Rol Lubbers bij 'Rainbow Warrior' ontkend

WELLINGTON, 19 nov. De Nederlandse premier Lubbers speelde geen hoofdrol in het op gang brengen van de bemiddeling tussen Frankrijk en Nieuw-Zeeland in de Rainbow Warrior affaire. Dat zegt de vroegere Nieuw-Zeelandse premier David Lange in zijn vorige week uitgegeven boek 'Nuclear Free, the New Zealand Way'.

Nieuw Zeeland had in 1985 twee Franse agenten, Dominique Prieur en Alain Mafart, tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld. Het duo was betrokken bij het opblazen van het Greenpeace-schip, eerder dat jaar in de haven van Auckland. Bij die actie kwam de Nederlandse fotograaf Fernando Pereira om het leven.

Lange beweert dat beide landen hun geheime onderhandelingen al hadden afgesloten, voordat Lubbers in juni 1986 bij een bezoek van Lange aan Den Haag een diplomatieke oplossing voorstelde met een bindende regeling door een derde partij.

Lange schrijft dat hij al eerder Nieuw-Zeelandse diplomaten naar Frankrijk had gestuurd, nadat dat land economische sancties tegen Nieuw Zeeland leek te nemen: 'We waren het slachtoffer van afpersing en er was niets dat ik daaraan kon doen'.

De diplomaten keerden volgens Lange terug met een raamakkoord: Prieur en Mafart zouden voor drie jaar naar een afgelegen eiland worden verbannen, terwijl Frankrijk aan Nieuw-Zeeland verontschuldigingen en een schadevergoeding van 6,5 miljoen Amerikaanse dollar zou aanbieden. Frankrijk zou ook stoppen met het dwarsbomen van de Nieuw-Zeelandse agrarische uitvoer.

Lange beschrijft daarop het probleem 'deze onsmakelijke onderhandelingsstrijd te bekleden met de waardigheid van een op een behoorlijke manier overeengekomen internationale overeenkomst.'

Eenmaal aan hun Europese reis begonnen, kwam volgens Lange de oplossing: 'De onderhandelaars hadden een konijn gevonden, dat, uit de hoge hoed te voorschijn getoverd, voor de wereld de dramatische doorbraak van de diplomatieke impasse zou vertegenwoordigen. Dit was de Nederlandse premier, die toen ik hem ontmoette, prompt voorstelde dat Frankrijk en Nieuw Zeeland hun geschillen aan een derde partij ter bemiddeling zouden voorleggen.' Lange schrijft dat op dat moment al vaststond dat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Peres de Quellar, de bemiddelingsrol zou vervullen: 'De charade werd echter doorgezet. Toen de benoeming openbaar werd gemaakt, sprak ik mijn vertrouwen uit dat de uitspraak rechtvaardig en principieel zou zijn', aldus Lange.