Mazowiecki, de kandidaat van nette burgers; De campagne van Mazowiecki is mat, saai, zelfs slaapverwekkend

GDANSK, 19 nov. 'Walesa, Walesa', schreeuwen aanhangers van de vakbondsleider plotseling naar de Poolse premier Mazowiecki als hij bloemen neerlegt voor het monument bij de Stocznia Gdanska, de werft waar Solidariteit werd geboren en Lech Walesa de eerste stappen zette van zijn loopbaan.

Mazowiecki beseft dat hij zich in het hol van de leeuw bevindt, in het bolwerk van zijn rivaal bij de presidentsverkiezingen van komende zondag. Wat ongemakkelijk en schuchter legt hij de rood-witte bloemen op de gedenksteen voor de drie hoge palen met 'gekruisigde ankers' ter nagedachtenis van de Poolse arbeiders die bij de opstanden van 1970 om het leven kwamen. Hij knielt, slaat een kruis en loopt weer snel weg als het handjevol mensen de naam van Walesa begint te scanderen.

Op de scheepswerft, het heiligdom van Walesa, durft Mazowiecki niet te komen. Voor de ijzeren poort hangt een spandoek met de tekst: 'Walesa heeft ons nooit in de steek gelaten, hij laat ons niet vallen'. En aan de afbladderende muren rondom de werft hangen in verlichte kasten plakkaten van de 'Wielki Elektryk': de 'Grote Elektrcien', de leider met geheven kin, strakke blik en brede snor.

Voor de 63-jarige katholieke intellectueel Mazowiecki valt er in Gdansk weinig eer te behalen. In de stad zijn de meeste plakkaten met zijn afbeelding van de muren getrokken, of voorzien van het opschrift 'jood' of 'Israelier'. Anti-semitische geluiden klinken door in de eerste echt vrije verkiezingen van Polen. Lech Walesa beroept er zich steeds op dat hij, de elektricien die 'Polen onder stroom zal zetten', een 'echte Pool' is. En wie niet met dat etiket te koop loopt, is verdacht, misschien geen 'echte Pool'.

In dat klimaat zien de campagneleiders van de premier hun kandidaat liever niet geconfronteerd met 'onverwachte vragen uit het publiek'. Dezelfde avond tijdens een ontmoeting met kiezers in de hogeschool van Gdansk moeten vragen schriftelijk worden voorgelegd aan Mazowiecki's staf. Een medewerker ze leest ze op.

De campagne van Mazowiecki is mat, saai, zelfs slaapverwekkend. Het publiek in het hogeschoolgebouw, beperkt tot een hoorzaal, luistert eerst aandachtig maar raakt al snel verveeld door een lange toespraak van een zuchtende, monotoon langzaam sprekende premier. Zijn sleutelwoord is 'moeilijk'. 'Polen heeft grote problemen, het is moeilijk, heel moeilijk', zegt hij op een deprimerende toon. 'Er is geen alternatief voor onze politiek, geloof niet in de beloftes van Walesa, kies voor continuiteit.' Het publiek, keurige beschaafde intellectuelen die met pen en papier klaarzitten om aantekeningen te maken, applaudiseert, al is het weinig enthousiast.

Mazowiecki's campagne is het tegendeel van de Walesa-toernee die is voorzien van een grote wervelende show, met Walesa in de hoofdrol. Het publiek is ook totaal anders. Mazowiecki's zaaltjes zijn gevuld met nette burgermensen, de beter opgeleide stedelingen die hopen dat er in Polen een parlementaire democratie komt. De sporthallen waar Walesa zijn show opvoert zitten doorgaans tot de nok toe vol met mensen die minder zijn opgeleid, die in hem de grote leider zien die Polen uit de modder trekt. Mazowiecki is ouder, intellectueel en weinig inspirerend, zijn opponent is flamboyant, populistisch en visionair. 'Deze verkiezingen worden een test voor de Poolse democratie', zegt Mazowiecki tot zijn luisteraars. 'Polen moet kiezen tussen een parlementaire democratie of een 'decreten-president' die regeert met kreten. Het heeft de keus: een democratisch, berekenbaar en stabiel Polen of een chaotisch Polen.'

