Jonge cast geeft 'Cosi' de kracht van de verbeelding

Voorstelling: Cosi fan tutte van W. A. Mozart, door het Onafhankelijk Toneel o.l.v. Christoph Escher. Met: Bernadette ter Heyne, Hans de Vries, Franciska Dukel, e.a.; regie: Mirjam Koen en Gerrit Timmers. Gezien: 16/11 Lantaren Rotterdam. Herhalingen aldaar (in wisselende bezetting): 21 t/m 25/12; Toneelschuur Haarlem: 27, 29/11, 1, 4 t/m 9/12; 't Hoogt Utrecht 12 t/m 16/12; Laktheater Leiden 21 t/m 23/12; AT en T Danstheater Den Haag 26/12 (2x).

Natuurlijk is Mozarts Cosi fan tutte in de produktie van het Onafhankelijk Toneel een heel andere dan die de Nederlandse Opera eerder dit jaar liet zien. Maar gelukkig zijn de aanwezigheid van Nikolaus Harnoncourt en het Concertgebouworkest niet het enige criterium voor een geslaagde voorstelling. Uiteindelijk geven ook de waarachtigheid, de kracht van de verbeelding en de intensiteit van de liefde en aandacht waarmee wordt gewerkt de doorslag.

Daarom is het niet echt bijzonder dat het Onafhankelijk Toneel met een mini-orkest en uitsluitend jonge zangers een goede operavoorstelling brengt. Wel uitzonderlijk is dat deze Cosi zo'n echt aardige voorstelling is: onderhoudender, vitaler en tintelender dan vele 'gewone' operaprodukties, bovendien nog komisch en humoristisch.

Hoe brengt het Onafhankelijk Toneel Cosi fan tutte, de opera die middels een contre coeur uitgevoerde partnerruil de illusie van ware liefde vernietigt? Er is een podium dat uit drie prakticabels bestaat. Daartussen zijn twee 'loopgraven' en daarin bewegen zich meestentijds twee inspecienten, Gerrit Timmers en Marc Warning, beiden beeldend kunstenaar.

Dat Timmers, samen met Mirjam Koen, ook regisseur is, maakt de voorstelling tot expliciet regisseurstheater, dat zichzelf ook weer ondergraaft. De personages worden steeds geloofwaardiger en onafhankelijker, de zangers spelen ook steeds minder een rol en lijken vooral zichzelf, gewone mensen, die juist niet acteren en wier zang, ondanks de geprojecteerde vertaling van de teksten, geheel vanzelfsprekend is.

De zangers bewegen zich vrijuit op het podium, telkens over de sleuven stappend alsof die er niet zijn en krijgen vanuit de uitdragerij onder het toneel de talloze rekwisieten in de handen geduwd: messen en pistolen, gasmaskers en telefoons, kussentjes en cocktails. Timmers en Warning pakken ze even later weer aan, ruimen de rotzooi op en organiseren de scenewisselingen. Ondertussen leven ze begripvol en ondersteunend mee met de personages. Ze tonen daarbij een aandoenlijke zorg en aandacht die mij herinnerden aan het aangrijpende ballet Cafe Muller van Pina Bausch.

Het geheel is zeer afwisselend, met een goed gedoseerde inventiviteit. Soms wordt de handeling geillustreerd, zoals tijdens de scene waarin de jongens Guglielmo en Ferrando zogenaamd ten oorlog trekken. Timmers en Warnink tonen hun mogelijk gruwelijk lot door in een van de loopgraven een graf te delven en zand op het podium te scheppen. Vervolgens laten ze daarin plechtig een levensgroot schilderij van een dode soldaat zakken en gooien het graf weer dicht. Elders worden scenes met poppenspel en andere symboliek verlucht.

Een wezenlijke ingreep betreft de afloop van het verhaal: aan het slot staan daar niet de oorspronkelijk verliefde stellen beschaamd te zijn, maar wordt het succes van de partnerruil bestendigd. Men kan daar op twee manieren tegenaan kijken. Dat Dorabella en Fiordiligi nu niet voort moeten met de partner die ze ontrouw zijn geworden, ontdoet de opera van tragiek. Maar men kan even goed beweren dat deze afloop nog tragischer en cynischer is dan de authentieke: er is immers ook geen enkele garantie dat de dames niet de volgende dag opnieuw door andere kerels worden ingepalmd.

Al gaat er wel eens een nuance verloren, onder de animerende leiding van Christoph Escher, de dirigent van het Nederlands Danstheater wordt door het elf mans-orkest en de hechte premierecast van jonge vocalisten met enthousiasme, vuur en vaart gespeeld en gezongen. Deze Cosi, die met een wisselende bezetting nog tot Kerstmis op tournee is, heeft een plezierige en aanstekelijke uitstraling die minstens even groot is als destijds regisseur Dario Fo teweegbracht bij Rossini's Barbier van Sevilla door de Nederlandse Opera.