Roman kioskhouder Rouaud winnaar Prix Goncourt; Literatuur als laatste nieuws

PARIJS, 19 nov. Zijn kiosk in de Rue de Flandres is turbo: glimmend metalen buizen omringen het glinsterend glas waarachter de koppen goed leesbaar zijn. De kiosk past perfect bij het ene deel van deze vroeger nogal treurige straat in de negentiende arrondissement van Parijs. Hier staan achttien verdiepingen hoge woongebouwen met spectaculair uitspringende delen van waaruit men geringschattend kan neerkijken op de overkant. Dat zijn de ramsj-winkels vol goedkope textiel en schoenen en Arabieren.

Het krantenwinkeltje van Jean Rouaud (38) is het nieuwste bedevaartcentrum van literatuurminnend Parijs. De exploitant klein van stuk, zachte stem, humor in het hele gezicht heeft een bestseller geschreven: de roman Les champs d'honneur. Zijn 'reis door de herinnering naar de velden van eer' de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog in Belgie en Noord-Frankrijk is kandidaat voor de jaarlijkse Prix Goncourt, die vandaag inderdaad aan hem is toegekend.

Als ik aankom, staat een zeer Parijse bewonderaarster tegen Rouaud te betogen dat 'de ware cultuur nog niet verloren is'. Rouaud hoort haar aan zoals een mens zoveel moet aanhoren. Het exemplaar van zijn boek dat zij heeft aangeschaft en gelezen, heeft hij al getekend.

Les champs d'honneur (Minuit) is het meest besproken debuut van het nieuwe literaire seizoen. In enkele maanden zijn er vijftigduizend van verkocht. 'Niet slecht', zegt Rouaud met bescheiden trots, nadat hij me heeft uitgenodigd plaats te nemen in de vierkante meter waar hij dagelijks vele uren doorbrengt. 'Dit is een van de zeer zeldzame boeken die onmiddellijk overtuigen', schreef Le Monde, daarmee de toon zettend voor een reeks van lovende kritieken. Alleen Le Figaro meende dat er sprake was van 'veel lawaai om niets'.

De sfeer bij de kiosk is geanimeerd. De buurtbewoners weten dat Rouaud, aanvankelijk als outsider maar sinds kort serieus, kandidaat is voor de prestigieuze prijs. Radio- en tv-verslaggevers zijn de afgelopen drie weken vrijwel dagelijks langs gekomen voor opnamen en interviews. Als Rouaud zijn trendy rugzakje van een stapel pakt om een weinig gevraagd tijdschrift te zoeken, ziet hij een papier dat op de achterkant is gespeld. 'Vote Labro', staat er. Philippe Labro (Le Petit garcon, Gallimard), geldt als een andere grote kanshebber voor de Prix Goncourt.

De meubelverkoper aan de andere kant van het trottoir lacht vergenoegd in zijn etalage als hij ziet dat Rouaud het pamflet heeft gelezen. 'Daar heeft hij vast de hele dag op zitten wachten', zegt de kioskhouder goedmoedig. Jean Rouaud kent de straat en haar bewoners. Sinds 1983 verkoopt hij hier zijn kranten, na allerlei baantjes, waaronder 'een beetje journalistiek' bij een krantje in Nantes (oplage drieduizend exemplaren) en als medewerker aan een literair tijdschrift 'een nogal efemeer bestaan'.

De grote belangstelling van de media en zijn succes is voor een deel 'folkore', meent hij 'de vendeur de journaux, wiens literaire debuut een succes is: dat klinkt goed.' Voor Rouaud zelf is zijn roman meer dan een vluchtige affaire. Drie jaar lang werkte hij aan zijn boek, 152 bladzijden prachtige Franse taal. Rouaud: 'Balzac schreef een roman in een nacht, Van Gogh maakte een schilderij per dag, maar mijn voorbeeld is Vermeer. Dertig schilderijen maakte hij in zijn leven een moeilijk leven met tien kinderen om hem heen. In het Mauritshuis in Den Haag zag ik Gezicht op Delft, dat een enorme indruk maakte. Maar het schilderij van la jeune a la perle (Meisje met de tulband) gaf me werkelijk een schok. Dat schilderij ontsnapt aan elke kunstgeschiedenis'.

Jean Rouaud schreef, herschreef, veranderde, schrapte en schreef opnieuw, met naast zijn schrijftafel een reproduktie van nog een schilderij van Vermeer: de jonge vrouw die een brief leest 'in een sfeer zo intens, zo volmaakt, dat je bijna kunt meelezen'. Voor hemzelf ligt de waarde van zijn roman dan ook eerder in 'het plezier in het wikken met de woorden en de compositie'.

Een mogelijke andere reden voor zijn succes zou volgens Rouaud kunnen zijn dat eerste deel van zijn roman speelt in het eenvoudige milieu van zijn grootouders, in de landstreek rond Nantes, aan de monding van de Loire. Daar is, zo schrijft hij in zijn boek, 'de regen een goed deel van je leven een trouwe compagnon'. Rouaud: 'Voor la France profonde bestaat nu eenmaal grote belangstelling'.

Het leven in de kiosk herneemt zijn rechten. Er zijn veel klachten dat het avondblad nog niet gekomen is. Nadat hij voor de zoveelste keer de muntjes van zijn klanten met geroutineerde gebaren heeft nageteld, voorziet Jean Rouaud mijn exemplaar van Les champs d'honneur van een opdracht: 'Pensee pour Vermeer'.