Erg veel ouder worden we voorlopig niet meer

Zelfs als alle grote kwalen van de oude dag kanker, hart-, en vaatziekten en suikerziekte volledig worden uitgebannen, dan is dat nog niet genoeg om onze levensverwachting met twintig jaar op te schroeven. Tot die opvallende conclusie komen enkele Amerikaanse onderzoekers na het bestuderen van de Amerikaanse sterfte-statistieken (Science, 2 november).

De afgelopen eeuw is de levensverwachting spectaculair toegenomen: bij de Nederlandse man van 40 naar 74 jaar en bij de vrouw zelfs naar 80 jaar. Dat is vooral het gevolg van de afgenomen sterfte onder pasgeborenen, jonge kinderen en vrouwen in het kraambed aan allerlei infectieziekten. De sterfte in de jonge en middelbare leeftijdsgroepen is tegenwoordig zo laag dat de gemiddelde levensverwachting maar heel weinig zou toenemen als we alle sterfte onder het vijftigste jaar zouden weten te voorkomen. Dan zouden we gemiddeld maar 3,5 jaar ouder worden.

Als we langer willen leven moeten we het dus zoeken in de bestrijding van de ziekten van de oude dag, maar juist daarin is de geneeskunde ondanks alle nieuwe technieken nauwelijks geslaagd. Dat is goed af te lezen aan de levensverwachting van een man van vijftig, die is de afgelopen honderd jaar nauwelijks toegenomen is. Als een man in 1840 alle infectieziekten had overleefd en de 50 jaar had gehaald, dan had hij gemiddeld nog 20 jaar te leven en nu in 1990 wordt een man gemiddeld 74 jaar. Dat is dus maar 4 jaar meer. Overigens is iemand van die leeftijd tegenwoordig wel minder gebrekkig en hulpbehoefend, maar dat is een zaak apart.

Maar hoever kunnen we de sterfte terugbrengen? Wat is de maximaal haalbare leeftijd? Die vraag is moeilijk te beantwoorden en daarom hebben de Amerikaanse onderzoekers het probleem omgedraaid. Zij zijn uitgegaan van de vraag hoever de sterfte-cijfers omlaag gebracht moeten worden om een bepaalde levensverwachting te realiseren. Als ze vastgesteld hebben hoeveel dat is, kunnen ze vervolgens gaan bekijken of die benodigde reductie wel binnen reeel haalbare grenzen ligt.

Uitgaand van de Amerikaanse sterfte-statistieken extrapoleerden zij de volgende cijfers: om in de Verenigde Staten de gemiddelde levensverwachting van een vrouw op te voeren naar 85 jaar moet de sterfte onder de totale vrouwelijke bevolking met 43% omlaag, bij de man is dat zelfs 65%. Als men pas tevreden is met een gemiddelde levensverwachting van 105 jaar, worden die getallen voor beide groepen 90%.

Je kunt ook bekijken wat er met de statistiek gebeurt als bijvoorbeeld kanker en hart-, en vaatziekten volledig uitgeroeid waren: dan neemt de sterfte zodanig af dat de levensverwachting met iets meer dan 15 jaar toeneemt. Kijkend naar de vorderingen van de medische wetenschap in de afgelopen dertig jaar op dit punt lijkt dat voorlopig verre van haalbaar.

De leeftijd van Methusalem is dus niet voor ons weggelegd. Zo oud kunnen mensen pas worden als het verouderingsproces gestuit kan worden. Dan kan alleen door vooruitgang op moleculair biologisch gebied: de veroudering van de individuele cel moet aangepakt worden.