SER bepleit lossere band NS/overheid

DEN HAAG, 19 nov. De Nederlandse Spoorwegen moeten onafhankelijker van de overheid worden. Het railnet moet bovendien worden opengesteld voor buitenlandse spoorwegondernemingen of prive-bedrijven die railvervoer willen verzorgen.

Dit staat in een advies van de Commissie Vervoersvraagstukken van de SER aan minister Maij-Weggen (verkeer), opgesteld naar aanleiding van voorstellen van de Europese Commissie over een gemeenschappelijk spoorwegbeleid.

De SER-commissie stelt een duidelijke scheiding voor tussen de financiele verantwoordelijkheid voor de spoorweginfrastructuur en de exploitatie van vervoersdiensten. Het eerste is volgens haar een taak van de overheid en het tweede de verantwoordelijkheid van spoorwegondernemingen. De spoorbedrijven moeten zich commercieel onafhankelijk kunnen opstellen. Overheden moet de bevoegdheid worden ontnomen in de bedrijfsvoering in te grijpen.

Volgens de commissie moeten de spoorwegbedrijven, net als andere takken van vervoer, in staat worden gesteld de kosten die zij maken terug te verdienen. Dat betekent dat zij zelf de prijs van het treinkaartje bepalen. De overheid zou slechts als subsidiegever daarop invloed kunnen uitoefenen. Voor het instandhouden van onrendabele lijnen zou de overheid extra moeten betalen. Nu moeten de tarieven van de NS ter goedkeuring aan de minister worden voorgelegd.

Volgens het advies zou het mogelijk worden dat bijvoorbeeld de Deutsche Bundesbahn diensten in Nederland verzorgt, of de NS in Belgie. 'Spoorwegen moeten op een volwaardige wijze aan het marktverkeer kunnen deelnemen', schrijft de SER-commissie. Zij onderstreept dat de voorstellen alleen praktijk kunnen worden als alle EG-landen daartoe besluiten.

Pag. 19: 'Inhaalmanoeuvre van spoor nodig'

Het SER-advies merkt op dat een 'inhaalmanoeuvre op wetgevend gebied voor de spoorwegen dringend noodzakelijk is'. In de EG-Transportraad heerst al jaren een impasse over voorstellen van de Europese Commissie tot liberalisering van het spoorwegbeleid.

Overigens schrijft een ontwerp-richtlijn van de EG openbare aanbesteding voor van overheidsopdrachten voor diensten op het gebied van openbaar vervoer. De SER-commissie heeft deze voorlopige richtlijn nog niet in haar advies betrokken.

De suggesties van de SER gaan op sommige punten verder dan de voorstellen van de Europese Commissie, met name wat de toegankelijkheid van nationale spoorwegnetten voor derden betreft. Daarbij onderstreept de SER-commissie de noodzaak dat een facilitair railbedrijf de produktietechnische verantwoordelijkheid voor het spoorwegnet en de veiligheid ervan moet houden.

De Commissie Vervoersvraagstukken wijst verder op het belang van intensievere samenwerking in het Europese goederenvervoer per spoor, bijvoorbeeld door gezamenlijke exploitatie. Voor het gecombineerd vervoer (zowel over de weg als over water of spoor) moet een Europees net van terminals tot stand komen.

De SER-commissie legt nadruk op het belang van een Europese net voor hoge-snelheidstreinen, dat niet alleen op de bestaande spoorwegnetten maar ook op belangrijke Europese luchthavens moet aansluiten. Zij herinnert eraan dat voor Nederland niet alleen de noord-zuidverbinding (Amsterdam-Parijs en verder) belangrijk is, maar ook de (al geplande) west-oostverbinding naar Duitsland, die eventueel verder naar Oost-Europa moet worden doorgetrokken.