Stadsbewoners wennen aan terreur Peruaanse guerrilla

LIMA, 20 nov. Twee luide expolsies, gevolgd door schoten uit automatische wapens en een met gierende banden wegrijdende auto, verstoorden de tot dan toe rustige zondagavond in Lima. Even verderop in onze straat werd duidelijk waar het lawaai vandaan was gekomen.

Buiten het hek van het nabij gelegen Amerikaans consulaat liepen zwaar bewapende politiemannen van de Peruaanse anti-terreureenheid tussen de glasscherven. Op een muur van het gebouw tekenden zich de roetzwarte contouren af van een granaatinslag. Kogelgaten in twee aan de overkant van de straat geparkeerde auto's bewezen het nut van de terrorisme-clausule in de all-risk verzekering die ik een paar dagen eerder voor mijn eigen auto had afgesloten.

'Welcome to Lima', lachte de woordvoerder van de Amerikaanse ambassade de volgende ochtend over de telefoon, toen ik hem vertelde van onze eerste kennismaking met de stadsguerrilla hier. Hij voegde daar aan toe: 'Don't worry, de vorige aanslag op de ambassade was drie jaar geleden. Voorlopig zit je dus wel goed daar.'

Die zondagavond was niet alleen het Amerikaans consulaat in de residentiele wijk Miraflores het doelwit van guerrillero's van de Revolutionaire Beweging Tupac Amaru (MRTA), maar ook een salsodromo (danshal) in de naar het noordwesten gelegen volksbuurt San Martin de Porras, en een school in het krottendorp Comas in het noorden van de stad. Op alle drie plaatsen werden strooibiljetten van MRTA gevonden: 'De strijd gaat verder!'.

En daarmee hield het politierapport van die avond zoals dat dagelijks overladen met details en rijkelijk geillustreerd is terug te vinden in de Peruaanse kranten nog niet op. Behalve de MRTA, was ook de grootste guerrillabeweging van Peru, het maoistische en extreem-sectarische Sendero Luminoso ('Lichtend Pad') in het weekeinde actief geweest in Lima.

Revisionist

Zo hadden 'Senderistas' in de nacht van zondag op maandag het borstbeeld van Ernesto 'Che' Guevara met dynamiet opgeblazen. Dat zal de terroristen vermoedelijk niet veel moeite hebben gekost. De buste stond op de campus van de San Marcosuniversiteit, een berucht centrum van pro-Sendero-activiteiten. Het meest verbazingwekkende was nog dat Che in de ogen van Sendero een 'verraderlijke hond' en 'revisionist' het temidden van de aanhangers van 'President Gonzalo' (de mysterieuze leider van Sendero) zolang had uitgehouden.

De schade van het terrorisme in Lima blijft niet beperkt tot kapotte ruiten, kogelinslagen en met strijdleuzen volgekalkte muren. Dagelijks worden politiemensen, particuliere bewakers en soms nietsvermoedende voorbijgangers het dodelijk slachtoffer van terreurcommando's van MRTA en Sendero.

Volgens schrijvers van de Peruaanse strijdkrachten zijn de afgelopen tien jaar zo'n negentienduizend mensen omgekomen door het guerrillageweld. Mensenrechtenorganisaties menen dat het cijfer eerder 22.000 is. De schade aan de infrastructuur van het land bedraagt meer dan vijftien miljard dollar. In vergelijking hiermee: de Peruaanse buitenlandse schuld beloopt ruim twintig miljard dollar.

Kaarsen

Minder frequent, maar vermoedelijk als visitekaartje veel effectiever, zijn de aanslagen op hoogspanningsmasten in de bergen buiten Lima die de elektriciteit naar de hoofdstad geleiden. Toch is de stad gewend geraakt aan dit soort aanslagen op de stroomvoorziening. Na de karakteristieke fluctuatie van het licht in de lamp boven de eettafel is er meestal net voldoende tijd om de kaarsen aan te steken voordat huis, wijk en stad ten minste een kwartier onvrijwillig zijn verduisterd.

Door deze gewenning aan de terreur valt het nauwelijks op dat de twee Peruaanse guerrillabewegingen in toenemende mate hun activiteiten verplaatsen van het platteland naar de stad. 'Het stille offensief' noemde het Limeense dagblad La Republica begin deze maand de geleidelijke escalatie van de terreur in de hoofdstad. La Republica wees erop dat van de 59 aan Sendero Luminoso toegeschreven aanslagen in de eerste drie weken van oktober er vijftig in Lima plaats hadden.

Traditioneel opereert Sendero Luminoso in het Andesgebergte met de bakermat Ayacucho als uitvalsbasis. Leidraad daarbij is de van oorsprong maoistische tactiek om vanuit het platteland de stad te omsingelen. Sendero is daar nu al tien jaar mee bezig.

