Beeldbuiswaarheid

Omdat de tijd om voor mij onnaspeurlijke redenen zo snel gaat, moet het al tientallen jaren geleden zijn dat ik de heer W. Katoen interviewde. Een vriendelijke Amsterdammer, die zich secretaris van de protestcommissie van de KNVB mocht noemen, maar dat zelden deed aangezien hij bescheiden van aard was. Een paar dagen eerder had ik een zitting van die commissie mogen meemaken, waar duidelijk werd dat de desperate pogingen van de heren achter de groene tafel om er achter te komen wat nu exact de situatie was toen de doorgebroken middenvoor ten val kwam, tot mislukking waren gedoemd. Het was drie minuten voor tijd gebeurd en de scheidsrechter had er geen strafschop in gezien, maar nauwelijks in de kleedkamer gearriveerd was die ene aanvoerder verschenen met een wedstrijdformulier waarop het protest tegen de niet gegeven strafschop zwart op wit was vermeld. En dus moest de keeper zijn trui weer aantrekken en de strafschopnemer zijn veters opnieuw strikken. Voor het publiek was het wel een aardig slotakkoord: ruimschoots op weg naar de uitgang circuleerde de mare dat er een penalty op komst was.

Het geheel kwam bij mij altijd een tikje onwezenlijk over. Na het eindsignaal mag er eigenlijk niks meer spelen, op een enkel handgemeen in de spelerstunnel na. Meneer Katoen was dat niet met me eens, in zoverre dat hij er beleefd op wees dat 25 procent van alle ingediende protesten werd toegewezen en dat daarmee het doel van de protestmogelijkheid de gerechtigheid dichterbij te brengen toch wel bewezen was. Ook hij betreurde dat sommige betrokkenen ter zitting door acuut geheugenverlies werden besprongen, terwijl het ook anderszins vaak niet doenlijk was precies boven tafel te krijgen wie wat had gedaan, maar hij nam dat voor lief. Herinner ik me goed, dan zijn die protestmogelijkheden mee op aandringen van de arbiters ten slotte afgeschaft. Zij voelden zich te vaak voor joker gezet en soms op belachelijke gronden. Er waren clubs die tegen beter weten in ergens tegen protesteerden onder het motto: God zegen de greep en slechter kunnen we er nooit van worden. Hoogstens in hun zieltjes, maar dat risico werd voor lief genomen.

Tegenwoordig is er de tuchtcommissie, die met behulp van arbitrale en waarnemersrapportjes de kaartenlawine van passende bestraffing voorziet, eventueel na mondelinge behandeling. Daarbij zijn tv-beelden van grote waarde gebleken. Want tussen het schriftelijk uiteenzetten wat er ergens gebeurde en het kijken naar hetgeen de camera waarneemt, kan een groot verschil zijn. Er zijn niet veel mensen met een fotografisch geheugen. Dit beseffende zou je denken dat de komst van de wonderbuis bij de grote clubs met gejuich is begroet. Helaas: dat viel bar tegen. Dezer dagen nog heeft de meerderheid der betaald voetbalorganisaties morrend verklaard dat zij tegenstander zijn van het gebruik van tv-beelden bij het bepalen van de (eventuele) strafmaat van tegen de lamp gelopen spelers. Hun argumentatie bestaat uit twee elementen. Punt een is de omstandigheid dat niet bij alle wedstrijden in ere- en eerste divisie tv-opnamen worden gemaakt. Punt twee is hun vrees dat de camera's soms een vertekend beeld van een spelfragment kunnen geven.

Op beide punten hebben die clubs het gelijk aan hun kant maar tegelijk bar ongelijk in mijn ogen. Hun eerste argument doet mij denken aan die inbreker die op heterdaad was betrapt en dat zeer onrechtvaardig vond omdat er elders iemand had ingebroken zonder te zijn gearresteerd. Rechtsprekers moeten corrigeren wat ze kunnen en daarbij wordt nimmer een score van 100 procent bereikt. Bovendien: als men dan zo graag iedereen wil kunnen betrappen, schaf dan via de KNVB (met een leuke korting vanwege de sponsors) voor alle 37 betrokkenen een stel tv-camera's aan, dan zijn alle monniken gelijk gekapt. Verder moet men zich realiseren dat tegenover een soms voorkomende vertekening van het beeld een menigte van volledig correcte tv-waarnemingen staat. Ook pleegt de tuchtcommissie niet uitsluitend op die beelden af te gaan, maar ze vooral als aanvullend materiaal te hanteren. Wie daar op tegen is, vraagt om het verwijt dat het hem niet te doen is om de waarheid boven tafel te krijgen.

    • Herman Kuiphof