Berichten sijpelen door over Turkse intimidatie van Koerden

ISTANBUL, 20 nov. Een hongerstaking van 116 Koerdische gedetineerden in de gevangenis van Diyarbakir is eind vorige week na 38 dagen afgesloten met de inwilliging van 20 van hun 21 eisen. Geweigerd werd alleen het recht voor de gevangenen elkaar op andere afdelingen vrij te bezoeken. De staking was als gewoonlijk naar andere gevangenissen overgeslagen en omvatte ten slotte 559 personen; in sommige instellingen wordt zij nog voortgezet.

De situatie in de gevangenis van Diyarbakir, eens de meest beruchte in Turkije, had het laatste jaar een verbetering te zien gegeven. Toen tien gedetineerden begin oktober plotseling te horen kregen dat ze werden overgeplaatst, brak verzet uit, waarna het bewakend personeel een vernietigende strafexpeditie uitvoerde en alle bezittingen van de gedetineerden schrijfmateriaal, boeken, radio's etc. in beslag nam. Volgens minister van justitie Sungulu is het in verscheidene gevangenissen echter de omgekeerde wereld en wordt het personeel door de gevangenen 'geterroriseerd'.

Diyarbakir is de zetel van de 'superprefect' Hayri Kocakcioglu, die de scepter zwaait over elf overwegend Koerdische provincies waar de PKK (Arbeiderspartij Koerdistan) en enkele kleinere organisaties een guerrilla voeren. Vlak na het uitbreken van de Golfcrisis en daardoor vrijwel onopgemerkt heeft Turkije de andere lidstaten van de Raad van Europa laten weten dat de artikelen 5, 6, 8, 10, 11, en 13 van de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens in deze provincies waren opgeschort in verband met acute gevaren uit binnen- en buitenland. Drie maanden eerder waren er de decreten 424 en 425 uitgevaardigd, waarbij berichtgeving uit het gebied aan censuur wordt onderworpen ontduiking kan onder andere worden gestraft met in beslagneming van de drukkerij. De superprefect kreeg dienaangaande verreikende bevoegdheden voor heel Turkije.

Vorige week brachten Turkse kranten het bericht dat alle politieke partijen behalve de regerende Moederlandpartij, dus de rechtse partij van het Juiste Pad en de religieuze Welvaartspartij tot en met de sinds kort vrij functionerende communistische, in een gezamenlijke verklaring verzet hebben aangetekend tegen deze decreten. Over de toestand zelf kunnen de dagbladen echter vrijwel niets berichten. Het linkse weekblad Naar 2000, waartegen de decreten grotendeels waren gericht, is verboden zijn opvolger Eeuw kwam sinds kort met nieuwe meldingen uit het gebied, maar is vorige week toch ook weer in beslag genomen.

Verontrustend

De meest verontrustende meldingen komen uit de driehoek Silopi-Shirnak-Cizre, niet ver van de Iraakse grens en betreffen het op grote schaal ontruimen van dorpen die in sommige gevallen ook worden verbrand, net als wouden, velden, graanvoorraden en bijenkorven. Kudden worden vernietigd en de bevolking trekt weg, de meest draagkrachtigen naar de grote stad Adana, anderen naar Cizre in de vlakte of het bergstadje Shirnak, kort te voren tot nieuwe provinciehoofdstad bevorderd. Maar 2.100 dorpelingen, onder wie 300 kinderen, bivakkeren, bij het naderen van de winter, nog steeds in tenten langs de weg Eruh-Shirnak.

Dit is bevestigd door een deputatie van negen mensen, onder wie de voorzitters van de Turkse Vereniging voor mensenrechten in Diyabakir en Siirt en de secretaris-generaal van de Socialistische Partij, die het gebied onlangs bezocht. Van 38 dorpen zijn er volgens hun gedetailleerde rapport al 27 ontruimd. Het grote dorp Balveren zou nog gedeeltelijk zijn bewoond, maar ten prooi staan aan harde intimidatie van de veiligheidstroepen. Zo vertelde de 28-jarige Fatma Kartal dat men er, kort voordat zij zelf moest vertrekken, alle zwangere vrouwen had laten dansen om een miskraam te forceren.

Talrijk zijn de meldingen over dit soort 'tijdverdrijf' van de militairen. Volgens journalistieke berichten die nooit de kranten haalden, was op 28 augustus een groep militairen het 1.800 inwoners tellende het dorp Kurukoy bij Mardin binnengetrokken om alle mannen bijeen te drijven. 'We liquideren jullie net als de Armeniers en daarna gaan we naar Irak.' Om hun waarschuwing kracht bij te zetten schoten ze de dorpsgek dood. Zestien mannen werden meegenomen, de reden bleef onbekend.

Een en ander vormt slechts een onderdeel van de malaise in de hele streek die is voortgekomen uit de stilstand van het vrachtverkeer naar Irak. De weg van Mardin langs Cizre en Silopi (de voormalige Zijderoute) naar de grens, waar dagelijks zeker 6.000 voertuigen langsreden met goederen voor Irak en ruwe olie voor Turkije voedde de middenstand, die in alles voorzag. Er waren langs die hele conglomeraten van kleine kruideniers, zaken in reserve-onderdelen, reparateurs, restaurants. In Cizre alleen al hebben er 200 moeten sluiten in afwachting van betere tijden.

    • Frans van Hasselt