Saddam brengt Westen in verlegenheid

AMSTERDAM, 19 nov. De afgelopen drie maanden waren alle politieke manoeuvres van Saddam Hussein erop gericht om de aandacht van de wereldopinie af te leiden van zijn agressie tegen Koeweit en de dreigende oorlog op de lange baan te schuiven.

Om deze twee doelen te bereiken, dreigde hij afwisselend om Israel en de olievelden van Saoedi-Arabie en Koeweit te vernietigen, en bood hij aan om alle buitenlandse gijzelaars vrij te laten mits twee permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (die een oorlogsresolutie met hun veto kunnen treffen) zouden beloven geen oorlog te voeren.

In dit streven paste ook zijn voortdurend herhaalde verzoek aan Bush (via de televisie) om een dialoog te beginnen. Daarbij waakte Saddam er zorgvuldig voor om een belofte te doen over ontruiming van Koeweit. Zijn enige werkelijke aanbod was dat de Iraakse annexatie van Koeweit 'in het licht van de historische claims bespreekbaar is' op voorwaarde echter dat eerst andere problemen van het Midden-Oosten, zoals de bezetting van de door Israel in 1967 veroverde gebieden, geregeld zouden worden.

Maar de publieke opinie noteerde alleen dat Saddam zonder meer tot een gesprek over alle problemen in het Midden-Oosten bereid is. Daardoor nam naarmate er meer tijd verstreek bij veel regeringen de neiging toe om vrede en diplomatie een kans te geven.

Saddams aankondiging van gisteren dat hij tussen 25 december en 25 maart alle buitenlandse gijzelaars zal vrijlaten, is een vervolg op deze, tot dusver zeer succesvolle tactiek. Het staat vast dat veel landen, die toch al niet erg enthousiast waren over een mogelijk bloedige oorlog, nu nog terughoudender worden. Er is geen twijfel dat hij zijn belangrijkste tegenspelers, president Bush en premier Thatcher, in de grootst mogelijke verlegenheid heeft gebracht. Hoe moeten zij nu aan een toch al aarzelende publieke opinie de oorlogsoptie verkopen, die hun voor ogen stond om niet alleen Irak uit Koeweit te verjagen, maar ook van zijn vernietigende oorlogsmachine te beroven?

De aankondiging van het Iraakse staatspersbureau INA kwam niet toevallig op de vooravond van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de CVSE. Het was de bedoeling dat de conferentie zich in de wandelgangen uitvoerig over de situatie in de Golf zou beraden. Bush was van plan de deelnemers onder zware druk te zetten, opdat zij hem eindelijk het groene licht zouden geven voor een gemeenschappelijke militaire aanval op Irak. Bovendien proberen de VS nog deze maand een resolutie in de Veiligheidsraad aanvaard te krijgen, die oorlog expliciet toestaat als de sancties tegen Irak onvoldoende uitwerking blijken te hebben. Over twee weken wordt een bondgenoot van Irak, Jemen, voorzitter van de Veiligheidsraad. Dan is het wel heel moeilijk om zo'n resolutie erdoor te drukken.

Volgens de Iraakse aankondiging werd de beslissing over de vrijlating van de gijzelaars om diverse redenen genomen. In de eerste plaats dacht Saddam natuurlijk aan de families van de gijzelaars en reageerde hij in antwoord op de verzoeken van 'mensen van goede wil'. Maar daarenboven is zijn besluit 'een bijdrage onzerzijds aan meer opbouwende maatregelen die in dienst staan van de vrede en de dialoog'. Die laatste zinsnede past precies in de politieke cultuur van Amerika, waar alle politici en diplomaten zich verplicht voelen om te pas en te onpas de woorden 'constructief' en 'dialoog' te gebruiken.

De Iraakse mededeling komt dan ook precies op het juiste moment. De laatste weken werd Bush in het binnenland overstelpt met een golf van kritiek vanuit de zijlijn. De door hem geschetste doelen ten aanzien van Irak en Koeweit zouden volstrekt onduidelijk zijn en in elk geval geen oorlog rechtvaardigen omdat het Amerikaanse nationale belang uiteindelijk niet in het geding zou zijn.

