Textielkunst bevrijdt zich uit het rijk van naaldvaardigheid

Tentoonstelling: Nederlandse Beeldende Kunst Textiel. 25 kunstenaars op 10 locaties in Amersfoort, o.a. Galerie Kapelhuis, Breestraat 1. T/m 25 nov. Di. t/m za..10-17u, zo. 13-17u. Passe-partout fl. 10. Inl. 033-631984.

Textielkunst roept associaties op met zalen vol vaardig geweven kleden, kunstig geknoopte tapijten en artistiek op hol geslagen handwerkjuffrouwen. Niets, maar dan ook niets daarvan is te merken op de manifestatie Nederlandse Beeldende Kunst Textiel die op tien locaties in Amersfoort wordt gehouden. Er staan bont gekleurde schalen van harde dweilen, er zweven matrassen in een kerk, paardeharen bedekken een oude kloostermuren: er gebeurt van alles met textiel dat niets met ouderwetse naaldvaardigheid te maken heeft.

Vooral de jongere generatie kunstenaars heeft zich volledig bevrijd van de textielkunst als toegepaste kunstvorm. Zij maken beeldende kunst, waarin meer textiel dan alleen schilderslinnen verwerkt wordt. De Amsterdamse kunstenares C. A. Wertheim (1962) bijvoorbeeld schildert niet op doek, maar op namaakbont, kussentjes, oude dekens, sjaals, vitrages en hondemanden.

Een hoogtepunt is ook het werk van Bart Drost (1955), met name het kunstwerk dat hij speciaal maakte voor de 'mannenzaal' in het oude armengasthuis aan de Westsingel in Amersfoort. Deze gerestaureerde zaal bevat kleine bedstedes met open kastjes waarin po's staan. In die krappe bedjes moesten steeds twee mannen de nacht doorbrengen. Drost verwijst met een prachtige installatie van tientallen sportbroekjes die hangen voor een grote tekening van naakte jongens in erotische houdingen, naar de homo-erotische gevoelens die deze wat krap bemeten vorm van naastenliefde bij hem oproept. Kunstwerk en locatie vullen elkaar goed aan. Ook bij zijn locatie-opdracht in een oude mavo-school is dat het geval. Daar hangt hij in een lokaal vogelkooi-achtige hokjes aan de muur, waarin naaktfoto's van jongentjes zijn geplakt. In het lokaal heeft hij een aantal jonge berkenbastjes geplaatst.

Er zijn meer gelukkige combinaties locatie-kunstenaar op deze manifestatie te zien. In het leegstaande klooster Marienhof sluit Ilse Mater met zwart velours twee ruimten lichtdicht af, op de kleine gaatjes in kruispatronen na, die ze prikte in de stof voor de ramen. Zo wordt een kloosterkamer een merkwaardig duister heelal. Minstens zo subtiel zijn de wandbedekkingen die Marian Bijlenga (1954) op de witte kloostermuren aanbracht: van paardeharen knoopte ze een soort netwerken, die intrigerende, tere grafische patronen opleveren.

Op solotentoonstellingen van oudere generaties textielkunstenaars als Madeleine Bosscher (1942) en Herman Scholten (1932) is goed te zien hoe ook zij steeds vrijer zijn gaan werken met textiel. Om de 'bevrijding van de textielkunst' te completeren, hebben de organisatoren ook een aantal bekende beeldende kunstenaars, zoals Carel Visser en Marinus Boezem gevraagd met textiel een werk te maken.

Niet bekend