Moet fiscus uitmaken wat eredienst is?

Bij de Hoge Raad, zo heeft de fiscale medewerker van deze krant bericht, is een procedure aangemeld over de belastingheffing van kerkgebouwen. Gebouwen die 'in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst' genieten vrijstelling van de onroerend-goedbelasting. Concreet betekent dit dat meer dan 60 procent bestemd moet zijn voor de eredienst. Dan volgt vrijstelling. Koorrepetities, catechisatie, kerkelijk jeugdwerk en vergaderingen van de kerkeraad zouden daar volgens een Haagse belastingrechter niet onder vallen. 'Hij ontsnapte aan de vraag of bijvoorbeeld de biecht of de apologie als onderdelen van de eredienst moeten worden beschouwd'. Moet de rechter kerkgebouwen vrijstellen van belasting 'voorzover die voor de eredienst worden gebruikt' en daarmee 'eredienst' in strikte of brede zin gaan interpreteren?

Er zijn multifunktionele kerkgebouwen Amsterdam heeft er verschillende die in het weekeinde als plaats voor eredienst worden gebruikt en verder dienen als tentoonstellingsruimte of muziekhal. Sommige kerkgebouwen worden definitief verkocht voor profane doeleinden, zoals een tapijtenhal. Zelf ben ik gedoopt in de Mon-Pere-kerk te Leiden, die werd omgebouwd tot een wel zeer grote doopvont: een overdekt zwembad. In de Sovjet-Unie worden momenteel tal van kerken en moskeeen, die van overheidswege voor andere doeleinden ter beschikking werden gesteld, weer verbouwd ten behoeve van de eredienst. Er zijn ook ruimten, die van oorsprong profaan zijn en in het weekeinde permanent gebruikt worden als kerkzaal. Dat is soms het geval bij gymnastieklokalen of aula's van bijzondere scholen. In al deze gevallen is het al of niet plaats vinden van 'eredienst' gemakkelijk vast te stellen.

Het wordt moeilijker, wanneer men onderdelen van godsdienstbeoefening strikt als 'eredienst' wil gaan definieren. Godsdienst substantieel omschreven, verwijst naar wat het individu te boven gaat, transcendeert, refereert aan een hogere macht, en aan buitenwereldse invloeden door middel van een openbaringsgegeven. Sociologen onderkennen drie aspekten: een individueel aspekt (bewustheid), een cultureel aspekt (geloofsleer, riten) en een struktureel aspekt (groepen, organisaties, bij Christenen kerken genoemd). De Amerikaanse socioloog Charles Glock onderscheidt vijf dimensies. Een christen is iemand die de geloofswaarheden kent (intellektuele dimensie) en aanvaardt (ideologische dimensie), de sacramentele en culturele praktijken beoefent (rituele dimensie), streeft naar ervaring van het hogere en heilige (ervaringsdimensie) en er ethische principes op na houdt (dimensie van het gevolg).

Welnu, het is ondoenlijk voor een rechter om deze aspekten of dimensies van elkaar te isoleren. De rituele dimensie veronderstelt een voorganger, gewoonlijk een predikant of priester, de persoonlijke aanwezigheid van gelovigen, de vorming, die noodzakelijk is om het gesproken woord, de teksten uit de H. Schrift, de religieuze handelingen, kortom de eredienst in strikte zin, te begrijpen, het instuderen van koormuziek of orgelspel, de verzorging van kinderen in een creche om de ouderen gelegenheid te geven de dienst volledig bij te wonen en tenslotte allerlei administratieve arbeid om het geheel van de eredienst duurzaam te laten verlopen. Dit lijkt mij een betere beschouwingswijze dan de suggestie om in allerlei kleine en grote bijruimtes van het eigenlijke kerkgebouw 'kleine kerkdiensten' te organiseren.

Kerk is 'eclesia', bijeengeroepen worden in een gebouw, terwille van de communicatie. Electronische media zullen deze behoefte aan persoonlijke ervaring nooit kunnen bevredigen. Dat geldt niet alleen voor godsdienst, maar ook voor theater, muziek en zelfs voor voetbal. Het lijkt mij ondoenlijk om in alle kleine ruimtes buiten de hoofdzalen kleine toneelstukjes te laten opvoeren of mini-orkestjes te laten spelen om te voorkomen dat de fiscus toeslaat.