Planeet Mars op 27 november in oppositie met de zon

Onze veelbesproken rode buurplaneet nadert momenteel snel de aarde. Op 27 november is hij in oppositie met de zon, hetgeen betekent dat zon, aarde en Mars zich in ongeveer een rechte lijn in de ruimte bevinden.

Zeven dagen tevoren op 20 november zal de planeet het dichtst bij de aarde staan. Dat deze data niet precies samenvallen wordt veroorzaakt door het feit dat de banen van zowel de aarde als van Mars om de zon niet geheel cirkelvormig, doch enigszins elliptisch zijn.

Zijn afstand tot de aarde zal dit jaar op 20 november 77 miljoen kilometer bedragen. Eerst in 2003 zal er weer zo'n gunstige afstand bereikt worden. De planeet zal dan de aarde naderen tot op een afstand van 55,76 miljoen kilometer.

Op 27 november tijdens de oppositie is die afstand weliswaar iets groter, doch dat is vrijwel op geen enkele wijze merkbaar. De grootte-klasse (magnitude) van de planeet is op 27 november -1,8 terwijl deze op 20 november tussen -1,7 en -1,8 ligt.

Mars is dan ook buiten de maan het helderste object aan het nachtelijk firmament. Alleen de planeet Jupiter, die overigens omstreeks 27 november veel later in het oosten opkomt, kan zich wat helderheid betreft meten met Mars. Tijdens de zonsondergangen in de laatste week van november komt de felrode planeet in het oosten op als de zon ondergaat, bereikt vervolgens het hoogste punt aan het firmament rond middernacht, en gaat in het westen onder als de zon weer opkomt.

De middellijn van het planeetschijfje bedraagt omstreeks de datum van oppositie 18 boogseconden, wat vijf boogseconden minder is dan tijdens de oppositie van september 1988. Dit nadeel valt voor de waarnemer echter geheel weg omdat in 1988 de planeet slechts maximaal 36 boven de horizon kwam, terwijl thans een hoogte bereikt wordt van maar liefst 62. Van luchtonrust, die bij planeetwaarnemingen vlak boven de horizon zo'n grote rol speelt, is nu nauwelijks sprake.

Reeds met behulp van de allereenvoudigste astronomische kijker krijgt men nu een redelijke gelegenheid om aan de hand van een goede Mars-kaart met eigen ogen iets van de oppervlaktestructuren van onze buurplaneet te zien. Tijdens deze oppositie zal men o.m. kunnen constateren dat de noordelijke poolkap van de planeet beter ontwikkeld is dan de zuidelijke. Ook is het mogelijk dat men getuige kan zijn van het optreden van stofstormen, die de bestaande structuren van het planeetoppervlak volkomen aan het gezicht kunnen onttrekken. Voor het doen van dit soort waarnemingen is echter een groter instrument vereist. Het is een gelukkige omstandigheid, dat de rotatieperiode van Mars (24 u. 37 min.) vrijwel gelijk is aan die van de aarde. Wie enkele dagen achtereen op hetzelfde tijdstip naar Mars kijkt, ziet dus telkens hetzelfde gedeelte van het planeetoppervlak en kan eventueel optredende stofstormen beter identificeren.

Ondanks eeuwenlange observaties met de meest verfijnde apparatuur is nog steeds geen afdoend antwoord op de vraag gegeven: ' Bestaat er leven op Mars?' Ook de Amerikaanse Viking-expedities, waarbij in 1976 en 1977 een ruimtevoertuig op de Marsbodem werd neergezet, hebben geen uitsluitsel gegeven. Wellicht kan het verdere Mars-onderzoek waaraan Amerikanen en Russen nu eendrachtig samenwerken, binnen afzienbare tijd een afdoend antwoord geven.