IMF-fonds voor schade Golfcrisis

WASHINGTON, 20 nov. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) wil zo'n 60 landen, die door de stijging van de olieprijzen in financiele problemen zijn gekomen, helpen met kredieten van in totaal 3,6 miljard dollar.

Volgens een overzicht van het IMF komen 76 landen als gevolg van de Golf-crisis in betalingsproblemen. De meeste daarvan, waaronder alle Oosteuropese lidstaten van het fonds, komen tot eind 1991 in aanmerking voor begrensde financiele steun. Die zal maximaal 82 procent bedragen van het bedrag dat betrokken land bij het IMF heeft ingelegd, het zogenoemde quotum.

Het geld zal komen uit een speciaal IMF-fonds dat is bedoeld voor het opvangen van onverwachte economische tegenvallers. De olie-import geldt hierbij als criterium. Landen die willen lenen moeten het IMF een energieprogramma voorleggen. Ook andere economische gevolgen van de Golf-crisis kunnen aanleiding zijn tot steun. Daaronder vallen bijvoorbeeld vermindering van de inkomsten uit het toerisme en, voor Egypte, de daling van verdiensten uit de tolheffing voor het Suez-kanaal. Overigens heeft Egypte gisteren besloten de tol met zes procent te verhogen. Egypte is bovendien een olie-exporteur, terwijl Jordanie en Turkije olie-importeurs zijn.

Het IMF raamt de ongunstige financiele gevolgen van de Golf-crisis voor de lidstaten in de periode tot eind 1991 op 28 miljard dollar. Daarvan komt dertien miljard dollar voor rekening van de 'frontlijnstaten' (Egypte, Turkije en Jordanie). Het IMF gaat er bij deze ramingen van uit dat de prijs van ruwe olie daalt van ruim dertig dollar per vat nu tot 23 dollar eind 1991.

De Oosteuropese landen worden dubbel getroffen, ze moeten vanaf 1 januari Sovjet-leveranties in schaarse harde valuta betalen voor olie die bovendien duurder is geworden.

Bij het IMF zijn 154 landen aangesloten, waarvan de Verenigde Staten de grootste contribuant zijn. Het helpt landen met betalingsbalansproblemen. De landen moeten in ruil daarvoor beloven hun economische beleid aan te passen. (AP, DPA)