Brinkman: snel identificatieplicht

ROERMOND, 20 nov. CDA-fractieleider Brinkman vindt dat het kabinet snel met een wettelijke regeling voor identificatieplicht moet komen. Zonodig zal de CDA-fractie zelf met een initiatief-wetsvoorstel komen, zei hij gisteren op een CDA-partijbijeenkomst in Roermond.

Een legitimatieplicht is volgens hem vooral nodig om het probleem van zwartrijders in het openbaar vervoer doeltreffend te kunnen aanpakken. Hij vindt het gegeven dat in bus, tram en metro in Amsterdam 80 procent van de processen-verbaal voor betrapte zwartrijders in de prullenbak verdwijnt wegens opgave van een valse naam aanleiding om zo snel mogelijk met een legitimatieplicht te komen.

Het kabinet wil een beperkte identificatieplicht op grond van bestaande documenten, zoals paspoort of rijbewijs. De identificatieplicht zou moeten gelden voor bijzondere situaties, bijvoorbeeld als er sprake is van voetbalvandalisme of bij fraudezaken. Het kabinet is geen voorstander van een algemene identificatieplicht.

In het regeerakkoord tussen CDA en PvdA in november 1989 is afgesproken dat inzake het activeren van het binnenlands vreemdelingentoezicht, noodzakelijk in het kader van het Schengen-akkoord en Europa 1992, de commissie-Zeevalking advies zal uitbrengen aan minister Hirsch Ballin van justitie. Dat advies wordt tegen de zomer van 1991 verwacht.

Brinkman zei gisteren niet te willen verhelen dat voor de oudere generaties, die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, de zaak gevoelig ligt. 'Maar als we laten liggen dat mensen die verdacht zijn zich anoniem blijven houden, worden we toch allemaal wat ongeduldig', aldus Brinkman.