Flair en concentratie in premieres muziek van de jaren negentig

Belgisch/Nederlandse Muziekdagen; Concert door Aquarius Ensemble, Ensemble d'Acord en Kamerkoor Ex Arte. Werken van Keuris, Goeyvaerts, Van Belle, De Leeuw en Bank. Concert door Claude Coppens (piano) en Het Trio. Werken van Coppens, Buckinx, Nuyts, Goethals, De Leeuw en Goeyvaerts. Gehoord 17/11 resp. in Conservatorium en de Muziekschool, Maastricht.

Voor de tweede maal organiseerden Gaudeamus en Intropodium in Maastricht de Belgisch/Nederlandse Muziekdagen, ditmaal met liefst acht wereldpremieres, en met de Belg Karel Goeyvaerts en de Nederlander Ton de Leeuw als centrale figuren.

Ik moet bekennen dat ik in de lach schoot toen ik in de aankondiging las dat Bernard van Beurden de epochemachende en eerste seriele compositie uit de geschiedenis, Goeyvaerts' Sonate no. 1 voor twee piano's uit 1950-1951 'Jeder spricht davon und keiner hat diese Musik gehort' had bewerkt voor acht acordeons, twee basacordeons, vibrafoon en marimba. Maar direct met de inzet van de eerste hoge pianissimo-tonen, sereen en strak als in een elektronisch muziekstuk, hielden wij de adem in en zelden werd het in een concertzaal zo stil ... Van Beurden bleek het werk uit en te na geanalyseerd te hebben en zo onstond een conscientieuze kamermuziek-omzetting die de complexe structuren van de sonate verrassend wist bloot te leggen. Alle respect is ook op zijn plaats voor de zeldzaam geconcentreerde uitvoering door het Ensemble d'Acord: wat moeten daar eindeloos veel repetities aan zijn voorafgegaan!

Het fraaiste werk op het tweede concert vond ik een nieuw, tweedelig Trio voor fluit, basklarinet en piano van Ton de Leeuw. Flatterzunge, flageolet-trillers, bisbigliando (een zelfde toon herhaald in een steeds andere inkleuring): dit waren nu eens geen loze effecten, maar volkomen natuurlijke ornamenten in een overwegend melodisch voortkabbelend variatiediscours. Pas tegen het eind komt het tot een ontlading, wanneer eerst een twee- en vervolgens een driestemmige canon in de piano als het ware wordt vastgezet in een heftig betoog van het gehele ensemble. Bravogeroep voor een hedendaags muziekstuk is niet alledaags, maar het was hier zeker op zijn plaats.

Er waren echter nog meer werken die de aandacht trokken. Andre van Belle boeide in Sheng voor acordeon-ensemble met een verfijnd ruisveld waaruit zich een quasi-orientaals motief losmaakte, maar hij verviel tenslotte teveel in herhalingen. Pretentielozer was een selectie uit de 1001 Sonates (1985-1988) van Boudewijn Buckinx, integraal door Coppens in Darmstadt uitgevoerd. De vingers hielden het uit, maar een operatie aan de rechtervoet tekende deze marathonslag van driemaal negen uur. In Maastricht beperkte de pianist zich tot acht van deze typische postmoderne werkjes, waarin in een soort van associatief componeren, bijvoorbeeld Mozart, Schubert en Stravinsky, of zelfs Mahler en Satie, bij elkaar gepropt worden. Het niveau wisselde van verrassend naar, vaker, flauw. Coppens maakte ervan wat er van te maken viel.

Karel Goeyvaerts componeerde een luchtig trio onder de pretentieloze titel Voor Harrie, Harry en Rene (het eerste deel klinkt ongeveer alsof Haydn Bartok nacomponeert). Het merkwaardigst nog viel een werk uit van Lucien Goethals: Dos Proyecciones Musicales (1990) voor dwarsfluit, altfluit, basklarinet, esklarinet en piano. De basis is streng Duits-serieel, de uitwerking in drie grondfiguren (lyrisch, wilde attaque, pendelbeweging) Frans speels, en de achterliggende idee (de mens geconfronteerd met allerlei bedreigingen) ronduit romantisch-Mahleriaans. Is dit nu een typisch jaren negentig stuk? Het zou mij niet verbazen. Ik vond het speels en fantasierijk, maar wist soms geen raad met vreemde karakteristieken in het tweede deel, zoals de toevoeging 'sarcastisch' bij een motiefje van slechts twee tonen.

Harrie Starreveld, Harry Sparnaay en Rene Eckhardt vertolkten met veel flair en gemak nieuwe werken alsof achttiende-eeuwse muziek op de lessenaars lag, maar wie weet typeren wij later nog eens Goeyvaerts en De Leeuw als de Belgische Haydn en de Nederlandse Mozart van de jaren negentig.

    • Ernst Vermeulen