Tegenover die kritiek heeft Bush zich op de meest onhandige manier verweerd door de doelen steeds op een andere manier te definieren. De voorlaatste uitleg van de minister van buitenlandse zaken James Baker kwam erop neer dat Saddams bezetting van Koeweit de Amerikanen in hun werkgelegenheid bedreigt, terwijl in het weekeinde Saddams levensgevaarlijke nucleaire bedreiging opnieuw ten tonele werd gevoerd.

Al die uiteenzettingen zijn echter niet overtuigend genoeg voor het Amerikaanse volk, dat traditioneel van de rest van de wereld niets weet of wil weten. Voor de gemiddelde Amerikaan staat het vast dat Bush tegen Irak ten strijde wil trekken ten behoeve van een lage olieprijs. Weliswaar is iedereen het erover eens dat Amerika recht heeft op goedkope olie. Maar de man in de straat is er evenzeer van overtuigd dat de zeer gehate oliemaatschappijen uiteindelijk met de winsten wegwandelen.

En wat de nucleaire bedreiging betreft, hebben diverse commentatoren er al op gewezen dat Irak bepaald geen uitzondering is, dat er wel meer onverantwoordelijke regeringen zijn Pakistan bij voorbeeld , die zich op een nucleaire oorlog voorbereiden. Ondanks alle waarschuwingen konden de meeste van die regeringen, precies zoals tot voor kort Saddam, blijven rekenen op Amerikaanse steun. Waarom zouden de VS zo vraagt men zich af tegen al die regimes als de politieman van de wereld moeten optreden?

Bush kan zijn optreden tegenover Irak ook daarom zo moeilijk verkopen omdat zijn acties een revolutionaire verandering zijn van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Voor het eerst zijn de rollen omgedraaid: volgens het scenario van Bush worden de Amerikaanse troepen door hun bondgenoten betaald om in de Arabische woestijn te vechten. Dat is een radicale afwijking van hetgeen de Amerikanen tot dusver gewend waren.

Sinds het einde van de Tweede wereldoorlog was de Amerikaanse politiek er namelijk op gericht om bondgenoten te winnen 'in de strijd voor democratie en tegen het communisme'. Die bondgenoten moesten natuurlijk wel bereid zijn om zichzelf te verdedigen. Dan was Amerika bereid hun ruimschoots van dollars te voorzien, hun te bewapenen en in het uiterste geval ook nog militair te hulp te komen.

Nu echter gaan Bush en Baker met de hoed in de hand door de wereld om de bondgenoten ervan te overtuigen dat zij geld en een paar manschappen moeten leveren voor een oorlog die in laatste instantie door de Amerikanen wordt gestreden ten behoeve van belangen die bepaald niet alleen Amerikaans zijn. Zeer weinig Amerikanen zien iets in de niet nader gespecificeerde 'Nieuwe Orde', die Bush en Gorbatsjov hebben beloofd. Zij constateren juist dat er een nieuwe chaos dreigt, waarin de VS hun hun eentje orde zouden moeten scheppen.

Op al die angsten heeft Saddam precies op het juiste moment ingespeeld. Hij heeft beloofd dat op 25 maart de laatste gijzelaars naar huis kunnen 'mits het vredesklimaat niet wordt verstoord'. Maar op dat moment kan Bush niet langer oorlog voeren. Januari en februari zijn de koelste maanden in de Arabische woestijn. Na medio januari zijn de troepenversterkingen aangevoerd, die de Amerikaanse troepenmacht tot circa 400.000 man opvoeren. Vanaf midden maart daarentegen verandert het weer in Saoedi-Arabie en Koeweit razend snel; het wordt zo gloeiend heet, dat de manschappen uitsluitend met handschoenen hun wapens kunnen vasthouden en hun auto's en tanks kunnen besturen. Bovendien steken er dan ook in de woestijn zandstormen op die de computers in de war sturen en de aanvalshelikopters aan de grond houden.

Saddam Hussein lijkt, tenzij er een wonder gebeurt, de oorlog te hebben vermeden. Nog even en Irak alsmede zijn gigantische aanvalspotentieel blijven gespaard voor de Arabische Natie.