Zwarte golfers plotseling gewild in VS

Op exclusieve en besloten golfclubs in de Verenigde Staten vindt dezer dagen crisisoverleg plaats. Wat zich aanvankelijk liet aanzien als een provinciale rel is binnen enkele maanden uitgegroeid tot een dicriminatie-affaire van nationale omvang, waarbij de US Golf Association niet langer vanaf de zijlijn kon toekijken en thans een maatregel heeft afgekondigd die leden van elitaire clubs doet verzuchten dat het nooit meer hetzelfde zal worden op de fairways.

Vooraf aan het PGA-Championship, augustus dit jaar op de Shoal Creek Country Club in Birmingham (Alabama), noteerde een journalist van de plaatselijke krant de opmerking van voorzitter Thompson dat zijn club bij het selectiebeleid voor het lidmaatschap zwarten altijd afwijst. De publikatie van het interview ontlokte heftige reacties. Thompson excuseerde zich haastig in het openbaar en golfvrienden onder wie Jack Nicklaus vielen de voorzitter bij met steunbetuigingen als ware het onbegrijpelijk dat dergelijke smerige leugens vandaag de dag nog konden worden afgedrukt.

Maar er kwam aan het licht dat inderdaad geen enkele zwarte speler op de ledenlijst van Shoal Creek voorkwam en dat dit voortvloeide uit een bewust gevoerd beleid. Om een schandaal te voorkomen, werd op 31 juli Louis T. Willie plotseling als eerste zwarte speler aan het bestand van Shoal Creek toegevoegd. Nota bene meteen als 'honorary member', zodat hij werd gevrijwaard van de eenmalige eerste contributie van 35.000 dollar.

Daarmee dachten alle betrokkenen de affaire uit de wereld te hebben geholpen aan de vooravond van het Grand-Slamtoernooi. Ook de PGA beschouwde de zuidelijke schermutselingen als afgedaan, maar werd vlak voor de titelstrijd onaangenaam verrast toen bedrijven als IBM en Toyota aankondigden zich terug te trekken als sponsor, aangezien zij via de televisiebeelden van de commerciele stations ESPN en ABC niet wensten te worden betrokken in een toernooi waar op de achtergrond een discriminatie-conflict woedde. De PGA nam de zaak plotseling hoog op en kwam na ampel overleg met een voorstel dat locaties voor de dertien grote kampioenschappen die jaarlijks in de VS worden gehouden, waaronder drie Grand-Slamtoernooien, in het vervolg minderheden alsmede vrouwen onder hun leden dienen te hebben.

De afgelopen vrijdag door de US Golf Association bekrachtigde maatregel is kennelijk genomen uit overwegend commerciele motieven en niet uit sociale overwegingen, aangezien deze situatie al vele jaren de praktijk is bij enkele elitaire clubs zonder dat iemand zich dit ooit heeft aangetrokken. Ironisch genoeg hebben welgestelden en zakenlieden, zoals op de dertien jaar oude Shoal Creek, de gang van zaken bij dergelijke clubs in stand gehouden en zijn zij niet door spelers, bestuurders of minderheden tot de orde geroepen, maar uitgerekend door het bevriende bedrijfsleven. En dat is hard aangekomen.

De afgekondigde regel raakt niet alle Amerikaanse prive-clubs in hun toelatingsbeleid, aangezien de golfassociatie daarover geen zeggenschap heeft.

Er kan alleen druk worden uitgeoefend met betrekking tot de toewijzing van grote evenementen. Toch is de toplaag van het Amerikaanse golf thans bijzonder bezorgd. Zeven golfclubs die al een contract hebben om in de toekomst Grand-Slamtoernooien als de US-Open of het PGA-Championship te organiseren, beschikken niet over minderheden als lid. De Aronimink Club gaf eind vorige week de organisatie voor het PGA-kampioenschap in 1993 onverwachts terug. De wachtlijst is vol en de clubleiding acht het unfair minderheden vervroegd toe te laten.

Inmiddels heeft de huidige ontwikkeling bij de clubs met een omstreden toelatingsbeleid geleid tot een bizar verschijnsel: om in de toekomst verzekerd te blijven van een aansprekend toernooi wordt thans jacht gemaakt op de zwarte golfer. Werd hij ooit op zijn huidskleur afgewezen, thans wordt hij juist op grond hiervan hiervan in de armen gesloten in de hoop dat met hem of haar in hun midden de rust op de fairways zal terugkeren.

    • Bert Regeer