De cheque

Laatst ontving ik een cheque uit Amerika. De naam van de maatschappij die de betaling wilde doen stond er keurig op gedrukt, alsmede die van Citibank, een van de grootste bankinstellingen ter wereld. Ik wist niet beter dan dat een cheque de opdracht behelst aan een bank om de begunstigde het vermelde bedrag uit te keren. Dus zocht ik het adres op van Citibank, waarvan de afdeling Particulieren aan de Amsterdamse Weesperstraat gevestigd is.

Aan de balie bekeek de receptioniste de cheque aan alle kanten en besloot buiten mijn gezichtsveld een superieur te raadplegen. Teruggekeerd zei ze me dat haar vermoeden klopte: ik moest bij het hoofdkantoor aan de Herengracht wezen. Dit was dan wel de afdeling Particulieren, maar alleen voor wat betreft kredietverlening. Het huisnummer van het hoofdkantoor zou ze wel even telefonisch opvragen.

'Kunt U dan ook nagaan of ik daar wel aan het goede adres ben?', vroeg ik voor alle zekerheid. Na het adres gehoord te hebben, beschreef de receptioniste desgevraagd het uiterlijk van de cheque aan de employe aan de andere kant. Ik moest haar vraag of ik een rekening had lopen bij Citibank ontkennend beantwoorden. 'Ik geloof dat dit de eerste kennismaking van meneer is met Citibank', lichtte de dame toe, met een half oog op mijn plastic draagtasje. Had ik maar mijn aktenkoffertje meegenomen. Het bleek geen doen om telefonisch de inbaarheid van de cheque vast te stellen. Er zat niets anders op dan op goed geluk het hoofdkantoor te bezoeken.

Via twee afgesloten deuren en een receptioniste bereikte ik het loket van de vestiging aan de Herengracht. Achter kogelvrij glas monsterde een employe, die ik vanwege zijn Amsterdamse tongval moeilijk kon verstaan, opnieuw het document.

'Ja, dat is een kuppenietsjek, he?', luidde het oordeel, direct gevolgd door de vraag of ik rekeninghouder was. Nadere toelichting leerde dat hij niets voor me kon doen. De cheque kon alleen bijgeschreven worden op een bankrekening, omdat het geen cheque aan toonder was. Een uit het chequeboek van een firma afkomstige betalingsopdracht, een zogenaamde 'company cheque' vereist iets meer tijd en aandacht.

In het verleden had ik al eens vaker met dit probleem te maken gehad, met Engelse cheques voorzien van een dubbele streep achter het bedrag, die contante uitbetaling verhinderen. Als rekeninghouder van de Postbank moest ik dan voor alle zekerheid een fotokopie van de cheque maken en het origineel in een giro-enveloppe opsturen naar de afdeling Buitenland. De laatste keer kreeg ik de cheque na twee weken teruggezonden, omdat ik verzuimd had mijn handtekening op de achterkant te zetten. Telefonische navraag leerde me toen dat sinds de fusie met de NMB het internationale betalingsverkeer over een andere afdeling was gaan lopen, waar men streng vasthield aan het zogenaamde contrasigneren.

Nu zond ik dus de cheque, direct voorzien van naam en rekeningnummer op de voorzijde en handtekening op de achterzijde, naar de NMB Postbank Groep. Vier weken later werd de Nederlandse tegenwaarde, verminderd met elf gulden provisiekosten en een gulden vijftig transferkosten, op mijn rekening bijgeschreven. Ik heb inmiddels dezelfde procedure gevolgd met een cheque van zeven dollar en ben benieuwd of ik over een maand een heffing van een gulden kan verwachten.

Een woordvoerder van de NMB Postbank Groep ontkent dat er een wijziging heeft plaatsgevonden in de afhandeling van internationale betalingen. De Postbank moet na ontvangst van de cheque wachten op bijschrijving door de buitenlandse bank, waar normaal een periode van drie weken voor staat. De hoogte van de transfer- en provisiekosten is vastgelegd in het overleg tussen banken.

De Amsterdamse directie van de Citibank bleek niet direct bereikbaar voor commentaar op de omgang met verschillende soorten cheques en klanten. Maar het direct verzilveren van cheques bestaat kennelijk alleen nog in Hollywoodfilms.

    • Hans Beerekamp