Buitenaardse signalen mogen toch onderzocht worden

NASA's speurtocht naar buitenaardse radiosignalen, onder de noemer Search for Extraterrestrial Intelligence (SETI), lijkt voorlopig gered. NASA wil met behulp van het Deep Space Network, de radiotelescoop van Aerico op Puerto Rico en gecompliceerde analyse-apparatuur vanaf oktober 1992 radiografisch contact zoeken met buitenlandse beschavingen.

Aanvankelijk had de ruimtevaartorganisatie voor dit ambitieuze project, dat tien jaar zal duren, 115 miljoen dollar uitgetrokken. Voor 1991 had SETI reeds 12,1 miljoen dollar toegezegd gekregen.

Het Huis van Afgevaardigden vond het echter onverantwoord om in tijden van onbeheersbare overheidstekorten geld uit te geven aan onderzoek naar 'UFO's en groene mannetjes' en besloot deze zomer alle fondsen voor SETI te schrappen.

De senaatscommissie heeft dit besluit echter ongeldig verklaard en SETI zal de benodigde 12 miljoen dollar alsnog krijgen. De commissie zegt dit besluit niet uit wetenschappelijke overwegingen te hebben genomen: de kans dat buitenaardse signalen worden ontvangen is uiterst gering. Interessanter vindt de commissie de educatieve en technologische aspecten van het project.

Er zal worden gezocht naar een specifiek deel van het het heelal in het frequentiegebied van 1 tot 3 GHz en naar het volledige universum in een breder frequentiegebied van 1 tot 10 GHz. Daartoe is samen met de Stanford Universiteit een multikanaals spectrumanalyse-apparaat ontwikkeld, dat zelfs voor medische doeleinden gebruikt zou kunnen worden.

'We adverteren er niet mee,' zegt ook Dirk Ilsink van NIMBAS in Utrecht. 'We zien het niet als een specialisatie. We leveren managers aan bedrijven als Mercedes Benz, Akzo, PTT en Philips, geen filosofen.'

    • Jan Libbenga