Geensceneerde cinema verite door Hans Otten

De camera liegt, dat weten we al jaren. Ook de zuiverste vormen van journalistieke documentaire vertekenen de werkelijkheid op zijn minst een beetje. Zelfs Pauline Broekema vraagt wel eens aan een voorbijganger om willekeurig te lopen, wanneer zij voor haar reportage beelden nodig heeft van een willekeurige voorbijganger. Af en toe kom je evenwel documentaires tegen die een schokkende realiteit in volstrekt ongerepte staat op heterdaad hebben weten te betrappen. De rijdende psychiater lijkt op zo'n documentaire. De debuterende regisseur Hans Otten (1953) volgde een etmaal lang een tweetal psychiaters van de Amsterdamse Centrale RIAGG-dienst voor de acute psychiatrie. De dienst waartoe bijna zestig jaar geleden dr. A. Querido het initiatief nam.

Als brandweerlieden rukken de psychiaters uit om in de hoofdstad, al dan niet op verzoek van de politie, oplossingen te vinden voor mensen die in acute psychische nood verkeren. Hans Otten geeft toe dat hij vooral oog had voor het meest spectaculaire type patienten. Hij wilde 'het cowboywerk' laten zien.

Wie naar De rijdende psychiater kijkt, zal zich vol bewondering afvragen of zich hier mogelijk een Nederlandse Frederic Wiseman heeft aangediend. Samen met cameraman Deen van der Zaken, die begrijpelijkerwijs vaak een acute, improviserende cameravoering aan den dag moet leggen, geeft Otten immers een verbluffend staaltje cinema verite ten beste. Bovendien heeft hij kennelijk de geportretteerde clienten ervan weten te overtuigen dat hun privacy ondergeschikt gemaakt diende te worden aan het belang van deze documentaire.

De eindtitels werken als een cynische douche. Eerst dan verklapt Otten dat de patienten werden gereconstrueerd door gespecialiseerde acteurs. Alleen de psychiaters zijn 'echt', en om hun werkwijze was het Otten per slot van rekening begonnen. Bij de eerste vertoningen van de film, ruim een jaar geleden, had zelfs de meest doorgewinterde filmkijker dit bedrog niet in de gaten. Na afloop twijfelde menigeen tussen woede en respect. De bescheiden controverse deed regisseur Otten zelfs in Lopend vuur belanden. Tot zijn apologie behoorde het argument dat hij ook zelf het liefst niets dan de werkelijkheid had vastgelegd. Maar dat behoorde, om evidente redenen, nu eenmaal niet tot de mogelijkheden. De vraag bleef destijds onbeantwoord hoe te reageren wanneer Cherry Duyns morgen opbiecht dat de hoofdrolspelers in Vier Midden eigenlijk acteurs waren, die zich hadden gespecialiseerd in de rol van terminale patient.

    • Alex de Ronde