PETER SCHILPEROORT 1919 - 1990; Musicus, manager

Bandleider, klarinettist en saxofonist Peter Schilperoort is een van de weinige musici van wie ik ooit een plaat gebroken heb. Niet uit verontwaardiging of destructiedrift, maar uit een combinatie van devotie en pre-puberale onhandigheid. Het was 1955, ep's en lp's waren nog een noviteit en 78-toerenplaten waren broos, ook als er 'non breakable' op stond. De platen waren van mijn broer en ik draaide ze stiekem, tenzij ik ze, zoals in dit geval, voortijdig aan diggelen liet vallen. Alexander's Ragtime Band stond er op het keurig heel gebleven blauwe Philips etiket met nummer P 17389 H en op de keerzijde Tears, gespeeld door de Dutch Swing College Band onder leiding van Peter Schilperoort.

Dat deze Schilperoort in datzelfde jaar zijn band verliet om af te studeren en bij Fokker te gaan werken, ervoeren wij als een soort verraad. In de toen hevig woedende strijd tussen de oude stijl-jazz en de nieuwlichterij van de zogenaamde beboppers kon geen kracht worden gemist. Dat bij Schilperoorts terugkeer eind 1959 zowel diens uitgangspunt als de tijdgeest waren veranderd, bleek uit het feit dat de band onmiddellijk een aantal tophits van de dag begon te 'coveren', van Marina tot Milord.

Het DSC, zoals de band al spoedig werd genoemd, was een beroepsorkest geworden, voor purisme was geen plaats meer. Het oude stijl-etiket verdween, de band speelde dixieland, muziek om op te dansen. De nieuwe aanpak leverde succes op, ook in het buitenland, getuige platen als At the sportpalast, in South America en Live in Singapore. Het DSC kreeg een ambassadeurs-functie en werd voor de Holland-promotion even belangrijk als bloembollen en Edammer kaas.

Toen de dansfunctie van de dixieland halverwege de jaren zestig gaandeweg werd overgenomen door de rock en roll, wendde Schilperoort opnieuw de steven, nu in de richting van de swingmuziek. Het DSC werd een mainstream-orkest; Duke Ellingtons Creole Love Call en bekende songstandards waren Schilperoort even lief als de Royal Garden Blues van vroeger. Zelfs Round Midnight, van de vroeger verafschuwde modernist Thelonious Monk werd op de plaat vastgelegd. Ook in ontmoetingen met musici als Rita Reys, Jimmy Witherspoon, Joe Venuti, Teddy Wilson en Bud Freeman demonstreerde de band zijn sterk verruimde blik op de jazzgeschiedenis.

Had dit alles natuurlijk ook te maken met de voortdurende verjonging van de band, het was Peter Schilperoort die deze ontwikkeling mogelijk maakte. Terugblikkend moet men constateren dat Schilperoort een geweldige prestatie heeft geleverd, als musicus en als manager. Dertig jaar lang, door alle modes heen, een band op de been houden, is geen sinecure. Dat Schilperoort zijn eerste platen maakte met de Swing Papa's is voer voor historici. Rhythm, heet trouwens het eerste stuk uit november 1941, en terecht, want dat had Peter Schilperoort van het begin af aan.