Gezondheidsinspectie wil af van klachten patienten; Wettelijke middelen om in te grijpen bij misstanden ontbreken

HAARLEM, 20 nov. 'Het werk bij de inspectie in Noord-Holland bestaat voor dertig procent uit de behandeling van klachten, al is deze dienst daarvoor niet bedoeld. Bij de Regionale Inspectie van de Volksgezondheid in Zuid- Holland is de wachtlijst voor de behandeling van klachten inmiddels opgelopen tot vijf maanden. Dat is haast niet meer op te brengen. De klachtenbehandeling moet bij ons weg', zegt dr. P. Lens, regionaal geneeskundig inspecteur in Noord-Holland.

Uit het Jaarverslag van de Geneeskundige Hoofdinspectie over 1989 blijkt dat alleen al het aantal klachten tegen huisartsen vorig jaar met dertig procent is toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor. De stroom klachten die de vijf regionale inspecties jaarlijks bereikt, is omgekeerd evenredig aan de bezetting van deze diensten. De relatief grote Noordhollandse inspectie vier inspecteurs is nauwelijks in staat om de gang van zaken in de gaten te houden in de veertig algemene ziekenhuizen, de 35 verpleeghuizen, bij de ruim 8.000 verpleegkundigen, 2.200 medisch specialisten, 1.000 huisartsen, 130 ambulances en een onbekend aantal onbevoegde genezers. 'Wij zouden er met gemak twee man bij kunnen hebben. Voortdurend schieten we tekort.' zegt Lens. 'De inspectie is tot het bot uitgebeend, ' zegt mr. B. Schultsz, inspecteur in algemene dienst van de Hoofdinspectie.

In het algemeen koesteren klagers verkeerde verwachtingen van de inspectie. 'De klager meent in de regel dat wij een oordeel geven over de klacht of kunnen bemiddelen in eventuele schadevergoedingen. Voor ons houdt het belang van een klacht alleen in dat het een indicatie kan zijn voor een misstand die we aan de orde kunnen stellen. Daar heeft de klager dus niet zo veel aan. Hooguit is het belang van de volksgezondheid er mee gediend. Een enkele keer kaarten we de zaak aan bij het Medisch Tuchtcollege. Maar meestal gaat het om klachten over de bejegening. Daar kunnen we weinig mee beginnen. 't Is altijd het woord van de klager tegenover dat van de arts, ' zegt Lens, die er samen met zijn drie collega's dit jaar 220 op zijn bureau kreeg. 'Sommigen komen met vuistdikke dossiers. Ze zijn overal al een keer geweest. Daar gaat ongelooflijk veel werk in zitten. En als je bij de afhandeling van zo'n klacht nog een vormfoutje maakt, krijg je de Ombudsman op je dak.'

Hoewel relatief weinig affaires de publiciteit halen, zijn de regionale inspecties gezamenlijk minimaal een maal per week bezig met een 'calamiteit'. Wettelijke middelen om in te grijpen bij evidente misstanden ontbreken. 'In dergelijke gevallen vraagt het publiek zich af waarom we niet ingrijpen. We hebben daar geen bevoegdheden toe, ' zegt mr. Schultsz. 'We hebben alleen een toezichtsfunctie. De Gezondheidswet bepaalt dat wij ons moeten bezighouden met toezicht op de handhaving van wettelijke voorschriften en advisering aan de overheid. Verder hebben we een opsporingsbevoegdheid, maar we kunnen niet tot actie overgaan. De Keuringsdienst van Waren kan een keuken sluiten waar de kakkerlakken rondlopen. Zoiets kunnen wij niet.'

Als een dokter of een instelling over de schreef gaat, kan de inspectie alleen trachten door overreding een eind aan de misstand te maken. 'Dat lukt meestal wel. Wanneer sprake is van duidelijk disfunctioneren, een arts vergeetachtig is of ongewenst intiem bij patienten krijgen we hem er meestal wel toe de praktijk neer te leggen of zich bijvoorbeeld onder behandeling te stellen van een collega. Maar er zijn ook hardnekkiger gevallen bekend. Neem de hoog bejaarde psychiater in Amsterdam die aan junks drugs voorschreef. Je kunt de zaak dan aangeven bij het Tuchtcollege. Als die een maatregel oplegt kan de betrokkene bij het Gerechtshof in beroep en verliest die het vervolgens weer, dan kan hij in cassatie bij de Hoge Raad. Op die manier kan een geheide misstand drie tot vijf jaar blijven voortbestaan. We kunnen niet anders dan lijdzaam toezien, ' zegt Schultsz.

Bij artsen, tandartsen, apothekers en verloskundigen moet de klacht via het tuchtcollege lopen. Twintig procent van de 'paramedici' valt daar buiten. Schultsz: 'Als die zich vergalopperen moet je er een officier voor zien te porren. Dat valt ook niet mee.'

Als er in ziekenhuizen iets mis is, moet een andere weg worden begaan. 'Stel dat de basale zorg niet in orde is, de medicijnverstrekking is een puinhoop, 37 procent van het personeel is ziek, ze hebben 30 procent verloop, of patienten krijgen niet of te laat te eten, dan kun je proberen het bestuur daarvan te overtuigen. Dat lukt meestal, ' zegt mevrouw B. Hazelzet-Crans, verpleegkundige en inspecteur in Noord Holland. 'Zou dat niet het geval zijn, dan kan de minister op ons advies de erkenning intrekken, de boel sluiten dus. Maar dat is een veel te zwaar middel. Het heeft in ons land een keer gedreigd. Voor ziekenhuizen zijn dergelijke eisen strak geformuleerd, maar voor verpleeghuizen niet. We dringen dus wel eens aan op reorganisatie of fusering met een ander huis.'

Hoewel de inspectie wordt geacht zich bezig te houden met aangelegenheden van structureler aard, zijn het vooral de incidenten die de aandacht vragen. 'Onze politieke opdracht is iets te doen aan flessentrekkerij en schade, ' zegt Lens. 'Dat geldt dan vooral de alternatieve genezers. Die vallen formeel buiten ons gezichtsveld. We houden ons niet bezig met mensen die onbevoegd de geneeskunst bedrijven. Maar goed, als je een ernstig geval bij de hand hebt moet je dat melden aan een officier van justitie. Probleem is dat die sowieso seponeren. Het is bijna nooit ernstig genoeg om er een zaak van te maken en voor lichtere gevallen is er geen houden meer aan. Achter extreme uitwassen gaan we in elk geval aan. Laatst had ik een zaak van een natuurgenezer die had vastgesteld dat een echtpaar met Aids was geinfecteerd. Daar waren die mensen stuk van. Toen ben ik uitgerukt. Gelukkig heeft hij de man en vrouw snel weer 'genezen'. Maar meestal kan ik niets doen. Mensen klagen bijvoorbeeld veel over de rekening.'

'We zouden liever wat afstand nemen van die dagelijkse gevallen om algemenere controle op de kwaliteit van de zorg te houden, ' zegt Schultsz. 'Maar voorlopig krijgen we het juist met die klachten steeds drukker en ziet het er naar uit dat we nog meer personeel moeten inleveren. Zo blijft de inspectie toch als een bootje achter WVC aan dobberen.'