Indische Buurt is op zoek naar een nieuwe identiteit

AMSTERDAM, 20 nov. Ondanks de hoge werkloosheid en de grote veranderingen in de wijk hebben maar weinig bewoners van de Indische Buurt in Amsterdam-Oost dringend behoefte te verhuizen. Tot die conclusie komen de sociologen G. Anderiesen en A. Reijndorp van de Universiteit van Amsterdam, die een uitgebreid onderzoek hielden in deze volkswijk.

De stadsvernieuwing van de afgelopen vijftien jaar en de gelijktijdige instroom van migranten en andere nieuwkomers heeft volgens de onderzoekers van de Indische Buurt een heterogene wijk gemaakt, die op zoek is naar een nieuwe identiteit. De verschillen met andere stadsvernieuwingswijken in Amsterdam en andere grote steden zijn niet opvallend groot, maar ze zijn er wel.

Hun onderzoek is vandaag verschenen, onder de titel 'Eigenlijk een Geniale Wijk', gebaseerd op een uitspraak van een van de tientallen mensen die de onderzoekers uitgebreid hebben gesproken. Lang niet alle bewoners delen deze ietwat ironische, maar positief bedoelde kwalificatie. Negatief zijn de meeste mensen echter ook niet. Het is nog steeds een Amsterdamse volkswijk, maar zonder eigen karakter en met te weinig eigen voorzieningen, zo concluderen de onderzoekers.

In dat opzicht verschilt de Indische Buurt van bijvoorbeeld het Oude Westen in Rotterdam, dat ook een ingrijpende renovatie achter de rug heeft. In het Oude Westen, waar de onderzoekers de veranderingen eerder onderzochten, heeft, zo betogen zij, de stadsvernieuwing veel meer de 'verzorgingsstaat' in de wijk gebracht. In de Indische Buurt is de gemeente nog altijd een 'verre oom'.

Interessant is ook dat de meeste mensen in de Indische buurt de stadsvernieuwing, waar indertijd zo sterk tegen werd geageerd, als iets heel positiefs waarderen. Men heeft het er graag voor over om meer huur te betalen voor een nieuwe woning. De migranten zijn door de bank genomen niet minder goed gehuisvest dan de autochtonen, wel is het zo dat in de aantrekkelijk gelegen nieuwe woningen relatief meer Nederlanders wonen, soms tot 95 procent. Dat houdt ook verband met het feit dat bij de oplevering de oorspronkelijke bewoners als eerste voor zo'n nieuwe woning in aanmerking komen.

De onderzoekers komen tot de conclusie dat er nooit meer een soort Indische Buurter zal bestaan. Daarom, zo redeneren Anderiesen en Reijndorp, zal er hooguit een partiele integratie kunnen ontstaan in een buurt als deze waarvan de heterogeniteit als vaststaand en blijvend moet worden geaccepteerd. Het is voor veel mensen hier voldoende om 'vertrouwde vreemden' te zijn. Het is prima, zeggen de auteurs, als er clubs functioneren waar er mensen in eigen kring functioneren. 'Het beleid gaat van een verkeerde permisse uit wanneer een premie wordt gezet op het aantrekken van buitenlandse deelnemers (aan zo'n club) en er een subsidiestop dreigt als dat niet gebeurt', luidt hun redenering.

Omdat er geen samenhangende groep bewoners woont in de Indische Buurt moeten er hogere eisen worden gesteld aan het beheer van de wijk. Onderlinge problemen kunnen de mensen zelf niet oplossen. Een aanbeveling luidt dan ook: 'Woningbeheerders, stadsdeelraad en politie moeten mensen in dienst hebben, die in staat zijn snel onderscheid te kunnen maken in situaties waar het gaat om 'gezeur', danwel sprake is van reele overlast, waarvan de oplossing niet kan worden overgelaten aan de individuele bewoners'. In dit verband noemen de onderzoekers het een slechte start dat het splinternieuwe stadsdeelkantoor Zeeburg, dat voornamelijk de Indische Buurt 'regeert', zo ver buiten de buurt is gevestigd en zo slecht bereikbaar is.

Volgens Anderiesen en Reijndorp zijn er wel degelijk mogelijkheden om de aantrekkelijkheid van de buurt te vergroten. Daartoe moeten 'sociale stijgers' niet in een positie geraken, wat nu het geval is, dat zij de wijk moeten verlaten, omdat de huidige toewijzingsregels voor woningen hem daartoe dwingt. Een veelvoorkomend alternatief is dan de Watergraafsmeer, waar de woningen groter zijn en, zo wordt er niet zelden aan toegevoegd, minder buitenlanders wonen (10 procent). Die strategie om de wijk aantrekkelijker te maken moet volgens de auteurs niet alleen gericht zijn op de zogeheten nieuwe stedelingen van elders uit Nederland. 'In de toekomst zal het evenzeer van belang zijn om de wijk attractief te laten blijven voor Surinamers en Mediterranen die vast werk en een wat beter inkomen hebben', concluderen Aneriesen en Reijndorp.