Daarnaast is deze beweging actief in de Alto-Huallaga-vallei, het grootste coca-producerende gebied ter wereld. De 'bescherming' van coca-boeren en het afpersen van de Colombiaanse afnemers van de coca is de belangrijkste bron van inkomsten van Sendero.

Onlangs signaleerde La Republica 'een excessieve mobilisatie van militaire kaders van Sendero' in de richting van Lima en van Huancayo, hoofdstad van het ten westen van Lima gelegen departement Junin. Volgens kenners heeft Junin een belangrijke betekenis in de 'verovering' van de hoofdstad. 'Junin is de sleutelzone als het gaat om de logistieke wurging van de hoofdstad', meent generaal (bd) Sinecio Jarama Davila.

Oppermachtig

Tot die conclusie is ook de minder dogmatische MRTA gekomen. Deze guerrillagroep was van oudsher meer op de stad gericht, maar heeft nu buiten Lima drie 'fronten' van waaruit wordt geopereerd. Het meest recente front ligt ten noorden van de Alto-Huallaga-vallei in het departement San Martin. Hier bevindt zich volgens sommigen een gebied dat in potentie meer en betere coca kan leveren dat de Alto-Huallaga. Politie en leger laten zich daar buiten de steden nauwelijks zien; de MRTA is er oppermachtig op het platteland en is net als Sendero een gelegenheidsalliantie met de cocabaronnen aangegaan.

Generaal Jarama concludeert dan ook dat de twee bewegingen veel strategisch-tactische overeenkomsten hebben. De verschillen zitten vooral in de stijl van opereren. Sendero naar schatting vijfduizend militanten heeft zich ontpopt als een meedogenloze beweging die er niet voor terugdeinst op grote schaal slachtoffers te maken onder de 'massa' die ze voor haar zaak zegt te willen mobiliseren. De MRTA, kleiner van omvang, koelt haar revolutionaire woede vooral op politie, leger en andere vertegenwoordigers van de Peruaanse overheid.

Volmachten

Het antwoord van de Peruaanse regering op het stedelijk offensief van de guerrillabewegingen kwam onlangs van minister van defensie generaal (bd) Jorge Torres Aciego. De generaal kondigde een 'intensivering' aan in de strijd tegen de 'subversie' in de stedelijke gebieden. De generaal zei dit daags nadat de politiek-militaire commandant van het departement San Martin zwaar gewond was geraakt bij een aanslag van de MRTA in de hoofdstad Tarapoto. Kort daarop kwam een luitenant-kolonel van het leger om het leven bij een aanslag in Lima.

In de meeste grote steden van Peru, evenals in de meeste departementen, heeft het leger vergaande volmachten krachtens de noodtoestand. In de geisoleerde departementen die als de 'rode zones' bekend staan, heeft dit primaat van het leger in de strijd tegen de guerrillero's geleid tot excessen tegen de burgerbevolking.

Zo werden eind september dertig boeren in de provincie Vilcashuamvfoutief tekenan (departement Ayacucho) het slachtoffer van, vermoedelijk, een militaire actie. De meeste slachtoffers waren gemarteld tot de dood erop volgde. De nabestaanden wijzen de beschuldigende vinger naar een legercommandant die ter plaatse opereert onder de nom de guerre 'kapitein Mapocha'.

De opheffing van de noodtoestand, na negen jaar, in de naburige provincie Huanmanga was daarom voor velen een verrassing. 'Maar dit betekent niet dat we onze controlerende taak, de patrouilles en het verzamelen van inlichtingen daar opgeven', zo waarschuwde minister van defensie Torres in het parlement.

Van een opening van regeringszijde naar de guerrillabewegingen is absoluut geen sprake, gezien de machtige rol die het leger in de coulissen van de regering van president Alberto Fujimori speelt. Met Sendero valt sowieso niet te praten. Bovendien is nog onduidelijk wat de guerrillabewegingen met hun nieuwe stedelijke offensief op korte termijn willen bereiken.

In de provincie waarin de hoofdstad Lima ligt, blijft de noodtoestand onverminderd van kracht. Maar de situatie die zich op het platteland voordoet en waarbij leger noch guerrillero's elkaar een beslissende slag kunnen toedienen, geldt ook en in versterkte mate voor de hoofdstad. De enige doorbraak in de vicieuze cirkel van geweld biedt een eventuele verbetering van de economie die de volstrekte armoede kan verlichten waarin meer dan de helft van de bevolking leeft. In die theoretische benadering zal de aantrekkingskracht van de guerrilla verminderen.

    • Reinoud Roscam Abbing