Mazowiecki is een kandidaat tegen wil en dank. 'Ik ben niet de beste voor zo'n campagne', geeft hij ronduit toe. 'Ik ben geen straatvechter, ik luister naar argumenten en ik lees ook graag boeken', zegt hij met een toespeling op Walesa die er eerlijk voor uitkomt dat hij het liefst boeken leest met zichzelf in de hoofdrol.

Mazowiecki treedt in de verkiezingsstrijd op als een kandidaat zonder kleur. Niemand heeft iets tegen hem, iedereen heeft zelfs respect voor zijn waardigheid, zijn integriteit en zijn intellectuele kwaliteiten. Maar Mazowiecki inspireert niet, hij biedt geen hoop aan een volk dat ploetert met de moed der wanhoop, geen perspectief voor de toekomst. 'Het is moeilijk, het is erg moeilijk', verzucht hij steeds. Hij biedt weinig houvast voor de arbeiders die hun huren niet meer kunnen betalen, of de boeren die met de rug tegen de muur van het faillissement staan.

'Ik wilde eigenlijk niet echt kandideren', zegt hij ook een dag later in de grauwe en vervallen textielstad Lodz. 'Ik wilde niet tegen Walesa in het veld treden, hij was mijn vriend en ik heb nog altijd respect voor hem. Maar ik moest wel, ik moet mijn beleid verdedigen tegen slogans.'

Mazowiecki kondigde zijn kandidatuur op het laatste moment aan, na sterke druk van intellectuelen als Adam Michnik, Jacek Kuron, Alexander Hal en Bronislaw Geremek. Mazowiecki was bang het tegen Walesa op te nemen, hij vreesde diens retorische vermogens, populisme en charisma. En het zijn de intellectuelen (de ex-adviseurs van Walesa) die hun huifkarren rondom Mazowiecki hebben gesloten. Zij voeren voor hem campagne, zij gaan met hem mee, en houden zelfs zijn arm omhoog na de toespraak in Lodz, een sombere toespraak in een zeer sombere omgeving. Maar het is een negatieve campagne, een anti-Walesa strijd, niet een pro-Mazowiecki strijd.

Walesa kent de zwakke plekken van Mazowiecki's campagne, hij weet dat de intellectuelen Mazowiecki naar voren hebben geschoven om hem uit het presidentiele Belweder te houden: een anti-Walesa coalitie. 'Mazowiecki is een schildpad die afremt in de bocht', aldus Walesa, 'een man die te langzaam is om een vlieg dood te slaan'. Maar hij valt vooral de intellectuelen rondom Mazowiecki aan, de 'eierhoofden', hij kweekt een sfeer tegen intellectuelen die 'geen verstand hebben van politiek en billenkoek verdienen'. Hij speelt het arme slachtoffer, de underdog, die door 'belezen denkers uit Warschau' wordt gehinderd.

De slappe en onhandige campagne van Mazowiecki kan zelfs nog zeer onverwachte gevolgen hebben. Want veel Polen zien in de premier niet de sterke man die het land nodig heeft, maar in Walesa zien zij een gevaar: zij kiezen daarom voor een buitenstaander. De 'Canadees-Poolse' zakenman-miljonair, Stan Tyminski, is voor de proteststemmers en de teleurgestelden een aantrekkelijke keus. Volgens recente opinie-peilingen is diens aanhang gegroeid van 8 naar 18 procent. Mazowiecki schommelt rondom de 20 procent, Walesa heeft ruim 35 procent. Tyminski is energiek, hij is rijk, de geslaagde emigrant: voor veel Polen een jeugddroom. Maar Stan Tyminski is zo nodig nog autoritairder dan Walesa, hij is ook een populist en een heerser. De 'Tyminski-factor' begint voor onrust te zorgen in de gelederen van de premier. Als deze trend doorzet zou Mazowiecki zelfs niet eens een eventuele tweede ronde op 9 december halen: Polen zou in dat geval een ruime keus hebben tussen slogans en slogans.