Onderzoek voorspelt duizenden ontslagen; Industriebond bepleit steun defensie-industrie

ROTTERDAM, 20 nov. Als gevolg van bezuinigingen op defensie zullen de komende vier tot vijf jaar tussen de 1445 en 3.000 banen per jaar verloren gaan bij de Nederlandse defensiebedrijven. De meeste arbeidsplaatsen zullen verdwijnen bij munitiebedrijven, scheepswerven en elektronica-concerns.

Dit blijkt uit een rapport dat het Oecumenisch studie- en adviescentrum voor investeringen (OSACI) in opdracht van de Industriebond FNV heeft gemaakt. In het rapport wordt uitgegaan van bezuinigingen van drie miljard gulden op de Nederlandse defensiebestedingen tot en met 1995.

De onderzoekers voerden gesprekken met kaderleden en districtsbestuurders bij veertien belangrijke defensiebedrijven en hielden een schriftelijke enquete onder negentien andere bedrijven. Hun prognose van een verlies van tussen de 1445 en 3.000 banen per jaar in de komende vier a vijf jaar ligt aanzienlijk boven de cijfers van de defensie-industrie zelf. Die verwacht een verlies van in totaal 4.000 van de 20.000 arbeidsplaatsen.

Bij Fokker, Van Rietschoten en Houwens, Bronswerk, Van Halteren, Siemens, Polynorm en Van Buuren-Van Swaay weinig gevolgen van de bezuinigingen verwacht. Bij deze bedrijven zouden voldoende mogelijkheden zijn wegvallende produktie te compenseren in de civiele sfeer.

Daarnaast onderscheidten de onderzoekers 'probleembedrijven', waarin weinig voortgang is geboekt met civiele diversificatie. 'Soms zijn de objectieve mogelijkheden hiertoe beperkt, maar in andere gevallen lijken de bestaande mogelijkheden om civiele alternatieven tot ontplooiing te brengen niet volledig benut. Bij een aantal bedrijven ontbreekt het nu aan financiele middelen en tijd om de noodzakelijke civiele alternatieven uit te werken', aldus het rapport. Dit zou het geval zijn bij Van der Giessen-De Noord, Delft Instruments, HSA, de Schelde, RDM, MFT, DAF, De Kruithoorn, Eurometaal, BATA en Combimac, waar wel banenverlies wordt gevreesd.

Gezien de verschillende omstandigheden waarbinnen de Nederlandse defensiebedrijven werken, is volgens de onderzoekers een centrale aanpak van de gevolgen weinig doeltreffend. Een nationale conversiecommissie of een nationale steunpot zouden leiden tot 'verdeling van de armoede' of het financieren van schijn-oplossingen.

Voor bedrijven die geld en tijd nodig hebben om civiele alternatieven tot wasdom te, zal gerischte overheidssteun veelal onontbeerlijk zijn. 'Met name de 'probleembedrijven' in de munitie en de scheepsbouw zijn steeds in sterke mate afhankelijk geweest van Nederlandse defensie-opdrachten, wat zeker niet stimulerend is geweest voor het ondernemerschap in de richting van civiele alternatieven. De overheid kan zich niet aan de verantwoordelijkheid voor deze grotendeels 'militaire gang' onttrekken', aldus het rapport.