Nooit zullen drie zusters de dromen kunnen uitvoeren

Voorstelling: Drie Zusters van Anton Tsjechov, door Toneelgroep De Appel. Vormgeving: Andre Joosten; spelers: Marleen Stoltz, Sacha Bulthuis, Geert de Jong, Carline Brouwer e.a. Gezien 17/11 Appeltheater, Den Haag. Te zien t/m 2/2 aldaar.

Even dreigde het ogenblik dat ik 'Moskou, Moskou!' niet meer kon horen uit de mond uit een der drie zusjes, zo vaak hebben deze woorden het afgelopen seizoen al op het Nederlandse toneel geklonken. Dit seizoen gaat Tsjechovs stuk over het hangen op sofa's voor de derde keer in premiere. Bij Theatergroep Piek eerst, vervolgens Agaath Wittemans regie bij Theater van het Oosten, nu Erik Vos met De Appel. Mijn eerste Drie Zusters zag ik in '79 door het Publiekstheater, in de regie van Hans Croiset. Vier jaar later kwam Gerardjan Rijnders' regie ervan bij Globe.

Het moet aan de onverwoestbare thematiek van het stuk liggen dat, terugblikkend, mijn ervaringen bij al die voorstellingen dezelfde zijn. Een mengeling van spijt om de tijd die niet alleen bij Olga, Masja en Irina voorbij vliegt en iets van melancholie. Erik Vos regisseert het stuk over provinciale benauwenis in het Appeltheater waarvan een der muren is doorgebroken. Beeldend kunstenaar Andre Joosten herschiep deze toneelruimte tot het huis met tal van gangen en kamers van de familie. De omringende verlatenheid is tastbaar. Het decor is geen kijkdoos in de verte; dank zij de desolate openheid van het toneelbeeld maakt de toeschouwer onderdeel uit van de voorstelling.

Er schuilt een contrast in de speelstijl tussen de drie zusters (Sacha Bulthuis, Geert de Jong, Carline Brouwer) en de schoonzuster Natasja (Marleen Stoltz). Vallen de eerste drie in hun realistische speelstijl ogenschijnlijk moeiteloos samen met hun rollen, Natasja laat heel mooi zien dat het wrikt tussen haarzelf en haar toneelpersonage. Dat past goed bij Natasja, die immers parvenu-achtige trekken vertoont en zich gedraagt zoals ze denkt dat ze zich moet gedragen. Haar entree is meteen al trefzeker: voor je het weet staat ze met gezwikte enkels op de vloer. Letterlijk: een jonge vrouw wankelend naast haar schoenen.

Vos heeft ook op andere manieren het realisme doorbroken door scenes in te lassen en beelden te creeren die herinneren aan de films van Fellini. Soms verstarren de personages terzijde van de vloer terwijl de handeling doorgaat. Ze zijn allen toeschouwers van elkaar. Niemand kan de ander in het spookhuis ontlopen. De toonzetting is hard; het mededogen moet de toeschouwer maar opbrengen en niet de regisseur. Nooit zullen de zusters hun dromen verwezenlijken. Zinloos staan hun koffers tijdens de hele voorstelling op de Buhne. Ze zijn misschien wel leeg, net zo tragisch leeg als het leven van Olga en de anderen. Er zal nooit iets veranderen. Tsjechov en Erik Vos leren de toeschouwer dit besef als een wreed spel te ondergaan.

    • Kester Freriks