Populariteit zorg voor leiders in Parijs

PARIJS, 19 nov. Veiligheid en samenwerking in Europa zijn de belangrijkste thema's van de topconferentie die deze week in Parijs wordt gehouden. Staatshoofden en regeringsleiders van 32 Europese landen, de Verenigde Staten en Canada zijn bijeengekomen om definitief een punt te zetten achter de naoorlogse periode en een nieuw begin te maken. De bijeenkomst is al bij voorbaat vergeleken met het Weens Congres van 1815, dat de verhoudingen in Europa voor een goed deel van de negentiende eeuw vastlegde. Maar eigenlijk hebben de meeste politieke leiders die hier bijeen zijn, heel andere zorgen aan hun hoofd, zorgen over hun populariteit thuis. En ze hopen allemaal dat de Parijse top die zorgen enigszins kan verlichten.

De Britse premier Margaret Thatcher is gewikkeld in een strijd om haar politiek overleven. Morgenavond krijgt zij in Parijs te horen of de Conservatieve fractie in het Lagerhuis haar nog wil hebben, of dat zij gedwongen is een tweede ronde te vechten met haar uitdager, oud-minister van defensie Michael Heseltine. Zelf kan zij niet aan de stemming deelnemen en daarom heeft zij George Younger, die haar campagne leidt, volmacht gegeven voor haar te stemmen. Zelf speelt zij in Parijs ondertussen de rol van ervaren staatsvrouw.

De Amerikaanse president Bush, wiens populariteit ook aan erosie onderhevig is, zal tijdens de talrijke bilaterale ontmoetingen die hij dezer dagen in Parijs heeft, aandringen op aanvaarding van een nieuwe resolutie door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties die het gebruik van geweld om een einde te maken aan de Iraakse bezetting van Koeweit mogelijk maakt.

Sovjet-leider Gortbatsjov is aan de vooravond van zijn reis naar Parijs erin geslaagd diep ingrijpende organisatorische wijzigingen door te voeren in de Sovjet-top, in een wanhopige poging de hervormingen in zijn land op het goede spoor te krijgen. Populair wordt hij daar niet van in zijn eigen land. Toch hoopt hij dat de Verklaring van Parijs, die woensdag wordt ondertekend, een zodanige atmosfeer schept dat de Westeuropese landen en de Verenigde Staten wat royaler worden met hun hulp, want die hulp zou weleens van doorslaggevende betekenis kunnen zijn voor zijn politiek voortbestaan.

De Poolse premier Mazowiecki, die vanmorgen namens zijn land het akkoord over de beperking van de conventionele bewapening ondertekende en later zijn handtekening zet onder de Verklaring van Parijs, hoopt dat zijn aanwezigheid op het internationale politieke toneel zijn politieke statuur in eigen land wat zal opkrikken. Volgens de laatste opiniepeilingen blijft hij maar achterliggen in de race om het presidentschap op de legendarische vakbondsleider Lech Walesa. En dan zwijgen we maar van de problemen waarmee de Bulgaarse president Zjelev, de Joegoslavische president Jovic en de Roemeense president Iliescu, die allemaal in Parijs zijn aangekomen, momenteel te kampen hebben.

Zelfs de gastheer van de conferentie, Frankrijk, verkeert in politieke moeilijkheden. Vanavond stemt de Nationale Assemblee over een motie van wantrouwen tegen de socialistische regering van premier Michel Rocard in verband met omstreden nieuwe sociale wetgeving. Het ziet ernaar uit dat de communisten steun zullen geven aan de motie die door rechts is ingediend en dat betekent dat Rocard door het oog van de naald moet, terwijl zijn regering door de recente golf van demonstraties van lyceisten de afgelopen week al een keer op de knieen gedwongen werd.

Eigenlijk lijkt alleen de Westduitse Bondskanselier Helmut Kohl, de leider van het land waarom het bij het Helsinki-proces toch telkens weer ging de afgelopen vijftien jaar, de enige politieke leider die de topconferentie niet nodig heeft voor het herstel van zijn populariteit. Als kanselier die de Duitse eenheid tot stand gebracht heeft en die Duitsland weer een waardige plaats heeft teruggegeven op het Europese continent, kan hij niet meer stuk. Hij heeft Parijs niet nodig om op 2 december herkozen te worden. Gorbatsjov vraagt hem om economische steun, Bush vraagt hem om politieke steun in de confrontatie met Irak, zodat niemand meer hoeft te twijfelen, wat de sterkste mogendheid van het nieuwe Europa wordt.

Sinds vijftien jaar geleden in de Finse hoofdstad de Akkoorden van Helsinki werden gesloten, is het Europese toneel ingrijpend gewijzigd. Van de toen aanwezige leiders is er nog maar een over: de Vaticaanse diplomaat Monseigneur Casaroli. De Akkoorden van Helsinki waren in 1975 vooral bedoeld om de naoorlogse status quo officieel vast te leggen. De toenmalige leiders in het Kremlin hechtten daar toen zeer aan, omdat ze daarmee hun voordeel hoopten te doen. Het toen geschapen kader blijkt, op een heel andere wijze dan in 1975 te voorzien was, nog steeds een geschikt raamwerk voor de versterking van de vrede en de veiligheid in Europa. Bovendien blijkt het toen geschapen kader achteraf ook heel andere doelstellingen te kunnen dienen.