'Als part-timer word je overal ingezet. Het belang van school gaat boven individuele wensen.

'Wij waren de eerste school in Amsterdam waar op vrij grote schaal door leerkrachten in deeltijd kon worden gewerkt', herinnert Marleen Keja (44) zich. ' Nu is het heel gewoon, maar toen een collega en ik in 1978 een duobaan wilden, moesten we een officieel verzoek indienen bij de inspecteur. We hebben er nog echt voor moeten vechten.'

Twaalf jaar geleden, na de geboorte van haar eerste kind, besloot Marleen Keja dat ze niet meer de volle week voor de klas wilde staan. Een te zware combinatie vond ze, temeer daar zich al vrij snel een tweede kind aankondigde. Helemaal stoppen met werken wilde ze echter ook niet.

Een duobaan op de 15e Montessorischool in de hoofdstedelijke Rivierenbuurt bood de oplossing. Met een collega runde ze jarenlang naar volle tevredenheid een kleuterklas. ' Ik vond kleuters ontzettend leuk, het is een enige leeftijd, maar na zeventien jaar was ik leeggezogen. De voortdurende aandacht die ze vragen, de herrie van omvallende blokken, al dat gefriemel, ik kon het niet meer hebben.'

Dankzij de invoering van de basisschool kon Marleen Keja verhuizen naar de middenbouw, waar de kinderen net een slag groter zijn: tussen de zes en negen jaar. Haar dertig uur zijn nu verdeeld over twee middengroepen, in de ene klas staat ze twee dagen, in de andere een dag. De tijd die overblijft moet ze besteden aan 'zorgbreedte' extra lessen voor kinderen die moeite hebben met rekenen en taal , aan het magazijn en aan de bibliotheek.

' Als part-timer kun je overal ingezet worden. Want, zo is de redenering, het belang van de school gaat boven individuele wensen. Wie een eigen klas heeft, kan deze behouden. Daarover is geen discussie mogelijk.' Een pijnlijk punt, vindt Marleen, en haar aanvankelijke enthousiasme voor deeltijdwerk is de laatste tijd aardig getemperd.

Dat geldt trouwens niet alleen voor haar. Ook de leiding van de 15e Montessorischool lijkt op dit punt wat voorzichtiger te worden: liever een brede schouder dan twee smalle. Onrustig samengestelde weken, ook als gevolg van arbeidsduurverkorting, doen noch het personeel noch de kinderen goed.

' Je werkt je kapot. Om te beginnen kost het een halve dag om in de sfeer van de klas te komen en een lijn uit te zetten. Ben je net lekker aan het werk, dan zitten die twee dagen er al weer op. Maar ook van de kinderen wordt veel gevraagd, want de volgende dag staat er weer een frisse leerkracht voor hun neus. En dan alle vergaderingen, ouderavonden en feesten die moeten worden voorbereid. Je investeert er net zoveel energie in als een full-timer. De laatste tijd laat ik wel eens een vergadering schieten als die juist op mijn vrije dag valt. Ik weet dus bepaalde dingen niet, en ik hoor ook niet alles wat in de wandelgangen wordt gezegd. Het zij zo.'

De overdracht van Marleens klas aan haar collega is een verhaal apart. Van iedere dag wordt een logboek bijgehouden waarin opmerkelijke feiten worden genoteerd: Marietje was ziek, Henkie zit te geisoleerd, de briefjes over het Sinterklaasfeest zijn meegegeven en Jantje wordt erg gepest, houd dat even in de gaten. Deze administratie staat los van het 'lesjesschrift', waarin wordt opgeschreven waar ieder kind mee bezig is geweest en waar het de volgende dag mee verder kan. ' Dat laatste heeft vooral met het montessorisysteem te maken', zegt Marleen Keja. ' Ik heb vijfentwintig kinderen in de klas en dat betekent vijfentwintig verschillende niveaus.'

Toch kent de gedeelde verantwoordelijkheid voor een klas ook voordelen. ' Voor de leerlingen kan het goed zijn, omdat twee leerkrachten meer zien dan een. Ze kunnen elkaars hiaten opvullen, en ze zullen de kinderen elk op hun eigen manier stimuleren. Het leukste vind ik nog wel dat je met een collega je ervaringen kunt delen. Doorpraten over leerlingen die moeilijk functioneren of bepaalde stof lastig vinden. Afspraken maken over hoe we dat gaan aanpakken. Na de Kweekschool heb ik jarenlang geen klankbord meer gehad.'

Afgelopen jaar heeft Marleen Keja uitbreiding van uren gevraagd. De versnipperde werkweek bevalt haar niet meer. ' Ik wil graag weer een eigen klas, zodat ik wat met de leerlingen kan opbouwen. Dat is toch bevredigender. Als leerkracht heb je al altijd het gevoel dat je tekort schiet, dat er nog veel meer zou moeten.' De tweede reden om uitbreiding te vragen is van financiele aard. Ze is alleenstaande moeder en haar kinderen zijn elf en twaalf. De oudste is net naar de middelbare school gegaan. De extra uren zouden haar in materiele zin net iets meer armslag geven. Marleen heeft de uitbreiding niet gekregen. Het belang van de school woog zwaarder dan haar individuele wensen.

Alleenstaand ouderschap en een baan in het onderwijs zijn vooral dankzij de vakanties goed te combineren, vindt Marleen Keja. ' Maar ik heb die vakanties wel hard nodig. Ik droom dan veel over school en het komt regelmatig voor dat ik de eerste week ziek word. Als part-timer heb je de neiging om langer door te lopen. Ach, die twee dagen neem ik er nog wel bij denk ik dan, dat red ik nog net. Er zijn geen vervangers te krijgen en ik wil mijn collega's niet opzadelen met nog meer werk.' Buiten de lesuren moet er immers nog een flink aantal extra taken verricht worden om de school draaiende te houden. Van het tellen van vuile handdoeken tot het organiseren van jaarlijks terugkerende projecten.

Steeds minder kan er worden teruggevallen op de hulp van ouders. Zelfs op de 15e Montessorischool, die van oudsher kon bogen op een enthousiaste en breed geschakeerde groep van dienstverlenende ouders, wordt het kringetje actieve vaders en moeders steeds kleiner. Meer scheidingen, meer werkende moeders wordt als verklaring gegeven. ' Het lijkt alsof ouders minder attent zijn dan vroeger', zegt Marleen Keja. ' Aan het eind van het schooljaar, voordat de zomervakantie begon, ging ik altijd met bossen bloemen naar huis. Tegenwoordig mag je blij zijn als ze je komen bedanken voor het driedaagse schoolreisje.'