Poppenspeler Boschma: 'Het zelfbedrog is zo doorzichtig'

Feike Boschma (70), de nestor van het poppentheater, begon voor de oorlog als amateur met voorstellingen voor kinderen. Nu treden hij en zijn poppen alleen nog maar op voor volwassenen. Vanavond gaat in het Amsterdamse Nieuwe de la Mar Theater de jubileumvoorstelling in premiere waarin hij terugblikt op de afgelopen veertig jaar.

AMSTERDAM, 20 nov. In Feike Boschma's jubileumvoorstelling Romance in many dimensions, komt de volgende scene voor. Boschma maakt van twee stokken een kruis en drapeert daaromheen een roze lap stof. Op de bovenste punt van het kruis zet hij een breedgerande hoed. Onder zijn handen is in een paar minuten tijd een vrouw, nee een dame, ontstaan en we zien hoe hij verliefd raakt op zijn eigen creatie. Hij wandelt met haar, neemt haar in zijn armen en zet haar voorzichtig op een schommel. Het zijn ontroerende ogenblikken. Maar dan gebeurt er kennelijk iets waardoor hij zo boos wordt, dat hij de vrouw in een paar bewegingen reduceert tot twee stokken, een lap en een hoed. Al die tijd is er geen woord gesproken.

'In dit stukje is het poppenspel in alle eenvoud samengevat', zegt Bosschma later. 'Ik ben een manipulator die het publiek laat zien hoe je leven kunt brengen in dode dingen en hoe dat leven er ook weer is uit te halen. Het verrast mij telkens opnieuw dat je met zo'n primitief hulpmiddel die illusie kunt wekken.

'Ik heb gemerkt dat de pop interessanter wordt naarmate de uitvoering simpeler is. Hoe realistischer de pop, hoe minder men hoeft te fantaseren en hoe minder emoties het oproept. Met een eenvoudige lap en een stok is veel meer te bereiken. Om die reden gebruik ik ook zo min mogelijk tekst.'

Boschma werkt zowel met stokpoppen als met marionetten. Marionetten hebben zijn voorkeur, maar ze hebben een bezwaar: 'Omdat het poppen aan draadjes zijn, blijven ze altijd wat zweverig; als je ze stil probeert te zetten zwabberen ze nog wat na. Om een dramatische opbouw te krijgen heb je een lyrische beweging nodig, en dan plotseling een scherp afgebakende beweging. Alsof je een punt in de ruimte aangeeft. Met een stokje kun je een vloeiende lijn maken en ook abrupt ophouden daarom ben ik meer en meer met stokjes gaan werken, hoewel draadjes toch eigenlijk mijn voorliefde hebben, daar ben ik mee begonnen.'

Boschma omschrijft zijn spel als een combinaties van het lyrische, lichtvoetige en het serieuze: 'Ik wil geen boodschap, maar een leuke avond. Ik heb eens iemand ontmoet die kritiek had op mijn nonchalante houding: hij vond dat ik met de poppen speelde alsof het cabaret was. Volgens hem ging ik voorbij aan de dramatiek van de poppen.'

Toch zijn er in Boschma's voorstellingen momenten waarop het lieflijke, etherische spel ruw wordt verstoord; zo is er bij voorbeeld een scene waarin een schaar verschijnt die happend een minnend liefdespaar uiteenjaagt; en in een andere scene komt aan een gevecht tussen twee roofvogels een wreed einde als de een de keel van de ander openpikt een rode lap valt uit de wond.

In de afgelopen veertig jaar gaf Feike Boschma niet alleen solovoorstellingen, hij werkte ook samen met onder anderen Wim Sonneveld, Wim Kan, de cabaretgroep Funhouse en met marionettenspeler Jan Goes en actrice Margit de Vries. Poppen en mensen stonden vaak broederlijk naast elkaar op het podium. Boschma: 'Dat kan alleen als een acteur in de pop gelooft. Vergeleken met een acteur speelt een pop altijd een melodramatische rol: alles wat ze doet moet extremer uitgebeeld worden. Als een pop schrikt strekt zij beide armen en deinst achteruit. Een acteur kan zoiets innerlijk spelen. Ik heb veel geleerd van de acteurs in stomme films: zij moesten ook zonder woorden hun emoties aanschouwelijk maken.'

Door met acteurs op te treden, werd Boschma gedwongen de bewegingen van de poppen te vergroten, maar uit ondervinding weet hij dat ze pas menselijke proporties krijgen in een zaal van zo'n vijfhonderd plaatsen: 'In een kleine zaal ontstaat sneller een intieme sfeer, maar het is een nadeel dat de mensen zo dichtbij zitten. Ik ga daardoor kleiner spelen, met te veel gewriemel; het wordt dan al gauw een beetje knus en minder theater.'

Als poppenspeler is Feike Boschma altijd zijn eigen weg gegaan, zo ook in de jaren zeventig toen in navolging van de Actie Tomaat op het toneel, in het poppentheater een 'Actie Tomaatje' uitbrak. Boschma: 'Het werd opeens mode achter de kast vandaan te komen en als poppenspeler op het toneel te gaan staan; de jongere generatie wilde af van het mystieke. Het accent komt dan sterker op de persoon en minder op de pop te liggen. Dat is een gevaarlijk grensgebied.

'Ik heb het altijd leuker gevonden onzichtbaar te blijven, maar ik begrijp ook dat het publiek wil weten wie de persoon erachter is. Als je dat niet laat merken wordt men onrustig; daarom moet je tijdens een voorstelling een keer tevoorschijn komen. Net zoals de leden van een jazzorkest vaak een solo mogen doen, zo moet een popppenspeler even zijn stem laten horen, dan kan het publiek met hem kennismaken. Maar moeilijk vind ik het wel omdat ik nooit weet welke rol ik dan speel.

'Dat relativeren heb ik misschien overgehouden uit de begintijd, toen ik me uit onzekerheid overal voor wilde excuseren. Ik vraag me weleens af wat ik eigenlijk aan het doen ben met zo'n popje. Ik speel een merkwaardig spelletje met het publiek: het zelfbedrog is zo doorzichtig. Soms denk ik dat we allemaal in een gekkenhuis zitten, maar dat moet je natuurlijk niet laten merken. Nou ja, voor vijf procent dan.'