Kamer verwerpt ingreep Ritzen in wetsvoorstel

ROTTERDAM, 20 nov. De Tweede Kamer verwerpt vrijwel alle wijzigingen die minister Ritzen (onderwijs) wil aanbrengen in het door zijn voorganger Deetman ingediende voorstel voor een wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Alle grote fracties vinden onder meer dat Ritzen te ver doorschiet in de deregulering van deze onderwijssector. Dit blijkt uit het voorlopig verslag, de eerste stap in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel.

De Kamer vindt het onjuist dat Ritzen in zijn nota's van wijziging de overheid de mogelijkheid uit handen neemt om in te grijpen als universiteiten en hogescholen onvoldoende aan taakverdeling doen of als zij besluiten waardevolle, maar budgettair onaantrekkelijke studierichtingen te sluiten.

Er is ook geen meerderheid in de Kamer voor het voorstel van Ritzen om het collegegeld variabel te maken. De universiteiten en hogescholen zouden van hem niet meer, maar wel minder collegegeld mogen vragen dan het wettelijk vastgestelde bedrag. De fracties zien daar het nut niet van in.

Ook het voornemen van de minister om allochtonen een grotere inlotingskans te geven bij studierichtingen met een numerus fixus krijgt geen steun van een Kamermeerderheid. Evenmin voelt de Kamer voor de mogelijkheid studentenstops in te stellen bij studierichtingen waarbij de 'maatschappelijke behoefte' aan afgestudeerden minder groot is dan het aantal studenten. Volgens de grote fracties is het onmogelijk en ongewenst om op grond van een dergelijk ruim geformuleerd criterium de studentenstromen te sturen.

De voorgestelde indeling van het onderwijs in voor universiteiten en hogescholen identieke sectoren (zoals natuur, techniek, recht) moet worden gehandhaafd, vindt een ruime meerderheid in de Kamer. Binnen die sectoren krijgen de instellingen een grote mate van vrijheid om opleidingen op te zetten.

Ritzen had de sectorindeling geschrapt en in plaats daarvan een register voorgesteld waar universiteiten en hogescholen hun studierichtingen zouden moeten registreren. Alleen geregistreerde opleidingen zouden voor financiering door de overheid in aanmerking komen. De Kamer zet vraagtekens bij zo'n register. Zij vindt dat het in elk geval de sectorindeling niet kan vervangen.

Uit de inbreng van de fracties blijkt dat er geen meerderheid is voor een drastische herziening van de universitaire bestuurstructuur waarbij bijvoorbeeld de universiteitsraden zouden worden afgeschaft. De Kamer is van mening dat de bestuursorganisatie en de medezeggenschap bij de universiteiten en hogescholen in grote lijnen hetzelfde moeten worden.