkelijker is dan jagen op groot wild, krijg je al snel te maken met het probleem dat je 's winters moet bijvoederen. Je moet je dus meer gaan inspannen de wilde planten te verzamelen die daarvoor nodig zijn. Dat op zichzelf kan je geleidelijk tot landbouw brengen, de landbouw kan sedentarisatie aantrekkelijk maken en de sedentarisatie kan tot een complete reorganisatie van de sociale structuur aanleiding geven. Een hele keten van onbedoelde gevolgen, uiteindelijk leidend tot een volledig systeem van landbouw en veeteelt.

' Als je volgens deze lijnen redeneert kun je verklaren waarom regionale gegevens altijd anders zijn, maar toch naar zeer overeenkomende systemen leiden. Er is niet een waarom, er zijn er heel veel, dat vertellen de archeologische gegevens ons. Zolang we zoeken naar een waarom zal het ons niet lukken.'

En heeft dat zoeken naar antwoorden ook zin voor ons? Werpt een beter begrip van de neolithische samenleving ook meer licht op onze problemen? Perles: ' Ik denk het wel. Ik geloof dat de meeste van onze huidige problemen te maken hebben met demografische kwesties. De jagers en verzamelaars hadden een voor de hand liggende methode voor het oplossen van hun problemen: wegtrekken, verdergaan, splitsen van de groep. Toen ze zich vestigden was die mogelijkheid niet meer beschikbaar, eigendom van land en vee verhinderde dat. De mensen moesten het voortaan zonder een heel elementaire wijze van het oplossen van hun problemen stellen. Inplaats daarvan moesten ze een compleet nieuw systeem van beheersing, dwang, wetten en regelingen opzetten.'

Terug in de donkere hal krijgt dit inzicht een duidelijke illustratie. Hier geen jagers aan de muur, maar politieagenten. Ergens tussen Lascaux en Nanterre heeft de beschaving zich meester van ons gemaakt.

Catherine Perles geeft binnenkort twee lezingen in Amsterdam. Zie de Agenda: Perles.